Diversiteit in gender en geaardheid: is dat bespreekbaar in de geboortezorg?
De vorige editie van De Verloskundige stond in het teken van diversiteit. Mooie reacties kregen we op de open en kritische verhalen over verscheidenheid in cliënten en zorgverleners. Maar over diversiteit in gender en relaties werd niet geschreven, merkte Dieuwke Ottens (Verloskundigenpraktijk De Verbinding en consulent seksuele gezondheid NVVS) terecht op. Samen met Dieuwke kwam dit artikel tot stand, waarin diverse cliënten en zorgverleners in de geboortezorg hun visie geven op diversiteit in gender en geaardheid.
Dieuwke trapt af:
‘Ik onderstreep het statement van de organisatie Roze in Wit* en heb naar aanleiding van een gevolgd symposium, op Instagram aangegeven dat wij als praktijk oog hebben voor diversiteit. Verheugd was ik dan ook dat – kort nadat ik deze scholing volgde – De Verloskundige het thema ‘diversiteit’ had. Maar ook zo teleurgesteld was ik om -nergens iets te lezen over diversiteit in gender en geaardheid. Passend bij onze praktijk-visie probeer ik steeds de verbinding tussen mijn beide beroepen te zoeken. In de zorg naar cliënten en hun partners, maar zeker als verloskundige/consulent seksuele gezondheid NVVS, streef ik ernaar om seksuele gezondheid een meer vanzelfsprekend onderdeel te laten zijn binnen het vak verloskunde. Vandaar dat ik het zo belangrijk vind dat dit onderwerp in De Verloskundige besproken wordt. Juist de toenemende diversiteit binnen onze samenleving verrijkt mijn werk en leven als verloskundige en consulent seksuele gezondheid NVVS. Mijn tip voor andere verloskundigen: heb oog voor diversiteit binnen de zorg door oprechte interesse. Stem je zorg af op specifieke doelgroepen of zorg voor een netwerk van deskundigen op dit gebied. Maak zichtbaar – bijvoorbeeld via Instagram of je website – dat er ruimte is voor diversiteit en inclusiviteit.’
De moeite waarmee we mensen konden vinden voor dit artikel, toont aan hoe gevoelig dit onderwerp voor sommigen nog is. Om dezelfde reden zijn de namen van de geciteerde personen in onderstaande artikelen geanonimiseerd.
Cliënt
‘Wij zijn een koppel, bestaande uit een cisvrouw (cisgender is de benaming voor mensen die zich prettig voelen bij het geslacht dat ze kregen bij geboorte, red.) en een transman. Wij hebben moeten accepteren dat wij biologisch gezien samen geen kinderen kunnen krijgen. Dit is een proces wat je samen doorloopt. Wat wij heel fijn vonden is dat onze verloskundige prettig en positief reageerde toen wij vertelden dat wij met behulp van een spermadonor in verwachting zijn geraakt. Zij gaf ons niet het idee dat dit iets ‘geks’ is en vroeg ons of wij het fijn vinden als dit in ons dossier kwam of niet. Wij vinden het heel prettig dat dit eruit kon worden gelaten, omdat het volgens ons verder ook niet relevant is hoe dit kind biologisch is verwekt. Het is van ons samen; wij zijn de vader en moeder.
Wat wij graag mee willen geven aan andere verloskundigen, is dat het fijn is om behandeld te worden als volwaardige ouder. Ook al is dit biologisch gezien misschien anders.’
Verloskundige in opleiding
‘Dat soort dingen zie je hier niet vaak’, grapte de verloskundige nadat een cliënt op de intake vertelde dat zij biseksueel en polygaam was. Twee dames en een heer zaten tegenover ons en ik voelde de sfeer negatiever worden. Die opmerking viel niet goed. Ik had het graag voor hen opgenomen door te zeggen: ‘Dat valt best mee, ik ben zelf ook biseksueel.’ Maar de gedachte dat de cliënt zich niet meer prettig bij mij zou voelen omdat ik ook op vrouwen val, stopte mij. Dit kan toch anders?’
