Vroedvrouw Margot over haar platform: ‘De waarheid bestaat niet’

Tekst: vrhl content en creatie, 2022-02

Margot van Dijk – of Vroedvrouw Margot, onder die naam kennen meer mensen haar – had niet per se verwacht dat zoveel mensen Vraag de Vroedvrouw zo snel zouden vinden. Maar binnen nog geen half jaar heeft haar informatieplatform al 450 betalende leden. In De Verloskundige 2.0 vertelt ze waarom ze gestart is en wat de kracht is van haar platform. 

Wie toegang wil tot Vraag de Vroedvrouw, betaalt een maandelijks bedrag van 15 euro. Je hebt dan onbeperkt toegang tot artikelen over uiteenlopende thema’s. Of 45 euro, dan mag je ook de masterclasses volgen. De artikelen zijn voor zwangere vrouwen en zorgverleners in de geboortezorg. De masterclasses zijn alleen voor de laatste groep, die tevens het grootst is. ‘Ik verwacht dat zo’n veertig procent zwanger is en zo’n zestig procent een geboortewerker’, vertelt Margot. 

Instagram

Het begon allemaal met haar Instagram-account. Die startte ze in 2019, toen ze ook haar solopraktijk begon. Ze kreeg meer zorgaanvragen dan ze aankon. Haar zorgcapaciteit bleek ontoereikend, dus besloot ze in ieder geval informatie voor iedereen beschikbaar te maken. ‘Er was nog geen plek waar genuanceerde informatie over zwangerschap en bevalling beschikbaar was in het Nederlands. Engelstalige websites waren er wel, maar dan moet je als zwangere vrouw dus in het Engels lezen én de artikelen zijn vaak op de niet-Nederlandse praktijk gebaseerd.’ Margots Instagram-account werd binnen korte tijd razend populair. Momenteel heeft ze 13.000 volgers.

‘Er zijn altijd argumenten vóór jouw standpunt te vinden’

Abonnementenmodel

Aan de 2.200 tekens die ze in haar Insta-captions kwijt kan, heeft ze niet genoeg. Zo ontstond het idee voor een website. ‘Ik had een blog in gedachten die gratis toegankelijk zou zijn. Maar ja, in één artikel zit zo’n zestig uur werk. Dat kan ik niet gratis gaan doen.’ Dus bedacht ze het abonnementenmodel. Winst maakt ze er (nog) niet mee, maar ze kan er wel de onkosten van betalen. Kosten bestaan onder andere uit de ontwikkeling van de website, haar eigen uren en de uren van haar collega’s. Want de artikelen schrijft ze met hulp van vijf collega-verloskundigen, al dan niet in opleiding. ‘Daarnaast gaan kosten onder andere naar een websitebouwer, een eindredacteur en illustratoren.’ 

‘Mijn mening doet er niet toe’

Margots verhaal in de media: Margot was te gast in meerdere podcasts en ook het AD wist haar te vinden. Een van de redenen van haar bekendheid is haar grote Instagram-netwerk. ‘Ik denk dat mensen mij volgen om de informatie die ik deel. Maar ik hoor ook van volgers dat zij mij na hun zwangerschap blijven volgen, om mijn ‘echtheid’. Ik deel veel; ook over mijn persoonlijke leven en ook als ik een mindere dag heb. Dat vindt men interessant. Overigens ontdekte een AD-journalist pas dat ik een groot Instagram-account heb nádat zij mij benaderd had voor een interview. Zij had een podcast met mij geluisterd; het werkt dus ook andersom. Als ze je eenmaal gevonden hebben, werkt publiciteit als een sneeuwbal.’
Bewijs

De informatie op Margots website kenmerkt zich door de kritische blik. ‘Met de artikelen wil ik de vraag stellen: welk bewijs hebben we voor wat we doen? Op die manier wil ik ruimte geven aan zwangere vrouwen om weloverwogen keuzes te maken die passen bij hoe zij in het leven staan. Ik wil laten zien dat medicalisering lang niet altijd de oplossing is. En ik wil verloskundigen en andere geboortewerkers ondersteuning bieden om hun cliënten te helpen een weloverwogen keuze te maken. Natuurlijk kunnen protocollen en richtlijnen helpend zijn. Maar ik heb gezien dat die niet altijd gebaseerd zijn op bewijs en soms cultureel bepaald zijn. Zo wordt in sommige landen veel sneller een episiotomie gezet dan in andere landen, zonder dat de uitkomsten beter zijn. En ook als er wél bewijs van zou zijn, vind ik het belangrijk dat cliënten zelf een keuze kunnen maken. Het is niet aan ons als zorgverleners om conclusies te trekken. Dat mag de cliënt zelf doen en daarom is het belangrijk om het bewijs dat er is volledig in beeld te brengen.’

Onafhankelijk

Zo kwam ook Margots artikel over Covid-vaccinaties tot stand, dat vorig jaar stof deed opwaaien. In het artikel omschrijft Margot op een onafhankelijke manier de voors en tegens van vaccineren tijdens de zwangerschap. En over het bewijs dat voor beide standpunten te vinden is. ‘Men zei dat ik tégen vaccineren ben. Maar daar heb ik me bewust nooit over uitgelaten. Ik vind mijn visie daarover ook helemaal niet relevant. Ik vind het belangrijk om zwangere vrouwen van eerlijke informatie te voorzien zodat zíj een keuze kunnen maken. Ongeacht hoe ik erin sta.’

‘Kijk verder’

Zorgverleners kunnen de artikelen gebruiken om hun cliënten te informeren, ‘maar zeker ook voor hun eigen professionele informatiebehoefte’, geeft Margot aan. ‘Ik had ervoor kunnen kiezen om me op een van de twee doelgroepen te richten, en bijvoorbeeld geboortewerkers buiten beschouwing te laten. Daar zou ik het mezelf wat makkelijker mee maken, want het kan best ingewikkeld zijn om artikelen te maken die voor verloskundigen én hun cliënten begrijpelijk en van toegevoegde waarde zijn. Anderzijds ben ik ervan overtuigd dat we naar onze cliënten dezelfde taal zouden moeten gebruiken als naar elkaar. We zijn allemaal mens. En de geboortezorg, die mag wel wat menselijker. Ik zou willen dat we verder kijken dan de richtlijnen en protocollen. Een vrouw met een wens buiten het protocol is niet per definitie lastig; misschien heeft ze wel gelijk.’ Ook wil ze zorgverleners meegeven om verder te kijken dan het standpunt dat ze in eerste instantie geneigd zijn in te nemen. ‘Nogmaals, de waarheid bestaat niet. Welk standpunt je ook inneemt; je zal altijd argumenten vóór jouw standpunt vinden. Maar luister ook eens naar de argumenten van iemand die er anders over denkt.’ 

‘Onze beroepsgroep heeft het hart op de tong, maar feedback is goed’

Verschillende smaken

In haar masterclass richt Margot zich op hoe je het werk in de geboortezorg werkbaar houdt. Een eerste onderdeel gaat over de geboortezorg, het vervolg gaat over de persoonlijke situatie – zoals de eigen positie – en het laatste stuk gaat over actualiteit, waarin onder andere aandacht is voor de integrale bekostiging. Ook de masterclass probeert Margot van alle kanten te belichten. ‘Dat maakt het ook pittig, want onze beroepsgroep heeft het hart op de tong; de chat wordt dan ook actief gebruikt. Feedback is goed, daar sta ik voor open. Het belangrijkste is dat we niet blind worden voor elkaars standpunt. Dat we van elkaar leren en dat we ook inzien dat het mooi is dat er zo veel verschillende meningen zijn. Zwangere vrouwen zijn er immers ook in alle soorten en maten, en met verschillende overtuigingen en behoeften.’


Ambassadeurs van de verloskunde

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2022-02

Als wij – verloskundigen – iets voor elkaar willen krijgen, dan moeten we het belang van ons vak uitdragen naar een breed publiek. Dat wordt al gedaan door een aantal ‘influencers’, die hun volgers op een laagdrempelige manier laten zien wat ons mooie vak inhoudt. Deze ‘ambassadeurs van de verloskunde’ laten we aan het woord over wat hen drijft.

