Mindset

Tekst: Carola Groenen, 2021-4
Carola Groenen, voorzitter van de KNOV

Ik zit aan tafel met een groep verloskundigen. Casuïstiek en bijbehorende emoties vliegen voorbij; herkenning, verwondering, medeleven en… verbinding. Deze verloskundigen zijn werkzaam in verschillende settings en in verschillende landen. Ik ben met het project ‘Twinning Buiten de Lijnen’ op werkbezoek in Denemarken. 

We doen inspiratie op en werken aan projecten. Waar we ook werken, we streven naar het versterken van de beroepsgroep en het ontwikkelen van leiderschapskwaliteiten. Het is een thema in Nederland en het speelt tegelijkertijd in de landen om ons heen. We kunnen elkaar makkelijk vinden. Wij, verloskundigen. We hebben immers dezelfde mindset! En de sleutel is: wij hebben respect voor elkaar. Het zijn de simpele constateringen van onze Deense collega’s tijdens deze reis.

De vrouwen in Nederland bevallen in 70% van de gevallen bij een verloskundige; verloskundigen werkzaam in de eerste lijn en in de kliniek. We weten dat een belangrijke uitkomstmaat een goede bevalervaring (ongeacht de manier van bevallen) is. Daar hebben wij dus in 70% van de gevallen direct invloed op. 

Hoe borgen we dit, ook bij een overdracht, was de vraag aan de Deense verloskundigen die in toenemende mate ook ‘homebirths’ doen. Hun antwoord was ook dit keer simpel: ‘Ik zeg altijd tegen de vrouw dat zij naar hele goede collega’s gaat, en dat ik weet dat zij bij hen goede zorg zal krijgen’. Daarnaast blijven de verloskundigen bij de vrouw na verwijzing. Er is een piloot en een co-piloot, dat werkt zonder discussie in Denemarken.

De eenheid in de beroepsgroep bevorderen begint met simpele, kleine dingen. Iets waar we allemaal direct mee kunnen starten. Het begint bij onze instelling: we hebben dezelfde mindset. Dat is goed voor de zwangeren, goed voor elkaar en goed voor onze beroepsgroep. En dat combineren met veel lol samen aan tafel. De verloskundigen in ‘Twinning Buiten de Lijnen’ laten nu al zien dat dit werkt.

Carola Groenen


Niet over de schutting

Tekst: Annemieke Verbeek, 2021-04

Internationaal is de wetenschap eenduidig: continuïteit van zorg door verloskundigen heeft onmiskenbare voordelen voor barende vrouwen, voor hun partner en voor verloskundigen. Toch is de praktijk soms weerbarstig. Niet alleen in Nederland, maar ook elders in de wereld. De ICM publiceerde er een nieuwe position paper over. ‘Als KNOV kunnen we hiermee laten zien dat dit concept wereldwijd gedragen wordt.’

Het is ongebruikelijk dat ik als journalist mijn eigen ervaringen met de geboortezorg in mijn artikelen verwerk. N=1, elke situatie en elke vrouw is anders en neutraliteit in mijn schrijfsels is belangrijk. Toch deel ik nu het hier gaat over continuïteit van zorg door de verloskundige, graag het verhaal van mijn derde zwangerschap. Omdat het positieve effect daarvan voor mij zo glashelder was. Ik koos toen, zeven jaar terug alweer, voor een case-loadverloskundige. Daar had ik geen complexe redenen voor: ik vond haar een fijn mens en wilde mezelf die laatste zwangerschap verwennen met de volle aandacht van een verloskundige die niet voor elk consult in mijn dossier hoefde te gluren om te zien wie ik ook alweer was. Toen wist ik nog niet hoe ontzettend hard ik die volle aandacht nodig zou hebben. Hoe haar continue steun en aanwezigheid tijdens mijn medisch ingewikkelde zwangerschap en spannende bevalling onmisbaar zouden blijken. Hierover later meer.

Minder ingrijpen, grotere tevredenheid

Continuïteit van zorg door de verloskundige is een van de pijlers uit de KNOV-visie De verloskundige in 2030 en tevens onderwerp van een nieuwe position paper die de International Confederation of Midwives (ICM) onlangs publiceerde over Midwife-led Continuity of Care (MLCC). ‘De kern hiervan is dat één verloskundige of een klein team van verloskundigen een vrouw begeleidt tijdens de zwangerschap, bevalling en kraamperiode’, zegt Liselotte Kweekel, tot voor kort beleidsadviseur internationale zaken bij de KNOV en coauteur van bovengenoemde position paper. Sinds kort werkt Liselotte voor de ICM. Liselotte: ‘Deze vorm van zorg leidt tot betere uitkomsten, minder medische interventies, meer tevredenheid bij vrouwen en minder kosten.’

Dát continuïteit door verloskundigen werkt, daar is wetenschappelijke consensus over. Wat cijfers op een rij: de Cochrane review uit 2016 liet zien dat vrouwen die binnen een MLCC-systeem zorg kregen, 16% minder kans hadden hun baby te verliezen, 19% minder kans om hun baby voor 24 weken zwangerschap te verliezen, 24% minder kans op een premature bevalling, 15% minder kans hadden op een ruggenprik, 10% minder op een kunstverlossing, 16% minder kans op een knip en 5% meer kans op een spontane vaginale bevalling. Er was geen verschil in het aantal keizersneden, ook werden er geen significante nadelen gevonden.