Cliënt
‘Binnen ons zwangerschapstraject hebben wij geen moeite ervaren om over onze
seksuele geaardheid te spreken. Wel merkten we dat het verloskundig traject en de -informatieverstrekking niet wordt aangepast bij een relatie buiten de standaard man-vrouw-relatie. Dit terwijl het zwangerschaps-traject een heel ander begin kent, vaak via de ‘niet-natuurlijke’ weg met behulp van een donor. Digitale formulieren – die je zeker in deze coronatijd vaak toegestuurd krijgt – zijn ingestoken op de 'standaard'. En twee weken na de aangifte, werd geconstateerd dat ons kind niet onze gedeelde achternaam zou kunnen dragen, omdat we ervoor -hadden gekozen dat ik zwanger zou raken. Daardoor krijgt het kind standaard de naam van de meemoeder, ook al zijn wij getrouwd en dragen wij allebei mijn achternaam. -Niemand heeft ons binnen het traject verteld dat we hier aandacht voor moesten hebben en dat we dit vooraf bij de aangifte via de burgerlijke stand hadden moeten aanvragen.’
Gynaecoloog in opleiding en lid van Roze in Wit
‘In de geboortezorg is toenemend aandacht voor diversiteit; vaak betreft dit culturele diversiteit. Seksuele diversiteit en relatie- en genderdiversiteit komt weinig aan de orde, terwijl het wel om veel mensen gaat. Zo’n negen procent van de populatie is niet cisgender en/of niet heteroseksueel! Deze groep heeft ook specifieke vragen en problemen, bijvoorbeeld rondom erkenning van een kind in een regenbooggezin. Ook kunnen er soms drempels zijn om hulp te (durven) vragen vanwege angst en/of ervaring van onbegrip of discriminatie door hulpverleners. Het vergroten van awareness en kennis hierover bij verloskundig zorgverleners kan veel verschil maken.’
Eerstelijnsverloskundige
‘Ik werk momenteel in een gebied met een overwegend allochtone populatie en ik kies er vaak voor om niet open over mijn geaardheid te zijn. Ik heb ook lange tijd in een gebied gewerkt met een hoger opgeleide Nederlandse populatie. Daar kwam het weleens ter sprake; daar vond ik het makkelijker om er open over te zijn. Ik ben zelf net bevallen en als je kijkt wat er aan informatievoorziening is, dan wordt er meestal van een man-vrouwrelatie uit gegaan. Ook de formulieren in het ziekenhuis zijn gericht op man-vrouwrelaties. De zorgverleners zijn hier in de stad wel gewend om vrouw-vrouwrelaties te begeleiden. Cliënten hebben naar mijn idee ook geen moeite om er open over te zijn. We hebben weleens te maken met samengestelde gezinnen. Bijvoorbeeld een lesbisch stel met een homostel of een alleenstaande zwangere met co-ouderschap met een homostel. Superfijn dat dit mogelijk is in Nederland.’
Cliënt
‘De geboortezorg is over het algemeen nog niet bekend genoeg met gender- en seksediverse zorg. Dit komt niet per se door onwil van de zorgverlener; het komt eerder door gebrek aan kennis. Dit heb ik vooral gemerkt bij dagelijkse eerstelijnszorg. Ik denk ook dat veel andere wensmoeders van hun kinderwens afzien, omdat er zoveel juridische stappen en regels zijn. Zelf heb ik daar ook over gepiekerd. Gelukkig wordt het wettelijk gezien wel steeds beter mogelijk. De beste oplossing voor draagmoeders en wensmoeders of -vaders is een ‘draagmoederregistratie’ in een te ontwikkelen register van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Want eerlijk gezegd, zie ik als wensmoeder een behoorlijke barrière om aan een vriendin te vragen of zij draagmoeder wil zijn voor mij. Het is dan een fijne uitkomst dat er vrouwen zijn buiten mijn sociale netwerk die mij willen helpen met het krijgen van een kind.’