Djanifa da Conceicao (De VerlosMoeder)

Toen verzekeraars in 2017 de vergoedingen voor eerstelijns verloskundige zorg fors verlaagden, voelde Djanifa zich genoodzaakt hiertegen ten strijde te trekken. Sindsdien verstevigt ze de positie van eerstelijnsverloskundigen. En breekt ze een lans voor de beschikbaarheid van deze zorg en bijbehorende informatie, met name voor kansarme vrouwen. Momenteel is ze voorzitter van de Zorggroep SAAM, waar ze substitutie van de zorg naar de eerste lijn in Rotterdam-Zuid organiseert.

In 2019 werd Djanifa zelf moeder. De problemen die ze ondervond met het geven van borstvoeding, lieten haar realiseren dat zíj dan over de nodige informatie beschikte om alsnog borstvoeding te kunnen geven, maar dat veel vrouwen dat geluk níet hebben en ook niet de mogelijkheid hebben om aan deze informatie te komen.‘Ik wilde betrouwbare informatie op een laagdrempelige manier en gratis aanbieden. Dus startte ik in 2020 mijn YouTube-kanaal De Verlosmoeder, waar ik in eerste instantie tips deelde over borstvoeding.’ 

‘Er zijn genoeg manieren om onze rol zichtbaar te maken’

Inmiddels is haar YouTube-kanaal uitgegroeid met video’s over uiteenlopende onderwerpen, staat er een podcastserie online, heeft haar Instagram-account ruim 22.000 volgers en schrijft ze een boek dat volgens de huidige planning eind dit jaar uitkomt. ‘Met één medium kan je niet iedereen bereiken’, verklaart Djanifa. 

Kennis delen is haar primaire doel. Dat ze daarmee ook een podium voor het verloskundige vak biedt, is mooi meegenomen. ‘Ik krijg berichten van meiden die niet wisten wat het vak van verloskundige inhoudt en nu zelf de opleiding volgen. Zo leuk! Maar het is ook een noodzaak dat wij het belang van onze rol laten zien. Hoe meer verloskundigen zich zichtbaar maken, hoe moeilijker beslissers in Den Haag om ons heen kunnen.’ 

Djanifa heeft een tip voor andere verloskundigen. ‘Ik ben me ervan bewust dat het niet voor iedereen comfortabel voelt om van alles te delen op social media. Er zijn genoeg andere manieren om onze rol zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld door initiatieven in de wijk te starten. Dat kan samen met de gemeente; daar zijn veel subsidies voor beschikbaar. Zie je dat steeds minder vrouwen borstvoeding geven? Dan zou je samen met de gemeente en andere partijen kunnen kijken hoe je de voorlichting daarover kunt aanpassen. Daarmee los je niet alleen het borstvoedingsprobleem op; je laat er ook mee zien wat jij als verloskundige voor de gemeenschap betekent!’

Doete Reitsma (Verloskundige Doete)

Doete laat zien dat ook klinisch verloskundigen het beste voor hebben met hun cliënten. ‘Met veranderingen als de integrale bekostiging, hoor je veel negatieve geluiden over het ziekenhuis. Ik wil graag ook de andere kant laten zien, want het ís niet alleen slecht. Ook wij hebben passie voor ons vak en onze cliënt. Wij hebben alleen andere uitdagingen; we moeten binnen zeer korte tijd een vertrouwensband met onze cliënt opbouwen, we borgen de fysiologie in onze samenwerking met gynaecologen, anesthesisten en andere specialisten en wij vormen het middelpunt om die samenwerking goed te laten verlopen. Dat is een rol om trots op te zijn. Dus ja, daar vertel ik graag over!’

Ze doet dat met name op Instagram, maar alles begon met de zwangerschapscursussen in coronatijd. ‘Verloskundigen hadden minder tijd voor controles, terwijl cliënten meer vragen hadden. Met mijn zwangerschapscursus kon ik alsnog de tijd nemen om mijn kennis over te dragen en mensen gerust te stellen. Daar was veel behoefte aan; de pilotgroep van mijn eerste zwangerschapscursus was binnen een week uitverkocht.’ Op Instagram beantwoordde Doete tijdens livesessies brandende vragen van volgers. Het zorgde ervoor dat haar bereik van 1.000 volgers binnen enkele weken groeide naar 5.000 volgers. Inmiddels is ook dat aantal bijna verdubbeld. ‘Mooi aan Instagram is dat je direct feedback krijgt. Toen ik deelde dat ik zelf zwanger was, merkte ik dat er veel behoefte was aan de ervaringen die ik als zwangere vrouw opdeed.’ Ze begon De 9 Maanden Podcast, waarin ze elke week haar ervaringen deelde. Een serie afleveringen met een meer tijdloos karakter; iedere vrouw die nú zwanger is kan de afleveringen terugluisteren.

‘We mogen laten zien wat we weten en kunnen’ 

Waarom ze doet wat ze doet? ‘Omdat ik als verloskundige heb gemerkt hoe belangrijk een goede voorbereiding is. En dan vooral de combinatie van kennis en ontspanning. Maar dus ook omdat ik het geluid van de tweede lijn wilde laten horen. Ik wil cliënten bewust maken dat ze keuzes hebben, ook in het ziekenhuis. Dat je bevalling niet mislukt is als het in het ziekenhuis gebeurt en dat het helpt als je je ook op dat scenario goed hebt voorbereid. Een reden om mijn kennis te delen is ook omdat ik vind dat we ook best mogen laten zien wat wij allemaal weten en kunnen. Ik heb passie voor het vak en wil dat op zoveel mogelijk manieren delen. Daarin mogen we ook best de negatieve kanten delen; hoe stressvol en verdrietig het soms kan zijn. Zelf vind ik dat nog weleens lastig richting zwangeren. Ik vind dat Marlies Koers dat in haar boek heel mooi doet. Daarom ga ik geregeld met haar in gesprek via livesessies op Instagram. Zo versterken we elkaar!’

Geke Beckerman en Solange Candeias (Zwanger & Zo)

Geke en Solange begonnen de blog ‘Life of a Midwife’ meer voor de fun dan uit noodzaak; ze wilden delen hoe het is om verloskundige te zijn. ‘Je werkt niet als verloskundige, maar je bént dat met hart en ziel’, zegt Geke. ‘Als iets zo’n belangrijk onderdeel van je is, vertel je daar graag over.’ 

‘Gelukkig vinden mensen het ook altijd leuk om naar verhalen over ons vak te luisteren’, lacht Solange. ‘Als je op een verjaardag vertelt dat je verloskundige bent, zijn alle oren gespitst en worden veel vragen gesteld. Die beantwoordden we in de blog en we deelden wat we op een dag meemaakten. Er zat een informatief element in, maar dat was nog niet zo belangrijk als dat nu is bij Zwanger & Zo.’ 

In 2020 zijn ze de podcast gestart. Zwanger & Zo vervangt Life of a Midwife deels, maar bestaat ook uit informatieve afleveringen en bevallingsverhalen. ‘Het idee was er al, want wij luisterden graag podcasts maar misten een podcast over ons beroep. De lockdown was de reden om door te pakken.’ Ze kochten een microfoon en met hulp van een handige vriend namen ze de eerste aflevering op. Geke: ‘Veel informatie over zwangerschap en bevallen is een beetje stoffig. Wij kletsen gewoon een half uur over een onderwerp. Lekker laagdrempelig en overzichtelijk, zonder moeilijke taal te gebruiken.’ Het doel is ook om zwangere vrouwen gerust te stellen. Solange: ‘Vrouwen zijn vaak angstig door de ellendige verhalen van anderen. Daarom laten wij onze cliënten over hun positieve ervaringen vertellen.’

‘Als je vertelt dat je verloskundige bent, zijn alle oren gespitst’

Voor verloskundigen die ook hun verhaal willen delen hebben Geke en Solange een tip: ‘Wees jezelf; of je nou een podcast maakt, boek schrijft of je verhaal deelt op Instagram. Wij werden pas bekender toen we ons persoonlijke verhaal gingen delen op Instagram, dát vinden mensen leuk en interessant om te volgen.’ 

