Aandacht voor diversiteit binnen de geboortezorg

Tekst: Femke Blokhuis en Roos van der Hoorn, 2021-4

 

Femke Blokhuis en Roos van der Hoorn zijn vierdejaars verloskundigen in opleiding in Groningen. Hun bachelor thesis draaide om de vraag ‘Hoe ervaar jij diversiteit en inclusiviteit binnen de verloskunde?’ Onder begeleiding van Céline Crajé interviewden zij medestudenten van de Verloskunde Academie in Groningen.

De Nederlandse samenleving is door de jaren heen steeds diverser geworden op het gebied van onder andere etnische, culturele en religieuze achtergrond. Hierdoor krijgen verloskundigen te maken met een diverse groep zwangere vrouwen. Dit kan zorgen voor mooie gesprekken en nieuwe inzichten, maar het kan ook onzekerheid en onbegrip met zich meebrengen. Er zijn aanwijzingen dat vrouwen ongelijk behandeld worden op basis van afkomst1. Minderheidsgroepen hebben zelfs een verhoogd risico op maternale sterfte2. Deze confronterende feiten waren de aanleiding om ons te verdiepen in deze onderwerpen.

Wij wilden onderzoeken wat de ervaringen en meningen van verloskunde-studenten waren, met betrekking tot diversiteit en inclusiviteit op de Verloskunde Academie in Groningen. Uit de interviews kwam een aantal belangrijke inzichten. Ten eerste merkten we dat studenten het lastig vonden om over de onderwerpen te praten, omdat zij bang waren kwetsende uitspraken te doen. Daarnaast viel op dat studenten bang waren onbewuste vooroordelen te hebben over minderheidsgroepen, die van invloed konden zijn op hun gedrag. Deze vooroordelen botsten met het streven naar gelijke behandeling van iedere cliënt. Tot slot omschreven studenten een homogene studentenpopulatie, terwijl zij tijdens de verloskundige stage juist te maken hebben met een zeer diverse cliëntenpopulatie. Studenten vonden het belangrijk dat het lesmateriaal en de studentenpopulatie meer divers is om hen voor te bereiden op hun rol als zorgverlener in een diverse maatschappij. Diversiteit in het lesmateriaal werd nu voornamelijk gebruikt om risico’s in kaart te brengen bij minderheidsgroepen, waardoor zij pathologie sneller aan deze groepen koppelden.

Wij denken dat het belangrijk is dat er meer aandacht komt voor het onderwerp, zodat er meer bewustzijn ontstaat van (onbewuste) vooroordelen en zodat handelingsverlegenheid bespreekbaar wordt. Daarom hebben wij een aantal aanbevelingen opgesteld voor het verloskundig onderwijs. Ten eerste door het gebruik van divers beeldmateriaal, gekleurde fantomen en/of casussen waarbij minderheidsgroepen ook in een fysiologische context voorkomen, waardoor deze groepen genormaliseerd worden. Daarnaast kan diversiteit zowel binnen werkgroepen als colleges meer onder de aandacht gebracht worden. Hierbij kan bijvoorbeeld gereflecteerd worden op situaties waarin discriminatie voorkomt, om zo bewust te blijven van het onbewuste beeld dat verloskundigen (in opleiding) hebben van bepaalde groepen.

Bronnen:
1. Petersen E, Davis NL, Goodman D, Cox S, Syverson C, Seed K, Shapiro-Mendoza C, Callaghan WM, Barfield W. Racial/Ethnic Disparities in Pregnancy-Related Deaths - United States, 2007-2016. Morbidity and Mortality Weekly Report 2019 Sep 6;68(35):762-765.
2. NVOG. Preventie van maternale mortaliteit en ernstige maternale morbiditeit. Internetsite NVOG 2012. Beschikbaar via: https://www.nvog.nl/wp-content/uploads/2017/12/Preventie-van-Maternale-Mortaliteit- en-Ernstige-Maternale-Morbiditeit-2.0-07-03-2012.pdf. Geraadpleegd op 2021 mei 17.