Niet één manier

Het is volgens Liselotte evident dat continuïteit met 106 zorgeenheden per jaar niet haalbaar is; de werklast van Nederlandse eerstelijnsverloskundigen is ongekend hoog. Liselotte: ‘Continuïteit biedt niet alleen voordelen voor de barende vrouw en haar partner, maar óók voor de verloskundige. In een MLCC-systeem ervaren zij meer voldoening en is er minder uitval door ziekten als burn-out. In bijvoorbeeld Groot-Brittannië hebben verloskundigen rond de 35 zorgeenheden. Daar begint elke afgestudeerde verloskundige in het ziekenhuis te werken en kan ze pas bij meer ervaring, zelfstandig in de wijk werken. Zij kunnen daardoor ook vrouwen met medische complicaties tijdens de baring bijstaan; ze zijn opgeleid om bijvoorbeeld een CTG te beoordelen. In IJsland idem dito: ook na overdracht blijft de verloskundige in 9 van de 10 gevallen bij de barende vrouw. Heeft een Britse verloskundige veel vrouwen met complexe zwangerschappen, dan schroeft ze haar caseload naar beneden. Dat kan alleen als je daar financiële compensatie voor krijgt. Als continuïteit het uitgangspunt is, gaat een zwangere vrouw alleen naar de gynaecoloog voor een specifiek onderzoek of een specifieke complicatie, maar behoudt ze ook haar verloskundige. In Nieuw-Zeeland en Canada doen ze dat ook zo. Continuïteit van zorg door verloskundigen kan op verschillende manieren vorm krijgen.’

‘Dát continuïteit van zorg door verloskundigen werkt, daar is wetenschappelijke consensus over’

Systeemverschuiving

Liselotte heeft goede hoop dat de position paper kan bijdragen aan een systeemverschuiving, al was het maar omdat de KNOV met de paper bij stakeholders – van ministerie tot verzekeraars, en van andere beroeps-verenigingen tot lokale overheden – kan aanschuiven. ‘Zo kunnen we laten zien dat deze visie internationaal breed gedragen wordt. Dat helpt tijdens gesprekken over bijvoorbeeld het verlagen van het aantal zorgeenheden of financiële compensatie voor verloskundigen die na een overdracht bij de barende blijven. In Nederland staan we met ons systeem al 1-0 voor. Continuïteit is immers al realiteit voor een groot deel van de vrouwen dat in de eerste lijn bevalt. De grootste winst is te behalen bij vrouwen met een medische indicatie en na een overdracht.’

Over de schutting

Weer even terug naar mijn eigen bevalling. Onze derde dochter werd, net als haar zussen, thuis geboren. Dat was niet vanzelfsprekend. Door een medische indicatie was volgens protocol het advies om in het ziekenhuis te bevallen. Toch thuisbevallen was een van de lastigste beslissingen die ik ooit heb genomen.  Eén die ik nooit had kúnnen nemen als mijn verloskundige niet al die tijd aan onze zijde bleef staan. Zij gooide ons niet ‘over de schutting’, maar hielp ons de kluwen aan vaak tegenstrijdige informatie te ontwarren. Ze luisterde. Nam ons serieus. Stelde kritische vragen en gaf ook kraakhelder haar eigen professionele grenzen aan: omdat ik haar 100% vertrouwde, was ik zonder mitsen of maren naar het ziekenhuis gereden als zij dacht dat dat veiliger was. Elk jaar op de verjaardag van mijn dochter, stuur ik haar een recente foto en vertel ik wéér hoe dankbaar ik nog steeds ben dat ze er onvoorwaardelijk voor ons was. 


Achter de schermen: Ineke Kremers

Tekst: Ineke Kremers, 2021-04

Voordat ze bij de KNOV kwam werken, had Ineke Kremers haar eigen bedrijf. Vanuit huis ondersteunde ze ondernemers als virtueel assistent. Toen ze in 2020 bij toeval op de website van de KNOV belandde, kwam ze de vacature voor officemanager tegen. Die bleek haar op het lijf geschreven.

Je was toe aan iets nieuws?

‘Daar stond ik inderdaad voor open, want doordat ik altijd thuiswerkte miste ik een team. Een baan in de geboortezorg leek me mooi. Enkele jaren daarvoor was ik moeder geworden van Janne en ik zat in de moederraad van mijn regio. Vanuit die interesse belandde ik ook op de website van de KNOV. Toen ik de vacaturetekst las, voelde ik me meteen aangesproken. Mijn werkervaring bleek relevant voor de functie, en de visie van de KNOV – continuïteit van zorg en de vrouw centraal – sprak me aan.’

Wat houdt je werk precies in?

‘Ik ondersteun onder meer de communicatieafdeling. Ik zorg dat de nieuwsbrieven verstuurd worden, aanpassingen op de website worden doorgevoerd en ik pak allerhande organisatietaken op. Ook houd ik me bezig met de organisatorische kant van de trainingen. Ik zorg dat leden zich kunnen inschrijven, dat trainingsruimtes gereserveerd worden en dat de trainers weten wat ze moeten doen. Daarnaast krijg ik samen met de andere officemanagers – Marieke en Rosa – de telefoontjes binnen, waardoor ik ook veel contact met de leden heb. Leuk om te merken hoe gepassioneerd verloskundigen over hun vak zijn. Al met al afwisselend werk dus, dat vraagt om veel ballen in de lucht houden en om creativiteit. En dat vind ik er zo leuk aan; bij de KNOV is het nooit saai.’

Wat doe je als je niet aan het werk bent?