Het Instagram-account van Zwanger & Zo heeft momenteel ruim 3.000 volgers. Dat bereik zetten Geke en Solange soms in om volgers bewust te maken van ontwikkelingen in de geboortezorg. Zo wijdden ze een podcast aan continuïteit en riepen ze volgers op de petitie van Noodalarm Geboortezorg te tekenen. ‘Wie weet dat we hier in de toekomst nog meer gebruik van maken…’

Marlies Koers (Sorry dat ik je wakker bel)

Het laatste hoofdstuk van haar eerste boek was – letterlijk – nog niet geschreven, of ze kreeg al gigantisch veel media-aandacht. ‘Ik had bij Beau gezeten en ik werd daarna uitgenodigd voor allerlei interviews en kreeg er ontzettend veel volgers bij’, vertelt Marlies Koers. Haar eerste boek – Dagboek van een verloskundige – verscheen in 2020. Het tweede boek – Sorry dat ik je wakker bel – een jaar later. ‘Tot dan toe volgden alleen familie en vrienden mij, dus dat was wel even wennen. De verhalen van verloskundigen intrigeren nu eenmaal. En ik denk dat er nog geen vergelijkbaar boek was. Wat er nog het meest op lijkt is Call the Midwife, maar dat gaat over de situatie in Londen, van ook nog eens best lang geleden.’

In haar boeken en inmiddels ook via social media en de evenementen waar ze spreker mag zijn, vertelt Marlies wat ze als verloskundige meemaakt. Een grote diversiteit aan verhalen van vrouwen die in het ziekenhuis bevallen, in bad en in de auto. En waar soms ook weleens iets misgaat. Tussen de verhalen door geeft ze wat achtergronden. ‘Mijn visie is dat zwangeren een fijnere zwangerschap en bevalling ervaren, als ze zich goed hebben voorbereid. Door al die verhalen te vertellen, laat ik hen zien wat de mogelijke scenario’s zijn en welke keuzes ze daarin hebben. Ik hoop dat ik zwangere vrouwen zo aan het denken zet. Ik krijg zelfs berichten van vrouwen die jaren geleden moeder werden, die aangeven dat het boek hen heeft geholpen bij de verwerking van hun eerdere bevalling. Die impact had ik van tevoren nooit kunnen voorspellen.’ 

‘Als een groter publiek weet wat wij doen, weten mensen ook waarom wij van waarde zijn’

Met haar verhalen laat Marlies ook zien wat het inhoudt om verloskundige te zijn. En wat de positie en rol van verloskundigen is. ‘Als een groter publiek dat weet, weten die mensen ook waarom wij van waarde zijn. En waarom het belangrijk is dat verloskundigen hun onafhankelijke positie behouden. Daarom vind ik het mooi dat steeds meer verloskundigen hun ervaringen delen. Dat doen we allemaal op een andere manier; de een via een podcast, de ander in een boek. Daarmee versterken we ons verhaal als beroepsgroep.’

Marlies heeft een tip voor verloskundigen die ook hun verhaal willen uitdragen. ‘Ga ervoor. Denk niet direct: dit is niet aan mij besteed, maar begin klein en doe dat op een platform – Instagram, Spotify, Youtube – waar jij je comfortabel bij voelt. Of schuif eerst eens aan bij de podcast van een collega, bijvoorbeeld.’


Slim zakendoen

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2022-01

Voor het runnen van een praktijk heb je ondernemersvaardigheden nodig. Deze rubriek helpt je op weg. Dit keer met tips voor slim ondernemen. Goede zorg verlenen aan zwangere vrouwen én een praktijk runnen: het zijn twee compleet verschillende banen. Waar lopen verloskundigen nu eigenlijk tegenaan en hoe kunnen eventuele toekomstige missers worden voorkomen? Een speedsessie slim zakendoen.   

Jelmer van Veenendaal werkt tien jaar als adviseur bij het financiële advieskantoor Sikking Advies en is gespecialiseerd in het advies aan verloskundigen en tandartsen. Daarnaast geeft hij workshops over de zakelijke kant van het vak op de academie Verloskunde in Amsterdam. Het valt hem op dat verloskundigen vaak een gebrek aan overzicht ervaren wanneer ze na hun studie als waarnemer beginnen of besluiten een eigen praktijk te starten. ‘Als je net begint, moet je – zowel als starter als beginnend mede-praktijkhouder – veel praktische zaken regelen,’ licht Jelmer toe. ‘Als waarnemer moet je je bijvoorbeeld inschrijven bij de KvK, je BIG-registratie en waarneemcontract regelen. Bij een startende praktijk moet je weer aan andere belangrijke zaken denken.

Liefde voor het vak

Volgens Jelmer is er niet zoiets als een ‘standaardcontract’. ‘Als starter is het bijvoorbeeld belangrijk om goed te kijken waar je je handtekening onder zet. Onlangs nog begeleidde ik een verloskundige die als waarnemer ging werken en van de praktijkhouder een contract kreeg met een versie uit 2011,’ vertelt Jelmer. ‘Dat kan echt niet, want de wetgeving van toen is inmiddels veranderd.’

Kijk ook altijd naar je opzegtermijn, is zijn advies. ‘Op dit moment zijn er heel weinig waarnemers te vinden. Stel dat je het niet naar je zin hebt in de praktijk en je hebt geen opzegmogelijkheid, dan kan de opdrachtgever zeggen dat je gewoon moet blijven zitten. Ik zie dat veel verloskundigen hun handtekening onder contracten zetten zonder dat ze precies weten wat ze tekenen. Ze houden superveel van hun vak, maar begrip van en inzicht in contracten, administratie en belastingzaken is niet altijd hun forte.’ Voor verloskundigen die een eigen praktijk gaan starten, is het volgens Jelmer van groot belang te zorgen dat je een contract afsluit met de grootste zorgverzekeraars in de buurt.

Vergoeding

Volgens Jelmer kunnen waarnemend verloskundigen die bij een praktijkhouder werken bewuster omgaan met de onderbouwing van hun diensten en tarieven. ‘Elk jaar wordt de vergoeding van de zorg-eenheden door de Nederlandse Zorg-autoriteit aangepast. Dat is wat grotendeels de omzet in een praktijk bepaalt. Het is goed om periodiek naar jouw rol in de praktijk te kijken. Misschien ben je echo’s gaan doen en heb je een meerwaarde voor de praktijk gekregen, dan is het belangrijk dat er een aanpassing komt op je vergoedingen. Wat ik verloskundigen wil meegeven, is dat ze zelf inzien wat ze waard zijn in de praktijk.’

Het leukste aan zijn vak? ‘De persoonlijke band die ik met mijn relaties opbouw. De kracht van verloskundigen is – in mijn optiek – dat ze goed naar hun gevoel kunnen luisteren. Ze weten vaak heel goed waar hun talent wél en niet ligt, en communiceren daar heel open over. Door de goedaardige natuur van de verloskundigen vertrouwen ze erop dat bijvoorbeeld een bepaald tarief of contract wel in orde zal zijn. Laat je goed adviseren en stel vooral alle vragen die je hebt.’

Top 5 zakelijke adviezen voor verloskundigen van Jelmer:

1. Zoek een adviseur waar je een klik mee hebt
Gaat er een keer echt iets mis, dan wil je hulp krijgen van iemand die jou en jouw situatie kent en begrijpt.  

2. Neem voldoende tijd voor het inrichten van jouw bedrijf als zelfstandig verloskundige
Wanneer je overweegt om als zelfstandige te gaan werken, neem dan voldoende tijd om bewuste keuzes te maken en laat je adviseren.

3. Onderschat de administratie en belastingaangifte niet
Zet je administratie goed op en houdt het maandelijks bij. Dat zorgt voor minder stress en minder tijd als je de stukken moet aanleveren.  

4. Laat je contract en tarieven controleren
De wet– en regelgeving verandert continu. Zorg dat je met de juiste versie modelovereenkomst werkt. Sluiten jouw tarieven aan bij jouw situatie en die van de praktijk?

5. Zorg voor balans in je leven
Bij het zorgen voor anderen, hoort ook het zorgen voor jezelf. Verzamel de juiste mensen om je heen bij wie je een goed gevoel hebt en bij wie je je verhaal kwijt kunt.

 


Foleykatheter in de eerste lijn

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2022-01

Inleiding met een foleykatheter kan in de eerste lijn, tonen verschillende onderzoeken aan en oordeelden onlangs ook de wetenschappelijk adviseurs van de KNOV. In Nederland zijn enkele eerstelijnsverloskundigen ermee aan de slag gegaan. Michelle van Schieveen is een van hen en is nauw betrokken bij een pilot in Utrecht, waarbij inleiding met een ballonkatheter plaatsvindt in samenwerking met de eerste lijn. 