*Roze in Wit
Roze in Wit staat voor meer zichtbaarheid van diversiteit (in seksualiteit, sekse en gender) in de zorg. De stichting is in 2018 opgericht en bestaat uit LHBTI+ artsen (i.o.) en ‘straight allies’. Elke arts die deze diversiteit belangrijk vindt, kan zich aansluiten. De missie is meer acceptatie door middel van zichtbaarheid, het vergroten van kennis en het verbeteren van communicatieve vaardigheden.
Het uiteindelijke doel is meer veiligheid en kwaliteit voor hulpverleners en cliënten/patiënten. Een woordvoerder van Roze in Wit zegt: ‘We hopen dat ook andere hulpverleners zich gaan verenigen en dat we dan samen op kunnen trekken – we zijn met vijf artsen begonnen.’
Verloskundige in opleiding
‘Zelf voel ik mij redelijk vrij om mijn seksuele geaardheid te bespreken met andere verloskundigen. Ik denk dat met name de nieuwe lichtingen verloskundigen een van de meest open, begripvolle soort mensen zijn. Gelukkig maar, want steeds vaker worden er kinderen verwelkomd in regenboogfamilies! Zoals we weten kijkt niet iedereen positief naar relatie- en genderdiversiteit, dus om deze reden zou ik mijn persoonlijke ervaring hiermee niet aan cliënten vertellen. Het is natuurlijk heel vervelend dat je niet eerlijk kunt zijn over wie je bent, maar in dit geval staat het voorop dat de cliënt zich prettig voelt bij jou. Waar zeker verbetering in zou kunnen komen, is de kennis van verloskundigen op dit gebied. Er is meer dan hetero- en homoseksueel. Andere termen zoals panseksueel, cis-/transgender of polyamorie komen ook steeds vaker voor. Mijn tip: wees altijd alert op je woordkeuze. Heb het over ‘je partner’ in plaats van ‘je man’. En vraag onderling eerder ‘heb je een relatie?’ dan ‘heb je een vriend?’. Dit zijn van die dingen die je beter een keer te veel kan doen, dan een keer te weinig!’
Heb je vragen en/of opmerkingen over dit onderwerp? Neem dan contact op met de werkgroep diversiteit, inclusiviteit en anti-discriminatie van de KNOV. Mail naar info@knov.nl of bel 088 888 39 99.
Blijven leren: verdieping in schouderdystocie
Tekst: Manon Louwers, 2021-1
Klinisch verloskundige Bibi de Graaf-Highet maakt jaarlijks een opleidingsplanning. Collega’s kunnen opleidingen aandragen die zij graag willen volgen, Bibi maakt de selectie. Een van haar collega’s opperde de beroepstraining schouderdystocie bij Noorderzicht te volgen. ‘We vinden het leuk om ons te laten inspireren door andere zienswijzen, vanuit het perspectief van fysiologie.’
Bibi: ‘Als klinisch verloskundige krijg je veel trainingen in acute verloskunde en de dagelijkse routine. Het gaat al gauw over pathologie. Dat is ook belangrijk, want een groot deel van ons werk in de kliniek bestaat ook uit pathologie. Maar wij vinden het ook verfrissend en nuttig om geïnspireerd te worden door het fysiologische aspect van een bevalling. Daar sluit deze training goed op aan.
‘HET IS GOED OM DE THEORIE ACHTER JE HANDELINGEN TE KENNEN’
Tijdens de opleiding leer je de standaard handgrepen bij een schouderdystocie. Maar als je meer ervaring opdoet, leer en durf je kritisch te kijken naar het handelen dat je aangeleerd hebt gekregen. De afgelopen jaren is daar ook meer ruimte voor gekomen; om wat minder strikt met de protocollen om te gaan. Tien jaar geleden beviel een vrouw voornamelijk op haar rug in het ziekenhuis, daar kon je niets tegenin brengen. Nu zet ik de barende vrouw geregeld in wisselende houdingen. Je ziet dat dit effectief is, maar het is goed om de theorie erachter te leren en verdieping te krijgen in bekkenfysiologie, afmetingen enzovoorts.