‘Sinds een aantal jaar ben ik actief in de moederraad. Zo dacht ik mee over het issue of er wel of geen reanimatietafel op de bevalkamer moest komen. En momenteel kijken we of wij ook aan kunnen sluiten bij de Werkgroep Voorlichting. Mooi als wij – als moeders – daarover mee kunnen denken. Verder heb ik dus een dochter van vier, ben ik lid van een toneelvereniging waar ik ook bestuurslid ben en sport ik twee keer per week. En ik heb een moestuin verderop in de straat. Ik hou ervan lekker actief te zijn. Nu Janne naar school gaat, heb ik daar ook weer meer tijd voor.’ 


Update

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2021-04
90 jaar Moeders voor Moeders

Moeders voor Moeders bestaat 90 jaar. Corina Suppers, woordvoerder namens Moeders voor Moeders: ‘We waarderen de samenwerking met verloskundigen. Urine blijft nog steeds nodig om wensouders te helpen de kans op het geluk van een zwangerschap te vergroten. Via verschillende kanalen proberen we daarom zoveel mogelijk vrouwen te bereiken. Onze mediakit biedt diverse uitingen die ook jij kunt gebruiken voor je website en/of socialmediakanalen.’ 

Auditcommissie Maternale Sterfte

De Auditcommissie Maternale Sterfte en Morbiditeit NVOG (AMSM) is ontstaan uit de samenvoeging van de Commissie Moedersterfte NVOG (1981) en de NethOSS (Netherlands Obstetric Surveillance System) in 2015. De commissie heeft als opdracht factoren die van invloed zijn op moedersterfte en ernstige maternale morbiditeit in Nederland te bestuderen. Dit gebeurt door middel van een Confidential Enquiry. De AMSM bestaat uit gynaecologen (in opleiding), een verloskundige en een anesthesioloog. De data worden goed beveiligd en anoniem geregistreerd onder de paraplu van Perined. Elke maternale sterfte (tot 1 jaar postpartum) verdient een analyse om ervan te leren voor de toekomst! Je kunt een casus melden via de NethOSS-contactpersoon van jouw regio of via info@nethoss-perined.nl.

In memoriam: Joke de Kort

Op 5 september overleed mr J.H. de Kort, Joke voor haar vele vrienden. Joke is twintig jaar betrokken geweest bij de Klachtencommissie KNOV. Ze was een scherp jurist, maar verloor nooit de menselijke maat uit het oog. Bij het intreden van de Wkkgz werd de Klachtencommissie Geschilleninstantie Verloskunde. Joke begeleidde de transitie, waarna ze afscheid nam. 

Vernieuwde KNOV-website

Half november is de vernieuwde KNOV-website gelanceerd. Om toegang te krijgen moet je eenmalig je wachtwoord aanpassen. Je hebt hierover een mail ontvangen van leden@knov.nl. Check ook je spam! Fase 1 van de nieuwe website is hiermee afgerond: een grondige make-over. De verloskundige staat nu centraal in beeld, en de navigatie – met minder niveaus – zorgt voor gebruiksgemak. Vanaf de homepage kun je nu bijvoorbeeld direct naar de Registers en zoek je eenvoudig in Richtlijnen & Standaarden. Via MijnKNOV kun je interessegebieden aangeven om specifiek nieuws te ontvangen. Ook handig: je kunt zonder opnieuw in te loggen, van MijnKNOV naar PE-online! Fase 2 (eind december 2021) bestaat uit het toevoegen van een zelflerende zoekmachine. Voor een deel is de content al geactualiseerd, maar in fase 3 komen ook onder meer richtlijnen en standpunten aan de orde. Dat vergt nu eenmaal meer tijd. Er is al een start mee gemaakt. Heb je tips of suggesties? Laat het weten via info@knov.nl.

PIL: praktische website voor professionals in de preconceptiezorg

Preconceptiezorg biedt mogelijkheden om risico-factoren op ongunstige zwangerschapsuitkomsten al voor de zwangerschap aan te pakken. Maar welke adviezen geef je precies? De Preconceptie Indicatielijst (PIL) is daarom aangepast naar een handige tool, namelijk de website www.preconceptieindicatielijst.nl. Op deze bruikbare website worden aanbevelingen gegeven met betrekking tot onderwerpen als medische anamnese, obstetrische voorgeschiedenis, erfelijkheid en leefstijl. De aanbevelingen zijn direct toepasbaar en achtergrondinformatie is eenvoudig op te zoeken. De PIL is ontwikkeld door de KNOV en andere beroepsorganisaties in de zorg op initiatief van CPZ. 


KNOV in actie: Recap

Tekst: Eveline Mestdagh, 2021-04

De wetenschappelijk adviseurs van de KNOV geven antwoorden op vragen van KNOV-leden. Iedere editie lichten we een paar van die wetenschappelijk onderbouwde antwoorden in het kort toe. Heb je zelf ook een vraag? Stel deze dan gerust via de helpdesk. De adviseurs je helpen je graag op weg!