In Utrecht is het capaciteitsprobleem groot. In een zoektocht naar de oplossing woog het escalatieteam in 2019 verschillende substitutiemogelijkheden tegen elkaar af. Meconiumhoudend vruchtwater, CTG en medicatiegebruik (deels) verplaatsen naar de eerste lijn passeerden de revue. En de foleykatheter, waarop de keuze uiteindelijk viel. ‘We zochten een makkelijk te integreren oplossing waarmee we op de korte termijn de grootste winst zouden halen’, vertelt eerstelijnsverloskundige Michelle van Schieveen. Zij was samen met de werkgroep Substitutie van haar vsv vanaf het eerste moment nauw betrokken bij de pilot en was ook degene die praktijken in de omgeving belde om te peilen hoe zij er tegenover stonden. ‘De nood was hoog, wisten alle verloskundigen uit de regio. Dus er kwamen wat kritische vragen – hoeveel tijd zijn we eraan kwijt, wat levert het ons op – maar iedereen stond welwillend tegenover de pilot.’ Zo’n twintig praktijken werkten mee. Dat maakt het extra jammer dat de pilot tijdelijk gestopt is. Daarover meer verderop in dit artikel.

Procedure

De pilot had betrekking op vrouwen met een laag risico, die tussen de 41+0 en 41+5 weken zwanger waren. De vrouwen hadden een electieve inleidingswens, op basis van naderende serotiniteit waarbij priming van de cervix middels foleykatheter gewenst was. De foley werd, net als anders, in het ziekenhuis geplaatst. De dag na het plaatsen van de foley brak de eerstelijnsverloskundige bij een bishopscore van ≥6 bij primipara en ≥5 bij multipara de vliezen. Als de zwangere vrouw na AROM in partu raakte binnen 24 uur, beviel zij net als elke zwangere onder begeleiding van de eerste lijn. Als de vrouw de volgende dag niet in partu raakte, werd zij verwezen naar de tweede lijn. Bij de opzet van de pilot overwoog het projectteam om ook de plaatsing van de foley in de eerste lijn te laten plaatsvinden, maar dat zou te veel voeten in de aarde hebben gehad. ‘Verloskundigen moesten hiervoor worden opgeleid. Dit was een mogelijkheid, maar kostte meer tijd terwijl we zochten naar een laagdrempelige manier van zorg verplaatsen. Vandaar dat we ervoor kozen om de foley wel gewoon in het ziekenhuis te plaatsen.’

Beverwijk

Helemaal als eerste in Nederland was Utrecht niet. De regio kon leren van ervaringen van eenzelfde soort pilotstudie in Beverwijk. Daar waren de uitkomsten positief. Van de 190 vrouwen bij wie een foleykatheter was geplaatst, beviel uiteindelijk 33% onder begeleiding van de eerstelijnsverloskundige. De 67% die wel in het ziekenhuis beviel, had veelal een verzoek tot pijnstilling (34%), meconiumhoudend vruchtwater (18%) of een niet-vorderende ontsluiting (15%). Amniotomie in de eerste lijn na poliklinisch plaatsen van een foleykatheter zorgde in Beverwijk voor een lagere beddendruk, voor kortere opnameduur en voor positieve feedback van de vrouwen. Bovendien was het percentage verwijzingen gelijk aan het landelijk gemiddelde.

On hold

Regio Utrecht werkte in hun pilot samen met de projectleider van de pilot in Beverwijk. ‘We hoefden het wiel niet helemaal zelf uit te vinden’, zegt Michelle. ‘Zij wees ons er bijvoorbeeld op dat we alle deelnames goed moesten registeren. En dat communicatie met alle betrokken partijen belangrijk was. We hebben informatiebrieven gestuurd en bijeenkomsten georganiseerd om iedereen zo goed mogelijk te betrekken bij de pilot.’ Toch verliep de samenwerking met de tweede lijn op dit gebied niet helemaal soepel. Michelle: ‘Vooral bij een verwijzing naar het ziekenhuis kwam het voor dat de tweede lijn het geen prettig idee vond dat zij een baring afmaakten waarvan zij de ins en outs niet kenden.’ De nieuwe situatie – de eerstelijnsverloskundige die tot dat moment verantwoordelijk was voor een inleiding met foleykatheter – zorgde ervoor dat niet alle ziekenhuizen zich prettig voelden bij de verwijzingen. Daardoor kwamen meer cliënten uit de pilot terecht bij het ziekenhuis dat nauw betrokken was bij de pilot. Zo zorgde de pilot in dit geval niet voor minder druk in dit ziekenhuis, maar juist voor extra druk. En dat in een tijd waarin het al steeds lastiger werd om de oplopende zorgvraag bij te benen. Om die reden werd de pilot in Utrecht tijdelijk gestaakt. ‘Ontzettend jammer’, vindt Michelle. ‘Maar begrijpelijk, op een moment waarop de capaciteitsdruk in de ziekenhuizen een toppunt heeft bereikt. Het liefst wil je dat alle ziekenhuizen achter de pilot staan en er net zo hard voor gaan, dan had het gewerkt. Maar doordat wij in onze regio drie VSV’s hebben, hebben wij ondanks een goede informatievoorziening niet alle ziekenhuizen enthousiast kunnen krijgen. Ik verwacht dat dat anders was geweest als we echt sámen, in één vsv, waren opgetrokken in deze pilot.’ 

‘Een makkelijk te integreren oplossing waarmee we op korte termijn de grootste winst zouden behalen’

­Michelle van Schieveen
Resultaten

Van november 2020 tot de stop in september 2021 zijn 68 vrouwen via de Utrechtse pilot bevallen. Van hen is 32% in de eerste lijn bevallen. 74% van hen was multigravida. Van de vrouwen die in de tweede lijn bevielen was dit 26%. Bij de meeste vrouwen die uiteindelijk in de tweede lijn bevielen, was sprake van meconiumhoudend vruchtwater (33%), gevolgd door een pijnstillingswens (24%) en een niet-vorderende ontsluiting (13%). ‘De resultaten komen redelijk overeen met die uit de Beverwijkse pilot en zijn veelbelovend. Ook cliënten zijn positief, zoals de dame die ondanks een foley, gewoon bij ons in bad kon bevallen. Dat is mooi. Nu de pilot gestopt is geven vrouwen ook aan dat ze dat jammer vinden, er wordt veel naar gevraagd. De pilot geeft vrouwen de kans om zelf te kiezen waar ze de bevalling willen laten plaatsvinden en het zorgt voor continuïteit van zorg. Ikzelf vind het ook heel fijn om deze bevallingen van begin tot eind te kunnen begeleiden. Het geeft meer voldoening en het is ook iets wat wij heel goed zelf kúnnen; deze zorg past heel goed in de eerste lijn. De dag na het plaatsen van de foley gaat de eerstelijnsverloskundige op consult bij de cliënt, dat is dus extra werk voor ons als eerstelijnsverloskundigen. In het protocol staat een streven om dat voor 12.00 uur te doen. Onze werkgroep heeft dat met een uur verlengd, zodat de kans groter is dat de dienstdoende verloskundige dit zelf kan doen.’ 

Belang van evidence

Michelle hoopt dat de pilot snel hervat wordt. ‘Er wordt regelmatig gekeken of we binnenkort weer verder kunnen. Het is ook belangrijk om weer te starten, zodat we kunnen aantonen dat deze zorg bij ons past en een van de oplossingen voor de capaciteitsproblematiek kan zijn. We hebben evidence nodig om ziekenhuizen het vertrouwen te geven dat wij deze zorg kunnen bieden. Ik roep de KNOV op om wetenschappelijke publicaties op dit gebied te bundelen en misschien zelfs met een draaiboek te komen. Zodat VSV’s die aan de slag willen met de foleykatheter in de eerste lijn, handvatten hebben en ziekenhuizen kunnen overtuigen van de rol die het protocol kan spelen in de substitutie van zorg.’ 