It takes a village

Tekst: Djaina Vennings, 2021-4

 

Djaina Vennings is klinisch verloskundige bij het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Vanaf deze editie van De Verloskundige deelt ze in een column haar ervaringen in het ziekenhuis.

Het is een drukke nachtdienst. Op kamer 7 ligt Anne, een primigravida die beginnend in partu is. Ze heeft een angststoornis en is bekend op onze poli ‘angst voor de bevalling’.

De weeën zijn frequent, ze is onzeker maar doet het fantastisch! Door coaching en aanwezigheid wordt ze rustiger. We sluiten samen de TENS aan. Dat is spannend, maar de sensaties zijn niet vervelend en het geeft haar een gevoel van controle. Ik loop frequent binnen, peil of het goed gaat en of het oké is als ik weer even wegga. Na een uurtje heb ik mezelf vrijgespeeld en blijf ik bij haar op de kamer. Daar zit ik de komende vijf uur. Om moed in te praten. Een hand vast te houden. Te bekrachtigen. Te zijn.

Ze twijfelt over pijnstilling. Anne geeft aan dat ze niet zozeer nú behoefte heeft aan pijnstilling, maar bang is dat er onvoldoende progressie is en ze uitgeput raakt. Of dat het lang duurt als ze toch pijnstilling nodig heeft.

De angst voor onvoldoende vorderen blijkt ongegrond, want ze vordert als een speer en zucht de weeën knap weg. We besluiten samen om Remifentanyl aan te sluiten. Ze probeert het een keertje uit, maar wordt er duizelig van en dat overvalt haar. Ze heeft het niet nodig. De gedachte dat het er is, is genoeg.

De vliezen breken en Anne krijgt vlot daarna reflectoire persdrang. We persen. In bad. Op bed. Rugligging. Zijligging. All fours. De kleine ligt in Aaa en maakt het haar niet makkelijk. Anne is angstig. We zetten alle zeilen bij om haar hier doorheen te coachen. Iedere wee bevestigen we dat het goed gaat. Het caput draait bij, maar Anne geeft aan dat ze echt niet meer kan.

Ik bespreek de opties, Anne kiest vol overtuiging voor een vacuüm. Ik passeer de AIOS, omdat deze mevrouw gebaat is bij een bekend gezicht tijdens dit laatste spannende stukje. Onder supervisie van de gynaecoloog doe ik de KIWI, een prachtige zoon wordt geboren. Anne is opgelucht en verbaasd: ze heeft het gedaan! 

En ik… ik ben trots. Op deze dame, maar ook op mijn team. Ik zat naast Anne, maar de beste zorg waarborgen deden we als team. Mijn collega’s moesten op de gang harder lopen, de AIOS moest accepteren dat ze haar leermoment niet kreeg. Ze zeggen ‘it takes a village to raise a child’, maar op de verloskamers geldt evengoed ‘it takes a village…’.


#Genoeggezwegen

Tekst: Laurenza Baas-Broere, 2021-3
Laurenza Baas-Broere is klinisch verloskundige in het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda. In haar column schrijft ze over haar visie op de geboortezorg.

Waardegedreven zorg associeer ik met de campagne #genoeggezwegen. Denkend aan de schrijnende cliëntverhalen, voel ik een ingewikkelde mix aan emoties: verdriet, teleurstelling, boosheid en onmacht. In ons unieke systeem, wat overstroomt van goede intenties, zouden deze ervaringen er absoluut niet mogen zijn. 

Zorgverleners reageerden met #handineigenboezem, waarin ze toegaven dat ze achteraf anders zouden handelen. Dan ga ik ervanuit dat zij deze ervaringen meenemen in hun ontwikkeling als professional. Wij zijn immers ook maar mensen en zolang je de intentie hebt om het elke dag een beetje beter te doen, dan komen we een heel eind denk ik. 