AROM in eerste lijn na ballon-/foleykatheter

In 2019 werd een wetenschappelijk advies gegeven omtrent het inleiden buiten het ziekenhuis, door middel van een ballonkatheter. Onlangs werd een aanvullend advies gegeven over een amniotomie in de thuissetting. De huidige literatuur geeft aan dat het gebruik van een foleykatheter in de thuissituatie, gevolgd door amniotomie, veilig is en mogelijk zou kunnen leiden tot 33% minder baringen in de tweede lijn, van de inleidingen die in de eerste lijn begeleid kunnen worden. Er zijn aanwijzingen dat bij circa 85-87% van de vrouwen de baring spontaan op gang komt binnen 12-24 uur na amniotomie, na een foleykatheter in de eerste lijn. Gebruik van de foleykatheter in de eerste lijn kan een bijdrage leveren aan verlaging van de druk op de geboortezorg in het ziekenhuis en een toename van de continuïteit van de zorg.Bij implementatie van de foleykatheter en aansluitend amniotomie in de eerste lijn, is het belangrijk dat de uitkomsten van deze zorg worden geregistreerd en geëvalueerd, omdat grote studies hiernaar en peer-reviewed artikelen hierover nog ontbreken.

Finse/Noorse methode ter preventie van perineumschade

Voor het tweede advies gingen de wetenschappelijk adviseurs op zoek naar nieuw bewijs voor de invloed van de implementatie van de Finse methode op het aantal OASI (obstetric anal sphincter injury). De vier fasen binnen de Finse manier van werken werden opnieuw verhelderd. Hierbij staat aandacht voor training op communicatie, tempo en visualisatie van het perineum voorop. Er zijn best veel publicaties verschenen rond deze methode, die allen aangeven dat er een daling is van het aantal OASI. In deze publicaties ontbreekt steeds een controlegroep, waardoor vergelijking met andere methodes niet opgaat. Omdat de Finse methode uit vier onderdelen bestaat, is het onduidelijk welk van de onderdelen eventueel zou leiden tot een daling van OASI. Daarnaast blijkt dat de invoering van de Finse methode heeft geleid tot een stijging in het aantal episiotomieën en wordt een minder gunstige rugligging hiervoor aangeraden. Concluderend stelt het advies dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs is voor een invoering van de Finse methode als standaard zorg tijdens de uitdrijving.

Aspirine en bloedverlies

Naar aanleiding van het derde advies van de wetenschappelijk adviseurs, wordt de counseling rond Aspirinegebruik ter preventie van pre-eclampsie aangepast. Ook eventuele nadelen worden toegevoegd. Zo kan een inname van een lage dosering Aspirine tijdens de zwangerschap mogelijk leiden tot een licht verhoogd risico op maternale bloedingen. Vrouwen die Aspirine gebruiken hebben circa 15% kans op bloedverlies >500 ml, vergeleken met circa 14% voor vrouwen die geen Aspirine gebruiken in de zwangerschap. 


Achter de schermen: Marieke Dijkstra

Tekst: Marieke Dijkstra, 2021-3

Marieke Dijkstra is een van de drie officemanagers bij het bureau van de KNOV. Binnenkomende telefoontjes worden onder hen verdeeld en daarnaast heeft iedere office­manager een eigen takenpakket. Marieke houdt zich vooral bezig met HRM-taken en de ondersteuning van de directie.

Wat vind je van de KNOV?

‘Een leuke organisatie om bij te werken! De situatie is wat anders dan anders natuurlijk, door het vele thuiswerken. Van de week was ik een dag op kantoor. Aan het einde van de dag zeiden mijn communicatie-collega Kristi en ik tegen elkaar: volgens mij is dit de eerste keer dat we elkaar in het echt zien. Best gek. De baan zelf is ontzettend leuk. Ik krijg veel vrijheid om dingen op te pakken. Ik koos voor de KNOV, omdat het geen gespreid bedje zou zijn en we alles nog op moesten zetten.
Ik houd van regel- en uitzoekwerk. Daarnaast heb ik bij de organisatie van bijeenkomsten vaak leuk contact met verloskundigen, stakeholders en medewerkers. Het was het afgelopen jaar hard werken, maar we hebben een mooie start gemaakt!’

Voor welk deel van die start ben jij verantwoordelijk?

‘Mijn belangrijkste rol is om Charlotte de Schepper te ontzorgen. Ik beheer haar agenda en zorg dat ze goed voorbereid haar afspraken in kan. Ik heb een goede band met haar en kan fijn met haar samenwerken. Als ze iets aan mij vraagt, dan komt het goed! In heel veel wat het afgelopen jaar nieuw is opgezet heb ik een ondersteunende rol gehad. Aan het begin was ik vooral druk met HRM-zaken; ik was betrokken bij de werving van nieuwe medewerkers, regelde de introductieprogramma’s en zorgde dat de contracten in de salarisadministratie werden verwerkt. Maar ook in de opzet van nieuwe systemen heb ik een aandeel gehad.’ 

Wat deed je hiervoor?

‘Ik heb in meerdere internationale organisaties en zelfs in het vastgoed gewerkt. Dat zijn dynamische bedrijven waar je snel moet schakelen en waar veel gebeurt. Dat stuk zocht ik ook in een nieuwe functie en dat is bij de KNOV goed gelukt!’

Hoe ziet je leven er verder uit?

‘Ik woon met mijn gezin in Soest. We hebben een dochter van negen en een zoon van dertien. Ik heb een haat-liefdeverhouding met sport; er zijn periodes dat ik liever een film kijk op de bank, maar nu heb ik weer genoeg energie voor mountainbiken, bodyshape, pilates en boksen. Ook ben ik actief als teammanager van het hockeyteam van mijn dochter. Ik ben gek op wintersport en in het weekend kun je me vinden in de Soesterduinen.’ 