‘Het geeft meer voldoening en het is ook iets wat wij heel goed zelf kúnnen; deze zorg past heel goed in de eerste lijn’

Werkgroepleden

Andere leden van de werkgroep Substitutie van het VSV van Michelle zijn gynaecologen Petra Manger en Anneloes Ruifrok, O&G verpleegkundige Bep Truschel, klinisch verloskundigen Tara Hoet en Willemijn Wesseling, ANIOS Rosalie Meijer van Putten, kinderarts Sanne Hoeks en eerstelijns-verloskundigen Hannah de Klerk en Jasmijn Blijenbergh-Menereis.

De KNOV ontwikkelt dit jaar een richtlijn ‘inleiden in de eerste lijn’ waar in ieder geval het plaatsen van foley en AROM een onderdeel van zijn. Daarnaast start de KNOV binnenkort een project om te komen tot een toolkit, zodat regio’s zelf aan de slag kunnen met het implementeren van foley in de eerste lijn. Het wetenschappelijk advies geeft al een mooie opsomming van beschikbare wetenschappelijke kennis en ervaring rondom dit onderwerp. 

Vier praktijken samengevoegd tot één

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2021-04

In het centrum van Tilburg bestaat geen concurrentie meer tussen geboortezorgverleners. Sinds 2018 zijn de verloskundigenpraktijken, de gynaecologen en kinderartsen van de twee ziekenhuizen (die eerder al gefuseerd waren) en de plaatselijke kraamzorgorganisatie één. Onder de naam Fam werken alle zorgverleners samen in één digitaal systeem en volgens dezelfde afspraken. Bijna vier jaar later vertelt Fam-verloskundige Nieke Widdershoven hoe dat bevalt en hoe zo’n grote praktijk continuïteit borgt.

Geen ‘hun’ en ‘jullie’ meer. Geen financiële prikkels binnen de verloskundige teams. En samen de beste zorg leveren voor de zwangere vrouw, haar partner en hun kind. Alle partijen zagen het voordeel in van een systeem waarbij de focus ligt op de kwaliteit van zorg. Zonder dat een verloskundige rekening hoeft te houden met de verschillende manieren van werken van meerdere ziekenhuizen; daar zijn nu dezelfde afspraken over gemaakt. Er is minder kans op fouten tijdens een overdracht, doordat iedereen werkt in één gezamenlijk dossier – uiteraard volgens de AVG-voorwaarden. 

Nieke Widdershoven met een van haar cliënten
Eén worden

Een fusie tussen de geboortezorgverleners maakte het mogelijk. Vier jaar geleden werden de verloskundigen van de vier oorspronkelijke praktijken door elkaar gehusseld, waaruit vijf nieuwe verloskundige teams ontstonden. Ook een team gynaecologen is onderdeel van Fam. Voor een zo goed mogelijke overgang, zaten in elk team twee verloskundigen uit een ‘oude’ praktijk, zodat de cliënten die op dat moment zwanger waren, in ieder geval twee bekende gezichten zouden houden. Maar dat de continuïteit tijdens de overgang naar Fam iets minder was, daar was niet aan te ontkomen, geeft Nieke aan. ‘Gelukkig duurde die overgang maar negen maanden. Door twee collega’s uit de oude praktijk in ieder team te plaatsen, hebben we dit zo goed mogelijk ondervangen. Duidelijke communicatie – over de verandering – en een goede overdracht waren in die periode belangrijker dan anders. We hebben geen negatieve reacties gehad. Van cliënten horen we vooral dat ze heel blij zijn dat ze nu altijd bij ons terechtkunnen.’

Casemanager

De vijf teams bestaan ieder uit vijf tot zes verloskundigen, van wie één of twee waarnemers. Iedere cliënt heeft een ‘casemanager’; een vast aanspreekpunt bij wie ze altijd terechtkan. ‘Een mooi concept, waarover we iedere cliënt informeren. Toch wordt er maar een enkele keer gebruik van gemaakt. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de mate waarin we de cliënt informeren; dat kan uitgebreider. Nu we wat langer onderweg zijn met Fam, willen we het casemanagerschap een betere invulling geven en daar uitgebreider over informeren. Hoe weten we nog niet. Maar het kan een mooie manier zijn om – waar de behoefte zich voordoet – beter te voorzien in continuïteit.’ 

Haalbaarheid continuïteit

Continuïteit is dus belangrijk voor Fam. ‘Maar we zijn er nog niet’, geeft Nieke aan. ‘Natuurlijk lezen ook wij wetenschappelijke literatuur, waarin twee tot maximaal drie verloskundigen in een team wordt aangeraden. Dat kunnen wij niet waarmaken. We doen wat we kunnen. En we geven de cliënt de keuze in het aantal verloskundigen dat zij wil zien. Nu zien we regelmatig dat de zwangere de beschikbaarheid in haar agenda boven de continuïteit van twee tot drie verloskundigen verkiest. We kunnen in de toekomst meer sturen op dat kleinere aantal verloskundigen, door uitleg te geven over het belang van continuïteit door een kleiner team.’ 

Triagedienst

Wat zijn de succesfactoren van Fam? Nieke hoeft niet lang na te denken en noemt de triagist, die altijd aanwezig is om de spoedtelefoontjes aan te nemen. Elke verloskundige heeft eens per maand triagedienst. ‘Zij beoordeelt – ook ‘s nachts: wat is voor deze mevrouw het allerbeste op dit moment? Is dat de eerste of tweede lijn? En als het de eerste lijn is; waar kan ze zo snel mogelijk terecht? Uit de enquêtes blijkt dat onze cliënten dat waarderen. Ze geven aan het prettig te vinden dat – waar ze ook voor bellen – ze altijd iemand kunnen spreken of zien. En voor de dienstdoende verloskundigen is het prettig dat zij hun volledige aandacht op hun cliënt kunnen richten en niet continu gebeld worden.’

Verschuiving naar de eerste lijn

‘Ook is onze relatie met de gynaecologen verbeterd. We realiseren ons beter wat de meerwaarde van de andere lijn is en ervaren een sterker wij-gevoel; we zorgen nu echt sámen voor onze cliënten. Alle zwangeren – gezond of reeds bekend in het ziekenhuis – krijgen hun intake bij de verloskundige. Dus ook de vrouw die door een fertiliteitstraject zwanger is geworden, de vrouw die bij de internist liep met schildklierproblematiek en de vrouw die bekend was bij de neuroloog in verband met ms. Zij starten standaard in de eerste lijn en bevallen vaak ook bij ons. Daardoor heeft een duidelijke verschuiving naar de eerste lijn plaatsgevonden.’ Het aantal zorgeenheden is toegenomen en daarom heeft ieder team nu gemiddeld twee waarnemers. ‘We zitten onder de norm van 106 zorgeenheden per verloskundige, maar merken desondanks dat de werkdruk hoog is. We overwegen een extra team om nog meer tijd en aandacht aan de zwangere te kunnen besteden, zodat we de kwaliteit hoog kunnen houden. Op dit moment gaat dat nog goed.’

Meer begrip voor gynaecologen

De intensievere samenwerking met gynaecologen zorgt voor meer begrip voor elkaar, geeft Nieke aan. De medische visie van een gynaecoloog zorgde nogal eens voor onbegrip. ‘Nu zie ik hoe waardevol het is dat zij bij voorbaat al nadenkt over bepaalde risico’s, zoals de risico’s bij eiceldonatie. We houden elkaar scherp en leren van elkaar. En dat we in hetzelfde systeem werken, zorgt ervoor dat we belangrijke informatie nooit missen. Het succes van dat systeem staat of valt natuurlijk met de mate waarin de zorgprofessional zichzelf inleest. Dat kost tijd. Maar als het soms door capaciteit of geld lastig is om continuïteit te bieden, dan verminderen we wel het risico op fouten, wat vaak als argument voor het belang van continuïteit wordt gebruikt.’


WhatsAppen met cliënten: wees alert op de risico’s

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2021-04

Voor het runnen van een praktijk heb je ondernemersvaardigheden nodig. Deze rubriek helpt je op weg. Dit keer met tips voor WhatsApp-gebruik. Met cliënten appen is snel en laagdrempelig, maar mag het ook? Wat is – juridisch gezien – toelaatbaar en waar ligt een eventuele grens? Klarie de Boer, juridisch programmamanager bij de KNOV, deelt haar expertise. 