In de training ging Rebekka uitgebreid in op de dynamiek van het bekken. Welke ruimte ontstaat er als de vrouw op handen en knieën komt te zitten? En wat gebeurt er met het bekken als ze in bad bevalt? Het is vooral een bevestiging en dat geeft vertrouwen. Mijn cliënt kan ik nu beter uitleggen waarom ze voor een andere bevalhouding zou kiezen. Daardoor geef ik haar meer autonomie over haar eigen bevalling. Ik merk dat mijn cliënten dat heel prettig vinden. Vaak is er al angst, doordat ze een grote baby verwachten of -diabetes hebben. Ze hebben het gevoel dat ze geen keuze meer hebben in de manier van bevallen. Het is prettig om vrijheid van bewegen te geven en daarin goed te kunnen motiveren waarom dat van belang kan zijn.
‘MIJN CLIËNT KAN IK NU BETER UITLEGGEN WAAROM ZE VOOR EEN ANDERE BEVALHOUDING ZOU KIEZEN’
Doordat ik meer inzicht en verdieping heb gekregen in de anatomie van de bekken, heb ik meer handvatten om de vrouw tijdens haar bevalling te motiveren verschillende houdingen aan te nemen. Geduld blijft een grote factor in de verloskunde en dus zeker ook bij een schouderdystocie.’
Training
Beroepsverdieping schouderdystocie
Inhoud
De werking van het bekken, het voorkomen van -schouderdystocie en de rol van fysiologie
Duur
Eén dag
Locatie
Amersfoort of Usquert
Docent
Rebekka Visser van trainingscentrum Noorderzicht
Cursist
Bibi de Graaf-Highet, klinisch verloskundige bij Isala
Boeken
Tekst: Eline Bosman, 2021-1
Preconception Health and Care: A Life-Course Approach
Het boek ‘Preconception Health and Care’ beschrijft een praktische, multidisciplinaire aanpak die verschillende professionals en medewerkers in de gezondheidszorg ondersteuning biedt. Het boek benadrukt het belang van de bevordering van de gezondheidszorg gedurende het hele leven, de invloed van intergenerationele gezondheid en het concept van de ontwikkelingsstimulans van gezondheid en ziekte in epigenetische processen en embryologie. De auteurs onderzoeken specifieke interventies in vier grote categorieën: levensstijl, infecties, voeding en anticonceptie/zwangerschapsplanning.
Auteur: Jill Shawe, Erica A.P. Steegers, Sarah Verbiest
Uitgever: Springer
ISBN: 978-3-030-31752-2
Prijs: € 76,29

Borstvoeding in Beeld
‘Borstvoeding in beeld’, een boek boordevol heldere en duidelijke illustraties, is samengesteld door vrijwilligers van Borstvoedingorganisatie La Leche League. Het boek laat je zien hoe een borst er van binnen uitziet, hoe een dwarsdoorsnede van een goede hap van een baby aan de borst eruitziet, maar bijvoorbeeld ook welke aanleghoudingen er allemaal zijn. Het geeft je informatie en technieken aan de hand van de illustraties en is een handvat voor iedereen die begeleiding biedt bij het geven van borstvoeding. Het boek gaat niet alleen in op de basiskennis, maar ook op alle mogelijke complexe situaties die bij het geven van borstvoeding een rol kunnen spelen.
Auteur: Borstvoedingorganisatie La Leche League
ISBN: 978-90-801223-9-0
Prijs: € 19,50
Neurology and Pregnancy Pathophysiology and Patient Care
‘Neurology and Pregnancy’ is een uitgebreide handleiding met een optimale werkwijze voor alle specialisten op het gebied van vrouwen met een acute of chronische neurologische aandoening. Het boek gaat in op preconceptiezorg, genetische counseling, zwangerschap bij patiënten met chronische neurologische aandoeningen en acute zwangerschapsgerelateerde neurologische complicaties. Deze onderwerpen zijn onderverdeeld in twee delen. Deel 1 verschaft je kennis over complexe neurofysiologische veranderingen in de zwangerschap en in deel 2 lees je meer over de chronische neurologische aandoeningen tijdens de zwangerschap. Elk hoofdstuk wordt geïllustreerd aan de hand van 1 á 2 cases.