De KNOV, dat zijn we samen

Tekst: Charlotte de Schepper, 2021-3

Toen ik in 2019 bij de KNOV startte, was er een herpositionering en organisatie- ontwikkeltraject gaande. Dit bood de kans om stil te staan bij de leden, het bureau, de veranderingen in het zorglandschap en de ontwikkelingen in de geboortezorg. Deze herpositionering en het organisatie-ontwikkeltraject maakten ook duidelijk hoe die veranderingen en ontwikkelingen op een goede wijze zijn door te vertalen binnen de KNOV, nu en in de toekomst. Dit leverde een organisatieplan op, waar ik als kersverse directeur van de KNOV – in de eerste fase ondersteund door een paar externen – mee aan de slag ging. Ik laat graag zien waar de KNOV nu staat.

Aan het organisatieplan lag een aantal punten ten grondslag: Het veranderende zorglandschap. Zorg is belangrijk, maar de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid staan onder druk. Er vindt een beweging plaats naar zorg dicht bij de cliënt en naar zorg met eigen regie. Dit geldt ook voor de geboortezorg. De regio is hierdoor steeds bepalender geworden, dat is de plaats waar de zorg aan de zwangere vrouw wordt geleverd. De primaire oriëntatie van de KNOV moet dan ook gericht zijn op zorg in de regio: bij de zorgverleners, de moeder en het kind. 

Daarnaast heeft de KNOV regie nodig om bij te kunnen dragen aan kwalitatief goede geboortezorg, zowel in het landelijke als regionale speelveld. Landelijke activiteiten – zoals visie- en beleidsontwikkeling, onderzoek en politiek bestuurlijke beïnvloeding – moeten dan ook ondersteunend zijn aan de lokale zorg. De leden van de KNOV hebben aangegeven dat zij betrokken willen zijn bij de regionale en landelijke ontwikkelingen. Het is ook zeker nodig dat hun inhoudelijke kennis goed gehoord wordt om beleid op te maken in de geboortezorg. 

De KNOV wil inspelen op de veranderingen in het zorglandschap, maar uiteraard ook resultaat boeken. We moeten ons daarvoor samen met de leden proactief aanpassen aan de ontwikkelingen in de geboortezorg. 

Kortom, het bureau moet goed zicht hebben op wat zich in de regio afspeelt en, nog belangrijker, een bijdrage leveren aan de kwaliteit van zorg in de regio’s. Hierbij is een vertegenwoordiging van de beroepsgroep in het regionale speelveld essentieel. Met de coronapandemie hebben we dit versneld kunnen realiseren, doordat in alle regio’s verloskundigen aangesloten zijn in de ROAZ-en. 

Het proces

De zes senior programmamanagers zijn inmiddels bekende gezichten op jullie beeldschermen. Jammer dat door corona de kennismakingen niet ‘gewoon’ bij jullie in de praktijk of het ziekenhuis hebben kunnen plaatsvinden. Zodra het mag, komen ze graag langs.  

Jullie, de leden van de KNOV, zijn werkzaam in de regio. Daar vindt de geboortezorg plaats. Die zorg wordt op verschillende manieren en op verschillende plaatsen geleverd. Die verschillen willen we omarmen. De mooie voorbeelden halen we op, om te delen, te leren en te ontdekken. De senior programmamanagers zijn daarom altijd op zoek naar jullie goede voorbeelden uit de regio, maar vernemen ook waar de issues liggen. Alle programmamanagers kennen de belangrijke punten van elkaars expertisegebied en nemen die weer mee de regio in, naar jullie. Hun expertise, gecombineerd met hun generalistische insteek zorgt ervoor dat je met al je vragen – algemeen, maar ook verdiepend als dat nodig is – bij jouw programmamanager terechtkunt. 

Alle medewerkers op het bureau zijn betrokken bij de uitvoering van het jaarplan. Dit doen we samen met jullie in diverse werkgroepen en commissies. Ideeën, issues en al het andere wat jullie kwijt willen, halen we op in de regio. Dit delen we op het bureau en nemen we vervolgens mee naar landelijke tafels. Wat we daar horen, nemen we weer mee terug naar het bureau, waarna het met de regio gedeeld wordt.

We zijn een vereniging voor en door verloskundigen. Van onze leden komt de verloskundige kennis! Zo werken we als bureau – waar onder andere juridische, economische, politieke en bedrijfskundige kennis aanwezig is – met elkaar samen om passend bij de missie en de visie aan het jaarplan te werken.

Blijven bouwen aan goede geboortezorg

De coronapandemie heeft veel van jullie gevraagd. Er is ontzettend hard gewerkt en er is veel veerkracht getoond, om ondanks de maatregelen, de zwangere vrouw zo goed mogelijk te begeleiden.

Het organisatieplan uitvoeren moest ook op een andere manier. We waren net gestart met de reorganisatie van het bureau toen corona alle aandacht opslokte. We zijn een vereniging met leden, een bestuur en een bureau. Als je ergens iets verandert heeft dat invloed. Met het bestuur werk ik zeer nauw samen. Met hen neem ik de zaken door die spelen. Ik informeer hen en vraag hen om advies. Het is prettig en goed om nauw samen te werken. Ook met de leden werken we nauw samen. Het jaarplan wordt uitgewerkt in werkgroepen en commissies binnen de diverse programma’s en ook bij het bureaumanagement en team communicatie zijn leden in werkgroepen en commissies actief. Van leden hoor ik dat ze het ook leuk vinden om een bijdrage te kunnen leveren aan de verloskundige zorg via onze vereniging. Onze leden zijn terecht trots op hun vak, op hun beroepsgroep. We zijn met elkaar de vereniging en hoe meer leden een actieve bijdrage leveren, hoe sneller we onze doelen behalen. Iedereen die lid is en iets bij wil dragen, kán ook bijdragen. Er is nog genoeg te doen, kom je talenten inzetten! Dan maken we er samen iets moois van. #samensterk voor de geboortezorg. 