In de praktijk lijkt het steeds vaker te gebeuren; even snel tussendoor appen met een cliënt. Het is snel, makkelijk en kan eigenlijk overal. In principe is het je eigen keuze om dit communicatiemiddel wel of niet te gebruiken. Toch is het belangrijk je te realiseren dat je als verloskundige een beroepsgeheim hebt en te maken hebt met privacywetgeving.

Medische gegevens

‘Het gebruik van WhatsApp is niet verboden in de zorg,’ vertelt Klarie de Boer van de KNOV. ‘Maar het is wel goed te beseffen dat de Autoriteit Persoonsgegevens – de organisatie die toeziet op het naleven van privacyregels – het als niet veilig communicatiemiddel classificeert. In 2016 hebben zij al aangegeven dat WhatsApp als communicatiemiddel voor zorg-verleners niet geschikt wordt bevonden. Aan het gebruik ervan zijn risico’s verbonden en er zijn veiliger alternatieven, zoals bellen met een cliënt.’

De moeilijkheid zit hem in de vertrouwelijkheid van de gegevens van cliënten. Als zij met een verloskundige appen, dan is dat terug te voeren naar de persoon. En andersom ook: als je met je cliënt appt, is daaruit alleen al op te maken dat er contact is met een verloskundige nog los van de (vertrouwelijke) inhoud van het bericht. ‘WhatsApp schijnt gegevens te delen met bedrijven,’ licht Klarie toe. ‘Het is niet bekend waar die gegevens terechtkomen en hoe ze precies worden opgeslagen. Het is niet verstandig om als zorgverlener herleidbare gegevens van cliënten te delen via WhatsApp. Het is te ondoorzichtig wat ermee gebeurt.’   

Beroepsgeheim

Juridisch gezien zijn er natuurlijk ook gewoon regels. ‘Je beroepsgeheim houdt in dat je als verloskundige moet zwijgen over wat je tijdens je werk te weten komt over een cliënt. Zo kan iedereen erop vertrouwen dat de informatie die je als cliënt deelt, vertrouwelijk blijft,’ zegt Klarie. 

Ook de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) biedt duidelijke regels en richtlijnen over het waarborgen van privacygegevens en hoe hiermee om te gaan. ‘Zorgverleners mogen geen gegevens verstrekken aan anderen,’ vertelt Klarie. ‘Er is een aantal uitzonderingen, bijvoorbeeld personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de behandeling van de cliënt of personen die optreden als vertegenwoordiger van de cliënt. Denk aan een ouder, curator of mentor. Uitgebreide informatie hierover is te vinden in de KNMG-richtlijn Omgaan met medische gegevens.’ 

‘Het is niet verstandig herleidbare gegevens van cliënten te delen via Whatsapp’

Bewustzijn

Die regels worden soms in de waan van de dag vergeten en daarin kan een risico schuilen. ‘Als een cliënt je appt met een vraag, dan wil je vaak ook snel antwoord geven. Het is dan zaak goed op te blijven letten en bewust te zijn dat je dat volgens de regels doet,’ aldus Klarie. Als voorbeeld schetst ze de situatie dat een cliënt appt dat ze haar kindje niet meer voelt bewegen. ‘Dan zou je – in de drukte van een dienst – de neiging kunnen hebben hierover terug te appen. Maar voor medische aangelegenheden kun je beter een veiliger middel kiezen, zoals bellen,’ adviseert Klarie. ‘Via de app weet je niet waar het terechtkomt. Het kan gebeuren dat de cliënt haar telefoon ergens op tafel heeft liggen waardoor iemand meekijkt op het scherm op het moment dat het appje binnenkomt. Of een telefoon is gestolen. Met dit soort informatie blijft het spannend.’

Klaries belangrijkste advies is het vermijden van privacygevoelige informatie. ‘Als je met je cliënt een afspraak wil regelen via WhatsApp – de cliënt stemt ermee in en is zich bewust van de risico’s van WhatsApp – dan is er in principe niets aan de hand, er wordt geen medische informatie verstrekt. Wel blijkt hieruit dat er contact is met een verloskundige. Dus ook hier dien je zorgvuldig en bewust mee om te gaan,’ legt ze uit. ‘Het is vaak al zo normaal WhatsApp te gebruiken, dat het goed is om het er in de praktijk met elkaar over te hebben. Hoe wil je hiermee omgaan?’ Die keuze is aan jou.  


De toegewijde verloskundige uit goede moeders

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2021-3
Beeld: Flair - Mariel Kolmschot Fotowerken

‘Als we meer tijd en aandacht voor onze cliënten zouden hebben’, zegt Sylvia von Kospoth, ‘dan hoefden we ‘kwetsbare vrouwen’ helemaal niet via signaleringsinstrumenten op te speuren.’ We spreken Sylvia naar aanleiding van Teledoc KRO-NCRV Goede Moeders. In de documentaire is te zien hoe toegewijd Sylvia strijdt voor een eerlijke kans voor moeders van wie eerdere kinderen uit huis zijn geplaatst.

Enkele jaren geleden begeleidde Sylvia de regisseuse Jorien Nes van Goede Moeders. ‘Ze vond dat ik de verloskundige zorg op een indrukwekkende manier vormgaf. Daar wilde ze een film over maken. Het onderwerp ‘Goede Moeders’ ontstond tijdens het filmen.
In Goede Moeders zien we hoe intensief jouw contact met je cliënten is. Waar haal je die tijd vandaan?

‘De vrouwen die ik begeleid, zie ik niet enkel als cliënten. Ik ontmoet een vróúw en zij mogen ook mij ontmoeten. Dit is in het belang van veilige zorg aan moeder en kind. Daar is extra tijd en aandacht voor nodig. Wat dat me financieel oplevert, heb ik lang geleden losgelaten. Ik heb op de barricades gestaan voor extra vergoedingen voor het hebben van tijd en aandacht, onafhankelijk van de zogenaamde postcodegebieden in Nederland. De kwetsbare zwangeren wonen overal. In mijn zelfstandige praktijk bepaal ik gelukkig zelf de zorgtijd. Wat moet ik anders doen? Wachten totdat ik betaald ga krijgen? Dan zijn we jaren verder en daar hebben de zwangeren nu niets aan. Terwijl de extra zorg die ik geef bepalend is voor de rest van het leven van moeder en kind.’

Besteed je aan elke vrouw zoveel tijd?

‘Zonder vooringenomenheid zorg geven voorkomt onnodige verwijzingen, medicalisering en pathologisering. Daarom geef ik iedere vrouw meer tijd en aandacht. Zij ondergaat geen behandeling, maar ervaart zelfcontrole. Zij doet appèl op mijn medische, psychologische, en sociale begeleiding. Ik hanteer niet alleen vijftien minuten durende signaleringsgesprekken op basis van
vragenlijsten, met onder aan de streep een doorverwijzing, want wat gebeurt er na zo’n doorverwijzing? Vluchtige indicatiestelling creëert foutpositieven en foutnegatieven. Een vermoeden wordt snel een diagnose. Het scala aan integrale zorgverlenende
partijen en interne doorverwijzingen is nauwelijks te overzien. Als expert van de fysiologie kan ik dit voorkomen door samen met de vrouw een zorgvuldige en weloverwogen risicotaxatie te maken. Zij participeert in haar zorg en dit vergt zorgtijd. Waar nodig wordt samenwerking met ketenpartners opgezocht. Dit geldt voor iedere vrouw en in het bijzonder voor deze ‘verloren moeders’.

Waar houdt jouw verantwoordelijkheid op?

‘Ik ben verantwoordelijk voor de zorg die ik geef en voor al mijn verwijzingen. Als ik weet dat de vrouw niet angstig is, geen vragen meer heeft en als zij aangeeft niet terug te hoeven vallen op mijn verloskundige begeleiding, kan ik met een gerust hart de zorg afsluiten. De vrouwen die we zien in Goede Moeders, hebben hun vertrouwen in zorgverleners, de integrale zorg en jeugdzorg verloren. Ze zijn als de dood voor zorgverleners en vooral voor ziekenhuizen. Een of meerdere kinderen werden op niet gefundeerde gronden uit huis geplaatst en nu zij zwanger is, is ze bang dat ook dit kind haar ontnomen wordt. Een terechte angst, als je leest welke rapportage- en interpretatiefouten er gemaakt worden. Hoe vermoedens als feiten worden gepresenteerd, ook aan rechters. En hoe die niet worden hersteld als erop gewezen wordt. Ik ben moreel verplicht er voor deze ‘goede moeders’ te zijn.’

