Dr. Terburghfonds stopt: We zijn gelukkig overbodig geworden
Tekst: Brigiet Bluiminck, Winter 2020
Beeld: Michel ter Wolbeek
Na 87 jaar wordt de Stichting Dr. Terburghfonds opgeheven. Het fonds, opgericht in 1933 door hoofdinspecteur van de volksgezondheid Dr. J. Th Terburgh, was een ondersteuningsfonds voor oudere en behoeftige vroedvrouwen. Nu er nog één dame (89) gebruikmaakt van het fonds, wordt het opgeheven en neemt de KNOV de zorg voor deze laatste begunstigde over. Bestuursleden Margreeth van der Kwast (71) en Pien Minnesma (79) zwaaien af. ‘Het is heel goed dat het fonds bestaan heeft, maar fijn dat het niet meer nodig is.’
Margreeth: ‘Ik ben in 1977 begonnen als solist en door de jaren heen groeide de praktijk uit tot acht verloskundigen. Ik ben in 2004 gestopt en was daarnaast jarenlang actief in het regionaal en landelijk bestuur van de KNOV. Pien en ik waren beiden werkzaam in Noord-Holland en kennen elkaar al jaren.’
Pien: ‘Ik ben in 1963 gestart als verloskundige en heb 44 jaar gewerkt. Zo’n 6.800 kinderen heb ik op de wereld gezet. ‘Een heel dorp’ zei mijn man altijd. Maar gelukkig heb ik net als Margreeth wel een pensioen op kunnen bouwen. Dat gold niet voor onze voorgangers.’
Margreeth: ‘Het pensioenfonds voor verloskundigen is pas in 1974 opgericht. Daarvoor was er vaak armoede onder vroedvrouwen die stopten met werken. Dr. Terburgh heeft dat destijds goed gesignaleerd én er iets aan gedaan. Dat veel vroedvrouwen in armoe leefden, kwam omdat er geen pensioen- regeling was. En de meesten hadden geen partner om op terug te vallen. Dat leverde bittere situaties op en dr. Terburgh besloot deze vroedvrouwen financieel te ondersteunen.
De steun die zij kregen, wisselde per persoon. Er werd gekeken naar de persoonlijke situatie en naar wat iemand nodig had, maar het ging in die laatste jaren vaak om enkele honderden euro’s per maand.’

Pien: ‘Toen Margreeth en ik in 2004 het bestuur overnamen, maakten er nog zeven vroed- vrouwen gebruik van het fonds. Margreeth deed vooral de bestuurlijke zaken en ik de sociale. Dat wil zeggen dat ik de dames belde, maar ook bij ze langs ging. Dat was nodig hoor. Aan de telefoon zeiden ze dat het goed met ze ging, maar als ik bij ze thuis kwam zag ik dat dit vaak helemaal niet het geval was. Ze droegen een zomerjas in de winter, omdat ze geen geld hadden voor een warme jas of liepen op sloffen, omdat aangepaste schoenen te duur waren. En de meubels lagen vaak vol met kleedjes om de vele gaten te bedekken. Een bezoekje werd altijd zeer op prijs gesteld, de vroedvrouwen vonden het fijn dat we oog voor ze hadden. Zelf vond ik het ook ontzettend leuk om te doen en de verhalen te horen over hun werkzame leven. Hoe ze op de fiets naar de bevallingen gingen, soms moesten slapen bij de gezinnen en dat er 24/7 een beroep op ze werd gedaan.’
Margreeth: ‘Gelukkig waren we geen armlastig fonds en konden we deze dames, die altijd zo hard gewerkt hadden, extra geld geven. Voor die broodnodige winterjas, schoenen of wat er ook maar nodig was. Tot 2003 stuurde het fonds nog elk jaar een acceptgiro naar de leden van de KNOV met het verzoek om een bijdrage voor hun armlastige voorgangers.