Vorig jaar hebben we de eerste stappen in dit organisatie-veranderproces gezet. De grote lijnen vormgegeven door te reorganiseren, een meerjaren- en jaarplan te maken, een beleidsrijke begroting vorm te geven, het bureau opnieuw in te richten, de samenwerking met de leden te bespreken en vast te leggen, enzovoorts. Voor jullie is het niet anders, de praktijk loopt door terwijl de wereld om jullie heen verandert en meer en meer van jullie vraagt. Vanuit de KNOV willen we er graag voor jullie zijn. Met het team op het bureau ben ik de eerste grote lijnen die we vorig jaar hebben opgezet, verder aan het inkleuren naast de inhoudelijke zaken die onze aandacht behoeven. Waar we samen met jullie hard aan werken. 

We zijn er nog niet. We zitten midden in een proces, waarbij ik met een organisatieplan in mijn achterzak bouw aan een solide bureau. Samen met jullie en met het bestuur wil ik een bijdrage leveren aan de goede geboortezorg, waar verloskundigen zo’n belangrijke taak in vervullen. Verloskundigen zijn met hun holistische opleiding de poortwachter van de geboortezorg: jullie coördineren en bewaken het zorgproces. Jullie beschikken over het netwerk om sociale verloskunde mogelijk te maken. Jullie bewaken de fysiologie en zorgen voor continue, goede en veilige begeleiding tijdens de zwangerschap en geboorte. Aangevuld met specialistische zorg als dat nodig is. De KNOV wil jullie ondersteunen waar dat nodig is. Samen versterken we elkaar. 


Geslaagd

Tekst: Academies, 2021-03

De KNOV feliciteert alle nieuwe verloskundigen en heet hen van harte welkom in onze beroepsgroep!

Academie Verloskunde Maastricht (AV-M)
Demi Aarts, Anne Abels, Christianne Adetona, Emma Bakker, Diede Bronkhorst, Jolene Damoiseaux, Dette van der Heijden, Elrieke van Hunen, Hanneke Steinmann
Kimberly Scott, Kiki Dollevoet, Iris Hazeleger, Trisha Joosten, Maud de Mönnink, Jasmijn Naus, Fleur Peeters, Pleun Smit, Anisa Vossen
Myrthe van den Berg, Maud van den Boomen, Eefje Bossink, Ester van den Broek, Kim Feleus, Iris Rommen, Marije Vellinga, Romi Vroemen, Merel van Zutphen, Krissie Houterman
Verloskundige Academie Rotterdam (VAR)

Eva Hiep, Liselot van den Hurk, Roos Pekaar, Louissienne Troncon, Sisel Verbeek, Nadine Vink, Roos van de Berg, Michaela de Wit, Guusje Poolman, Brechtje Geers, Sandra Kunst, Jaymie van Loenen, Nora Kwakernaak, Arwen Zwijnenberg, Ilse van Oosterom, Anna Westerbeke, Laure Kelder, Rosemarie Kuijt, Priscilla Opoku, Kirsten van Niedek, Jantine Schild, Mila van der Beek, Merel den Besten, Elzelien Breukel, Desteney de Bruin, Dide Colak, Anniek Hartog, Marleen de Kievit, Laura Lust, Luca Metselaar, Hanneke de Mooij, Merel Taal, Miriam Vega, Kim Visser, Janine Voordendag, Lina Wang, Esther Zwaal, Melissa Zwalua

Academie Verloskunde – Amsterdam en Groningen (AVAG)

Groningen
Anne Beijen, Iris Homan, Nienke de Haan, Elise van Benthem, Milou Schepers, Julia Zwiers, Nienke Boersma, Emily Tros, Hetty Stienstra, Ilse Drijfhout, Anouk Schagen, Marit Kenter, Anna-Gré Idsinga, Lidewij Bangma, Lisa Roebersen, Hieke Aman, Rebecca Tijhof, Liz Wijlens, Julian Huijgen, Loes Adema, Grace Walinga, 

Amsterdam
Samar Ebrahim, Elianne van Randen, Davita van den Heuvel, Kaylee Haneveld, Claire van Hemel, Maxime Cenin, Britt van de Polder, Sam van der Zee, Tamar Nelson, Mandeepika Singh, Anika Mesman, Tisha den Otter, Nienke van Breda, Simone Bothe, Amylie Jansen, Saskia van Bronswijk, Jessica Hillebrand, Fleur Winkel, Jol Breukers, Alida Roskam, Ester Verhoeven, Arjanne Verbeek, Caren Hakkenberg, Sthéfanne van Nes, Oumaima Tagnaouti Moumnani, Samira Mijnen, Esmée HellingSimone Meier, Wil-Anne Schut, Bente Meijerink, Sara Nasser, Marloes van der Beek, Ira-Lisa ter Beek, Belinda van der Klis, Margaret Hoezen, Julia Aartse, Annemijn de Haas, Kelsey Helling, Monique Reijn, Melissa Blom, Anne Fleur de Gans, Debra de Gruijter, Nikki Oosterveen, Frances van den Brakel, Eline Blomberg, Marlijn Kranendonk, Sharon Sijlbing, Madyasa Vijber, Simone Lagerwaard, Jasmine de Vries