Wat zou volgens jou een oplossing zijn?

‘Met integrale zorg verschuif je verantwoordelijkheden. Dat maakt het mogelijk om van verantwoordelijkheden – de eigen cliënten die je doorverwijst – weg te kijken. Een suggestie voor een oplossing zou zijn: laten we ons als verloskundigen realiseren dat onze verwijzingen impact hebben op levensbepalende interventies die daaruit voortkomen. Protocollair wordt ons gevraagd zwangere vrouwen in een zorgpad te voegen, maar niet iedere vrouw komt hiermee tot haar recht. Een vrouw uit Goede Moeders -bijvoorbeeld, laat ik niet ‘los’ als ik haar verwijs naar de tweede lijn. Ik ga met haar mee en blijf op haar verzoek verantwoordelijk voor haar. De verantwoordelijkheid écht nemen wordt ons moeilijk gemaakt door de overheid, die inzet op gezondheidsbeheersing, centraliseren van zorg, overregulering en verregaande regionale sociale controle tot achter de voordeur. Daarmee verschuift de sociale prenatale regie richting JGZ en regionale zorgpartijen. Daarmee worden verloskundigen hofleverancier van de POPP (psychiatrie-, obstetrie- en pediatrie-poli) en jeugdzorginstanties. en jeugdzorginstanties en wordt kwetsbaarheid een verdienmodel. Wat vervolgens met onze zwangere vrouw gebeurt, kunnen we alleen maar raden. Daarmee werkt het nobele streven voor zinnige, zuinige zorg juist averechts. Binnen kleinschalige en autonome praktijken kunnen verloskundigen zelfstandig verantwoordelijkheid nemen en kritisch optreden waar dat nodig is. Maar binnen grote organisaties is hier nauwelijks ruimte voor. Terwijl dit wél van levensbelang is voor moeder en kind, getuige de vele reacties op Goede Moeders. Als je mij naar de oplossing voor de vrouwen uit Goede Moeders vraagt zeg ik: de integrale geboortezorg on hold zetten. Laten we eerst de keerzijde ervan agenderen.’ 


Het antenataal CTG: Ook voor jouw eerstelijnspraktijk

Tekst: VRHL content en creatie, 2021-03

In juni was de kogel door de kerk: verloskundigen in de eerste lijn mogen het antenataal CTG uitvoeren. Hoe interessant dit is voor de praktijk, vertellen Corine Verhoeven en Elise Neppelenbroek. Zij schreven een handboek voor het implementeren van het antenatale CTG in verloskundigenpraktijken.

Een succesvol zesjarig experiment in drie regio’s was voor Zorginstituut Nederland aanleiding om te besluiten dat verloskundigen in heel het land zelfstandig CTG’s mogen uitvoeren. De kritische evaluatie van de pilots, waarin voordelen van het antenataal CTG in de eerste lijn naar voren kwamen, heeft in belangrijke mate aan dit besluit bijgedragen. Zo bleek dat CTG’s aanbieden in de eerste lijn leidt tot 86% minder verwijzingen. Zwangere vrouwen gaven aan blij te zijn dat hun eigen verloskundige deze zorg kan bieden, dat ze een vertrouwd gezicht zien en dat er veel tijd genomen wordt voor uitleg. Ook worden de kortere reistijd, de mogelijkheid om snel geholpen te worden als voordelen genoemd. Bovendien bespaart CTG in de eerste lijn kosten1. 

Corine: ‘We hebben kritisch naar alle afspraken gekeken, betreffende scholing en samenwerking. Vanuit al deze afspraken hebben we een basisprotocol voor samenwerkings-, scholings- en kwaliteitsafspraken opgesteld, samen met zorgverleners uit alle lijnen. Dit protocol hebben we opgenomen in het handboek. Daarnaast vind je in het handboek de eerste resultaten vanuit ons onderzoek naar apparatuur en andere praktische feiten.’

Continuïteit

Elise: ‘Uit de evaluatie blijkt dat er genoeg redenen zijn om het CTG in de eerste lijn aan te bieden. Vooral als je continuïteit van zorgverlener belangrijk vindt en het CTG binnen de visie van je praktijk past kun je ermee aan de slag gaan. Vrouwen vinden het prettig dat zij ook voor deze controle in hun eigen omgeving kunnen blijven. Het is een mooi voorbeeld van waardegedreven zorg.’

Exposure

De antenatale CTG’s worden uitgevoerd voor de indicaties minder leven, naderende seroniteit of na een uitwendige versie. Corine: ‘Er komt geen norm die je moet halen. Een voorwaarde om het CTG uit te mogen voeren is wel, dat verloskundigen er zelf voor zorgen dat zij bekwaam blijven. Aanbevelingen hierover zijn opgenomen in het handboek.’

Kosten

Ook het kostenaspect speelt hier een rol. Per uitgevoerd CTG-consult krijgen verloskundigen een vergoeding van 280 euro. Dit is een experimenttarief. De NZa werkt op dit moment aan een tariefopbouw voor een landelijk tarief. Of de vergoeding van 280 euro voldoende is om de kosten van onder meer de opleiding, de apparatuur en de loonkosten te dekken, hangt af van het aantal CTG’s dat per jaar wordt uitgevoerd en van de gekozen CTG-apparatuur. Het projectteam van Corine en Elise heeft een rekentool ontwikkeld om te berekenen of het haalbaar is om CTG’s zelf aan te bieden (zie kader). Corine: ‘Een alternatief kan zijn om samen met andere praktijken of een eerstelijns echocentrum CTG’s aan te bieden.’

Capaciteit

Volgens Elise kost het maken van een CTG je anderhalf tot twee uur de tijd. ‘Dat is inclusief het aansluiten, interpreteren en rapporteren. En het uitvoeren van de echo die altijd deel uitmaakt van het consult. Streef ernaar om het CTG 24 uur per dag aan te bieden. Ga na of het voor je praktijk mogelijk is om genoeg verloskundigen te scholen, dus alle verloskundigen of een poule, zodat in ieder geval altijd één bekwame verloskundige beschikbaar is.’ Om de kwaliteit te borgen, wordt zes keer per jaar een kwaliteitsbespreking georganiseerd waar een perinatoloog of gynaecoloog aan de hand van casuïstiek verdieping geeft op de interpretatie van CTG’s. Verloskundigen die het CTG uitvoeren hebben een aanwezigheidsplicht. Er geldt een minimum voor het aantal besprekingen waar zij aanwezig moeten zijn.

Aansprakelijkheid                                                                

Handelingen die behoren tot het takenpakket van de verloskundige vallen gewoonlijk onder de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Soms kan het bezit van een certificaat voor een bepaalde handeling als aanvullende eis worden gesteld. ‘Niet alle verzekeraars hebben dezelfde voorwaarden. Daarom adviseren we in het handboek om contact op te nemen met de eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering om na te gaan of het uitvoeren van een antenataal CTG valt onder de reguliere dekking. Meestal is dat het geval’, zegt Elise.

Samenwerken                                                               

Elise en Corine hebben nog een laatste tip. Volgens hen is het belangrijk om goed samen te werken met ketenpartners. Corine: ‘We kunnen van elkaar leren, dus we moeten het echt samen doen. Naast het kennisvoordeel dat dat oplevert, is het ook verstandig om goede afspraken te maken over de bekostiging. Het is aan te bevelen om de inzet van de gynaecoloog/perinatoloog bij de kwaliteitsbesprekingen te vergoeden.’

Bronnen:
1. Handboek Implementatie Antenataal CTG in Verloskundigenpraktijken.
2. Rekentool.

Geschil: Had de verloskundige adequater kunnen reageren?

Tekst: VRHL content en creatie, 2021-3

Iris voelt al voordat ze bevalt een onbekende pijn rechtsonder in haar buik. Na de bevalling – middels een sectio – houdt de pijn aan en voelt ze een bobbel bij de wond. Haar verloskundige Anouk ontdekt niets geks en adviseert haar contact op te nemen met de huisarts. Uiteindelijk blijkt het om een myoom te gaan. Volgens Iris heeft Anouk niet adequaat gereageerd. Ze stapt naar de Geschilleninstantie Verloskunde en verlangt een schadevergoeding.