Daar werd goed gehoor aan gegeven, waar- door we aardig wat geld in kas hadden. Sinds 2003, toen er al jaren geen nieuwe behoeftigen bijkwamen, omdat er inmiddels een goede pensioenvoorziening was, is het Dr. Terburgh- fonds een slapend fonds. Het kapitaal van het Dr. Terburghfonds was nog toereikend om de laatste oud-collega’s die dat nodig hadden een prettige oude dag te bezorgen. Inmiddels is dat niet meer het geval. Daarom heeft de KNOV toegezegd om voor onze laatste begunstigde te zorgen tot aan haar dood.’
Pien: ‘Hoewel het fonds opgeheven wordt, blijf ik contact houden met de laatste vroed- vrouw die er gebruik van maakt. Ik bel haar elke veertien dagen en ga regelmatig bij haar langs. Dat waardeert ze enorm. Ze is al 89 en hoewel het nu fysiek niet meer zo goed gaat, klaagt ze nooit. Vroedvrouwen zijn een sterk ras. De laatste begunstigden werden stuk voor stuk erg oud.’
Margreeth: ‘We treuren niet nu het fonds wordt opgeheven, integendeel. Het is ontzettend goed dat het bestaan heeft, maar het is nog fijner dat we niet meer nodig zijn en dat de huidige verloskundigen gewoon een goed honorarium en een goed pensioen krijgen.’
Het KNOV-bestuur over de nieuwe organisatie
Tekst: Carola Groenen, Zomer 2020
CAROLA GROENEN is tot 2002 als verloskundige werkzaam geweest. Sindsdien heeft zij (project)management en bestuursfuncties vervuld in de geboortezorg. Tijdens de ALV van juni 2019 is zij gekozen tot voorzitter van de KNOV.
Wat een eer om voorzitter van onze geweldige beroepsgroep te mogen zijn. En wat een verantwoordelijkheid om met onze leden ervoor te zorgen dat ons vak in alle breedtekrachtig wordt neergezet. In de zorg samen met de zwangeren, in regionale protocollen en samenwerking, bij onderzoek en onderwijs en in landelijk beleid. Wetenschappelijk bewijs voor de meerwaarde van verloskundigen is er genoeg: we staan voor hoge kwaliteit van zorg, toegankelijk en doelmatig. Zorgen dat dit overal krachtig is ingebed blijft echter altijd aandacht vragen. Dat vraagt verloskundig leiderschap van ons allen, op ieder niveau.
In onze historie hebben we periodiek aanpassingen op het KNOV-bureau doorgevoerd om aan te kunnen blijven sluiten bij ontwikkelingen in de zorg. Ook recent. Niet zomaar, maar na een zoektocht van 5 jaar. Niet door het bestuur bedacht, maar op basis van jaren opgehaalde input van leden, bureaumedewerkers, bestuur en directie en adviseurs.
Met maar één doel: krachtige verloskundigen in de regio’s voor de zwangeren. Het helpt hierbij dat de media ons, verloskundigen, zien als de experts rondom zwangerschap en geboorte. In coronatijd is daar door de KNOV intensief op ingezet en dit blijft de aandacht houden. Uiteraard met onze leden, de experts.
Daarbij staan we voor uitdagingen. De ontwikkelingen om ons heen volgen elkaar snel op en vragen overwogen beslissingen. Soms complexe beslissingen die we moeten nemen op basis van geïnformeerde keuzes, goede debatten met elkaar en met ruimte voor de diversiteit die we in onze beroepsgroep kennen. En moeilijke gesprekken hebben we misschien te weinig gevoerd, hoog tijd dus. Als KNOV zullen we dit mee faciliteren en organiseren en zullen we de verbinding zijn tussen jullie allen. Onze gespreksvaardigheden vanuit de spreekkamer (onze kwaliteit) helpen ons de discussie goed te voeren. Onze gewaardeerde gemiste collega
Diana Koster kon ons daar altijd goed op wijzen; neem Oma, Oen, Dik en Nivea mee. Ik heb met name haar Anna (Altijd Navragen, Nooit Aannemen) en LSD (Luisteren, Samenvatten, Doorvragen) omarmd.
Ik heb een eervolle taak: ons prachtige vak op alle vlakken krachtig neerzetten, voor de zwangeren, voor de leden. Bestuur, directeur, bureau en leden: samen versterken we elkaar en dat hebben we nodig. Verloskundigen maken het verschil in de geboortezorg!’