En daar komt mijn boosheid om de hoek, want er zijn zorgverleners die hun fouten steeds opnieuw begaan. We kennen allemaal wel een (klinisch) verloskundige, verpleegkundige, kraamverzorgster of gynaecoloog van wie de meeste collega’s niet blij worden als die persoon de kamer binnenkomt: ‘de rotte appel’. Wat doen we met hen? De rotte appels die ik in de afgelopen jaren ben tegengekomen zijn er nog steeds. Ik heb me nooit bij machte gevoeld om daar iets aan te veranderen. Als ik dan aan het verhaal van Aziema Malgoezar uit Trouw1 denk, kan ik me een verpleegkundige uit een vorig ziekenhuis zo voor me halen die dit had kunnen doen. Dán voel ik die onmacht, want in een overbelast zorgsysteem zijn we in de meeste ziekenhuizen al blij als de bezetting rond is en er überhaupt een gespecialiseerde zorgverlener aan het bed staat. 

Er is ook een andere kant. Bij het lezen van sommige #genoeggezwegen-verhalen bekruipt mij het gevoel dat er soms onmogelijke verwachtingen waren van een bevalling. Ik merk dat veel primi's verwachten dat ze zonder enige medische hulp zullen bevallen. Gelukkig is dat in de meeste gevallen ook zo, maar nog steeds is er in meer dan twintig procent van alle bevallingen sprake van een kunstverlossing of keizersnede. En meer dan zeventig procent van de vrouwen is medisch tijdens de partus2. 

Tot slot zijn er de moeizaam verlopende samenwerkingen tussen de eerste, tweede en derde lijn. Hoe kan het dat het op zoveel plaatsen zoveel moeite kost om een VSV te runnen? Dat sommige gynaecologen en sommige verloskundigen niet meer met elkaar aan tafel kunnen zitten? Hebben we dan oprecht het beste voor met de zwangere vrouw? En speelt dat mee in de ervaringen? 

Columnist gezocht

Laurenza was een jaar lang onze columnist. We bedanken haar hartelijk voor het delen van haar visie en inzichten. Nu zijn we op zoek naar een nieuwe -klinisch verloskundige die vier keer – samen met de redactie – een column wil schrijven. Iets voor jou? Mail je motivatie naar redactie@knov.nl.

Bronnen:
1. https://www.trouw.nl/zorg/een-knip-zonder-toestemming-waarom-vergeten-we-de-barende-vrouw~b5543700/
2. https://assets.perined.nl/docs/fc23b860-a5ff-4ef6-b164-aedf7881cbe3.pdf

Mijn droom voor Zuid-Afrika

Tekst: Else Vooijs, 2021-3

Ik droom graag over een ideale verloskundige wereld in Zuid-Afrika. Ik zie het al helemaal voor me: overal in Zuid-Afrika zijn goed opgeleide verloskundigen met een natuurlijke approach. Ze werken zelfstandig, samen met de vrouwen die zij begeleiden. Ze voelen zich bekwaam en hebben de juiste back-up. Ze zijn overal werkzaam, in lokale (overheids)klinieken, grote drogisten die consultaties bieden, privéverloskundigenpraktijken en in poliklinieken van ziekenhuizen. Midwifery-led zorg dicht bij huis. En dan niet een verloskundige alleen, maar verloskundigen werkzaam in multidisciplinaire teams. Opgebouwd uit eerste- en tweedelijns zorgprofessionals, allemaal met hun eigen rol. De verloskundige is het startpunt en de spin in het web. Zij is de entry port voor alle zwangere vrouwen. Net als in Nederland zoekt in mijn droom de zwangere vrouw in Zuid-Afrika een verloskundige dichtbij. 

Else Vooijs is verloskundige en woont samen met haar man en drie kinderen in Zuid-Afrika. Hier helpt ze de Healthy Mom and Baby Clinic de volgende stap te zetten in de missie om elke vrouw en baby professionele, compassievolle gezondheidszorg te bieden.