Situatie:
een myoom

Standpunt:
verloskundige handelde onprofessioneel en onzorgvuldig

Feiten

Op dag vier postoperatief meldt Iris tijdens een telefonisch contact met de verloskundigenpraktijk waar Anouk werkzaam is, dat ze een bobbel rechtsonder bij de wond van de sectio voelt. Ze maakt zich zorgen. Afgesproken wordt dat ze de dag erna door een verloskundige wordt bezocht. Een collega van Anouk oordeelt dat de wond er netjes uitziet. Iris geeft tijdens dit bezoek aan dat ze ook pijn voelt bij de plek van de bobbel. 

Op dag zes heeft Iris telefonisch contact met Anouk. De kraamverzorgster heeft voorgesteld de urine te controleren, om cystitis uit te sluiten. Iris vraagt Anouk te helpen in verband met pijn bij de mictie, waarop Anouk antwoordt dat de huisarts de urine nakijkt en daarop beleid inzet. 

Op dag zeven wordt de verloskundigenpraktijk van Anouk gebeld door een andere verloskundigenpraktijk; Iris heeft zich tot die praktijk gewend voor verdere zorg. Anouk bezoekt Iris nog diezelfde dag en Iris geeft aan pijn te hebben bij het plassen. Van de huisarts heeft ze antibioticum gekregen in verband met een blaasontsteking. Omdat Anouk de pijn in de buik niet in verband kan brengen met een verloskundige oorzaak, adviseert ze Iris om opnieuw contact op te nemen met de huisarts. Tijdens het gesprek gaat de deurbel. Anouk reageert daar niet op. De kraamverzorgster – die zelf met de baby in haar armen staat – geeft aan dat zij vindt dat Anouk Iris respectloos behandelt door de deur niet te openen. Anouk doet alsnog de deur open, waarna ze het gesprek probeert voort te zetten.
Iris geeft echter aan dat ze niet meer rechtstreeks met Anouk wil communiceren. 

Ongeveer vier weken na de bevalling stelt een gynaecoloog vast dat Iris een myoom heeft. 

Standpunt cliënt

Iris verwijt Anouk dat zij haar pijn niet serieus nam en dat zij haar niet heeft doorverwezen naar een gynaecoloog. Ze vindt ook dat Anouk haar respectloos heeft bejegend. Ze verlangt een schadevergoeding van € 580, voor de kosten die ze heeft moeten maken voor extra kraamzorg, consultaties bij diverse artsen, labonderzoeken en zorgkosten. Ook spreekt ze van emotionele schade; ze voelt zich niet gehoord en gediscrimineerd en heeft naar eigen zeggen kraamtijd met haar pasgeboren dochter gemist. Anouk is het niet met de klacht eens en gaat in verweer.

Beoordeling

De Geschilleninstantie Verloskunde stelt voorop dat de -verloskundige gedurende de kraamperiode medisch eind-verantwoordelijk is voor de zorg aan de cliënt. Na het afsluiten van de kraamperiode wordt de verantwoordelijkheid van de verloskundige overgedragen aan de huisarts, maar blijft de verlos-kundige tot zes weken na de bevalling het eerste aanspreekpunt voor verloskundige zaken1. Deze richtlijnen in acht nemend, oordeelt de geschilleninstantie dat de verloskundige op dag zeven zelf contact had moeten opnemen met de huisarts of gynaecoloog. Het was immers niet uit te sluiten dat Iris een probleem had waarvoor op termijn specialistische zorg nodig zou zijn. Anouk kon er bovendien niet vanuit gaan dat Iris begreep welke zorg zij van wie kon krijgen. De geschillen-instantie is het echter niet met Iris eens dat Anouk direct, op dag zeven of eerder, naar de gynaecoloog had moeten doorverwijzen. Er was namelijk geen sprake van een situatie waarvoor acute gynaecologische zorg (bijvoorbeeld opname en een ingreep) nodig was. De geschilleninstantie kan niet vaststellen dat het beloop anders was geweest als Anouk anders had gehandeld. Het ligt namelijk niet voor de hand dat de gynaecoloog direct had ingegrepen. De geschilleninstantie kan dus niet met zekerheid vaststellen dat de onzorgvuldigheid van Anouk heeft geleid tot schade. Daarom is er geen grond om een schadevergoeding aan Iris toe te kennen.

Over de tweede klacht – het respectloos bejegenen – oordeelt de instantie dat uit het dossier niet meer kan worden opgemaakt, dan dat de klaagster onvrede over de gang van zaken heeft geuit. Dat Anouk Iris respectloos heeft behandeld kan niet als vaststaand feit worden aangenomen. Deze klacht wordt niet gegrond verklaard.

De namen van de klaagster (‘Iris’) en de verweerster (‘Anouk’) zijn om privacyredenen gefingeerd.

Leerpunt

Van deze casus leren we dat het in sommige gevallen te makkelijk is om alleen naar een huisarts te verwijzen. Niet de huisarts, maar de verloskundige is in de kraamperiode medisch verantwoordelijk. Dat betekent dat als in deze periode verwezen moet worden naar een specialist, dat dat de verantwoordelijkheid is van de verloskundige.

Bron:
1. Multidisciplinaire Richtlijn Postnatale Zorg KNOV: https://www.knov.nl/serve/file/knov.nl/knov_downloads/2882/file/Postnatale_zorg_opgemaakte_versie_door_IB_md_10_aug_2018.pdf

Meer mannen in de verloskunde

Tekst: Bram van Zanten, 2021-2

 

Bram van Zanten is tweedejaars student verloskunde aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Zelf is hij nog nooit een andere mannelijke verloskundige tegengekomen.

Mijn familie heeft zestig schapen, tien geiten en zeven koeien. Van kleins af aan fascineert de ontwikkeling van nieuw leven en het proces rondom geboorte me enorm. Waren de kippen aan het broeden, ging ik elke avond met een zaklamp bij de eieren zitten om te zien hoe het hart klopte en de foetus zich ontwikkelde. Op mijn twaalfde begeleidde ik voor het eerst een schaap bij de bevalling. Voor mijn ouders was het dus geen verrassing dat ik voor verloskunde koos. 

Met mensen die mij niet zo goed kennen, is mijn opleidingskeuze dikwijls onderwerp van gesprek. ‘Dat zie je niet zo vaak’, zeggen ze. En dat klopt, ik ben tijdens mijn stages nog geen andere mannelijke verloskundige tegengekomen. Ik zie het als mijn taak om die mensen te vertellen hoe belangrijk diversiteit in de verloskunde is. Of eigenlijk in elk beroep. Elk geslacht heeft sterke punten. Ik ga nooit in de buurt komen bij de ervaringsdeskundigheid van een vrouwelijke verloskundige die zelf kinderen heeft gebaard. En ik weet ook niet hoe het voelt om een vrouw te zijn. Juist dat is ook mijn kracht, want ik kijk objectiever naar de situatie. Mijn referentiekader bestaat uit mijn ervaring op de vloer en wat ik leer tijdens de opleiding. 

Een ander voordeel is de communicatie met partners. Hoe vaak staat een man er ietwat ongemakkelijk bij als de verloskundige uitleg geeft over het babybadje, verschonen of borstvoeding? Ik hoor vaak dat het voor een partner makkelijker is om vragen te stellen als een man de uitleg geeft. Dat neemt niet weg dat er ook situaties zijn waarin kersverse ouders iets minder blij zijn met mij als verloskundige. Ik liep stage in een ziekenhuis met een overwegend islamitische populatie. Een uitwendig onderzoek of CTG aanleggen door een man is in zo’n geval uit den boze. Dan mis je leerkansen. Jammer, maar ik zet me er vrij makkelijk overheen.

Als mannelijke verloskundige heb ik net zoveel passie als mijn vrouwelijke collega’s en net als zij breng ik mijn toegevoegde waarde mee. Het proces van zwangerschap tot baring ís gewoon heel fascinerend. Ik hoop in de toekomst bij te dragen aan een gezonde sfeer en open communicatie binnen de teams. Het zou mooi zijn als meer mannen voor ons beroep kiezen. Dat is niet alleen fijn voor onze cliënten en hun partners, maar brengt ook een andere dynamiek. Dat kan een positieve invloed hebben op het functioneren van het team en de kwaliteit van zorg.