Masteropleiding Physician Assistant – uitstroomprofiel Klinisch Verloskundige (MPA-KV)

Berna Dictus - Ikazia Ziekenhuis Rotterdam
Nicole ter Huurne - Streekziekenhuis Koningin Beatrix Winterswijk
Mireille Post - Tjongerschans ziekenhuis Heerenveen
Femke Bouma - Tjongerschans ziekenhuis Heerenveen
Keetje van der Klooster - Peters Amphia Breda
Isabelle Grillis - Bakker Leids Universitair Medisch Centrum Leiden
Malou Hommes - Noordwest Ziekenhuisgroep Alkmaar
Danielle Bais - Noordwest Ziekenhuisgroep Alkmaar
Michelle Nieuweboer - Dijklander Ziekenhuis Hoorn-Purmerend
Simone Cobelens - OLVG West Amsterdam
Esther Wesselink - Deventerziekenhuis Deventer
Els Kruit - Deventerziekenhuis Deventer
Evelyne van Driel - EramusMC Rotterdam
Hanneke Munten - van Dijk RadboudUMC Nijmegen
Audrey Collignon - Leenders RadboudUMC Nijmegen
Elke Lindenbergh - van der Koelen Admiraal de Ruyter Ziekenhuis Goes
Maud de Winter - Visser Diakonessenhuis Utrecht
Anita Nijkamp - Bettman Ziekenhuisgroep Twente Almelo
Nina van Dijk - Hagaziekenhuis Den Haag
Carolien Schockman - Hagaziekenhuis Den Haag (opleiding) ZGT Almelo (nu)
Louisa Hoogmoed - Zaans Medisch Centrum Zaandam
Marjo Nissinen - Medisch Spectrum Twente Enschede
Nikki van Herk - IJsselland Ziekenhuis Cappelle aan den IJssel
Margot de Moor - Bravis Bergen op Zoom
Manon Michielsen - Jacobs Bravis Bergen op Zoom
Vivian Hofman - Groene Hart Ziekenhuis Gouda
Anouk Mertens - Elkerliek Ziekenhuis Helmond
Relinde Paters - Zuyderland Sittard
Jorien Cleveringa - Nije Smellinghe Drachten 

Een selectie van de gediplomeerden die afstudeerden aan de MPA-KV bij de Hogeschool Rotterdam. Zij dragen nu de internationaal erkende titel Master of Science (MSc).

 


Gezicht achter de KNOV: Patricia Jansen ‘Lijnoverstijgende ­samenwerking onmisbaar voor preventie’

Tekst: VRHL content en creatie, 2021-3

Begin dit jaar startte Patricia Jansen als Senior Programma Manager (SPM) op het dossier Preventie bij de KNOV. In de tussentijd heeft ze al veel op de rit gekregen. ‘Ik moet opletten dat ik niet meteen álles wil oppakken.’

‘Gezondheidszorg heb ik altijd interessant gevonden. Na mijn middelbare school twijfelde ik om de studie Gezondheidswetenschappen te gaan doen, maar koos uiteindelijk voor Milieu-epidemiologie. Ook tijdens die studie bleef het gezondheidsaspect me trekken. Mijn promotieonderzoek deed ik naar het effect van luchtverontreiniging op het ontstaan van allergieën en astma bij kinderen in de basisschoolleeftijd.’

Verbinder

‘Direct na mijn studie ging ik werken bij een districts huisartsen vereniging (DHV, hier zijn de huidige ROS’en uit ontstaan). Toen Ziekenhuis Rivierenland in Tiel iemand zocht die de samenwerking tussen huisartsen en het ziekenhuis kon verbeteren, heb ik daar gesolliciteerd. Veertien jaar was ik eerstelijnscoördinator, met als doel ervoor te zorgen dat de eerste en tweede lijn elkaar makkelijker konden vinden. Ik faciliteerde de verbinding en hield me onder andere bezig met de regionale transmurale afspraken die de huisartsen en het ziekenhuis maakten. En met het ontsluiten van meer diagnostiek voor de huisartsen, waardoor ze bijvoorbeeld voor een inspannings-ECG niet meer naar de cardioloog hoefden te verwijzen, maar deze diagnostiek onder eigen verantwoordelijkheid zelf konden aanvragen. Ik was in dienst van het ziekenhuis, maar vooral aan het begin zagen de ziekenhuismedewerkers mij als iemand ‘van de huisartsen’. Ik heb me altijd onafhankelijk opgesteld en heb samen met mijn team een mooie samenwerking teweeggebracht. Compleet met een tweejaarlijkse nascholing, website, app met alle transmurale afspraken en een smoelenboek. En vooral: korte lijnen.’

Inhoudelijk niveau

‘Na twee functies bij huisartsenzorggroepen, hoorde ik eind vorig jaar over de openstaande vacature bij de KNOV. Het duale aspect van de functie sprak me aan; als landelijke vereniging zit je dichter bij het vuur waardoor je meer van betekenis kunt zijn en voor – en met – leden werkt. En tegelijkertijd werk je op regionaal niveau door het contact met je ‘eigen’ regio. Waarbij je behoorlijk de diepte en inhoud kunt opzoeken. Ook was ik erg geïnteresseerd in hoe de geboortezorg voor elkaar leek te hebben wat in de chronische zorg nog niet lukt, namelijk een regionale organisatie met populatiebekostiging.’

Van patiënt naar cliënt

‘Bij de start begin dit jaar was ik verbaasd over het lage percentage bevallingen dat nog thuis plaatsvindt. Toen ik zelf beviel van mijn twee zonen, die nu de puberleeftijd hebben, was in mijn ogen thuisbevallen de norm, en ging je alleen naar het ziekenhuis als het niet anders kon. Nu lijkt dit andersom. En tegenstrijdig aan het werkveld waaruit ik kom; in de chronische zorg, in de ouderenzorg, eigenlijk bij alles wordt er nu tussen eerste en tweede lijn steeds meer gefocust op juiste zorg op de juiste plek (JZOJP), waarbij er steeds meer zorg ‘naar beneden zakt’. We proberen zorg uit het ziekenhuis te krijgen de wijk in, daar waar dat verantwoord is. In de geboortezorg lijkt het tegenovergestelde aan de gang te zijn, met het risico op medicalisering. Ik wil me bij de KNOV graag hard maken om dit proces bijgestuurd te krijgen. Terug naar het mantra dat een zwangere vrouw een cliënt is tenzij het tegendeel is bewezen, in plaats van een patiënt tenzij het tegendeel is bewezen. Met daarbij een duidelijke en geformaliseerde rol voor de klinisch verloskundige, en een goede samenwerking met niet alleen het ziekenhuis en de kraamzorg, maar ook het sociaal domein en andere eerstelijnspartners.’

Positieve Gezondheid en Kansrijke Start

‘Het eerste half jaar heb ik veel tijd gestoken in het inwerken op Kansrijke Start. Het is een actieprogramma van de overheid, waarbij gemeenten subsidie kunnen aanvragen voor een lokale coalitie. Maar ook op landelijk niveau is VWS druk met wat ze noemen de ‘borgingsagenda’. Vanuit de KNOV probeer ik bij de juiste onderwerpen aan tafel te zitten, zodat we als beroepsgroep mee kunnen bepalen en er geen zaken over ons worden beslist. (Lees pagina 30 voor een mooie case over Kansrijke Start, red.) Een van de onderwerpen is het signaleren van kwetsbare zwangere vrouwen, maar een handelingsperspectief is net zo belangrijk. Wat kun je doen als je een kwetsbare zwangere gesignaleerd hebt? Een ander, daarop aansluitend belangrijk onderwerp is Positieve Gezondheid; we kijken of we een vervolg kunnen geven aan de gratis trainingen die we dit jaar vanuit de Kwaliteitsgelden geven. Ik heb dit alles geschaard onder de pijler sociale verloskunde van mijn programma Preventie. De vraag is: wat verstaan we daaronder? De definitie moeten we eerst met elkaar helder krijgen, net als onze ambitie op dit gebied: waar willen we naartoe?’

Leefstijl

‘Leefstijl is de tweede pijler; een belangrijk onderdeel van preventie. We hebben het Nationaal Preventieakkoord ondertekend, wat betekent dat we de belangen van zwangere vrouwen op dit gebied beter kunnen behartigen. Alles wat we op het gebied van roken, alcohol en voeding doen – denk bijvoorbeeld aan Rookvrije Start en het project Vroegsignalering Leefstijl en Zwangerschap – valt onder deze tweede pijler van mijn programma.’

Volumenorm naar 35

Als derde pijler hebben we nog de bevolkingsonderzoeken. Met de start van het eerste trimester SEO is ook daar beweging. Een mooie mijlpaal is de volumenorm counseling prenatale screening, die we wisten terug te brengen van 50 naar 35. Zoals jullie zien is het programma Preventie breed en omvat het veel. Ik wil graag als KNOV slagkracht behouden en daarom moet ik oppassen dat ik niet teveel tegelijkertijd oppak. Ik roep onze leden op om te helpen bij de prioritering, samen met mijn klankbordgroep Preventie. Wat is voor jou nú van belang?’

Patricia Jansen - Senior Programma Manager - DOSSIER: Preventie - REGIO: Zuidoost - pjansen@knov.nl

De boekenkast van Patricia

Heb je ooit een Teams-gesprek met Patricia gevoerd? Dan zag je waarschijnlijk haar boekenverzameling als achtergrond. ‘Ik ben zo iemand die als de bibliotheek een opruiming houdt en alle boeken voor één euro wegdoet, met tassenvol thuiskomt.’ Haar huidige top tien boeken op een rij:

  1. Sapiens - Yuval Noah Harari
  2. In de zee zijn krokodillen, het waargebeurde verhaal van Enayatollah Akbari – Fabio Geda
  3. Het verboden rijk (en alle andere boeken van) – J. Slauerhoff
  4. Papegaai vloog over de IJssel – Kader Abdolah
  5. De blikken trommel – Günther Grass
  6. Anna, Hanna en Johanna – Marianne Fredriksson
  7. De grot van de gele hond – Byambasuren Davaa, Lisa Reisch
  8. De geluiden van de eerste dag – A. Koolhaas
  9. Wild – Cheryl Strayed
  10. Achter de rug van God – Thijs Feuth

 


Wil je jouw ­wetenschappelijke artikel publiceren?

Tekst: KNOV, 2021-03

In iedere editie van De Verloskundige is ruimte voor één of meer wetenschappelijke artikelen. Wil je dat jouw artikel in De Verloskundige verschijnt en/of op de website tijdschrift.knov.nl? Houd je dan zo goed mogelijk aan de onderstaande richtlijnen; dat vergroot de kans op publicatie.