Ik droom nog even verder: verloskundigen hebben in plaats van een papieren dossier, een digitaal cliëntendossier wat middels een app gelinkt is met het ziekenhuis, andere zorgprofessionals, de zorgverzekering en de cliënt. Gezamenlijke zorg. Gezamenlijke data. Gezamenlijke bekostiging. Waarschijnlijk is dit niks nieuws voor de Nederlandse verloskundige die dit leest. Of wellicht ook nog een droom, maar wat als dit tóch een antwoord kan zijn voor vele landen in de wereld, vraag ik mij soms af? 

Met de ervaring die ik in Nederland opdeed, weet ik ook dat dit scenario heel veel haken en ogen heeft. En hoewel het voor Zuid-Afrika bijna onmogelijk lijkt, ken ik een aantal helden die achter de schermen van dit soort dromen werkelijkheid proberen te maken. Ook ik blijf mij inzetten. Soms in de spreekkamer van de Healthy Mom and Baby Clinic. En soms in grote Zoom-meetings met mensen van over de hele wereld, allemaal dromend en praktische stappen zettend, om dit model vorm te geven. Ik hoop dat landen die vaak achter hebben gelopen in de zorg, mee kunnen liften met al het harde en mooie werk van eerste wereldlanden. Dat technologie en digitale oplossingen wereldwijd beschikbaar worden. Dat het overal ter wereld heel normaal gaat worden dat de cliënt centraal staat. Dat zij mede beslist in haar zorgpad. En dat haar waarden belangrijk zijn. Het is zo basaal, maar het wordt zo gemist. Chapeau voor alle innovaties en technologieën. En mijn vraag; mogen wij
alsjeblieft meeliften? Het is hier ook zo hard nodig. 

Columnist gezocht

Else deelde ruim een jaar haar ervaringen in Zuid-Afrika; dank daarvoor! Nu zijn we op zoek naar een nieuwe columnist die in het buitenland gevestigd is. Is dit iets voor jou of iemand die je kent? Laat het weten via redactie@knov.nl.


De toegewijde verloskundige uit goede moeders

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2021-3
Beeld: Flair - Mariel Kolmschot Fotowerken

‘Als we meer tijd en aandacht voor onze cliënten zouden hebben’, zegt Sylvia von Kospoth, ‘dan hoefden we ‘kwetsbare vrouwen’ helemaal niet via signaleringsinstrumenten op te speuren.’ We spreken Sylvia naar aanleiding van Teledoc KRO-NCRV Goede Moeders. In de documentaire is te zien hoe toegewijd Sylvia strijdt voor een eerlijke kans voor moeders van wie eerdere kinderen uit huis zijn geplaatst.

Enkele jaren geleden begeleidde Sylvia de regisseuse Jorien Nes van Goede Moeders. ‘Ze vond dat ik de verloskundige zorg op een indrukwekkende manier vormgaf. Daar wilde ze een film over maken. Het onderwerp ‘Goede Moeders’ ontstond tijdens het filmen.
In Goede Moeders zien we hoe intensief jouw contact met je cliënten is. Waar haal je die tijd vandaan?

‘De vrouwen die ik begeleid, zie ik niet enkel als cliënten. Ik ontmoet een vróúw en zij mogen ook mij ontmoeten. Dit is in het belang van veilige zorg aan moeder en kind. Daar is extra tijd en aandacht voor nodig. Wat dat me financieel oplevert, heb ik lang geleden losgelaten. Ik heb op de barricades gestaan voor extra vergoedingen voor het hebben van tijd en aandacht, onafhankelijk van de zogenaamde postcodegebieden in Nederland. De kwetsbare zwangeren wonen overal. In mijn zelfstandige praktijk bepaal ik gelukkig zelf de zorgtijd. Wat moet ik anders doen? Wachten totdat ik betaald ga krijgen? Dan zijn we jaren verder en daar hebben de zwangeren nu niets aan. Terwijl de extra zorg die ik geef bepalend is voor de rest van het leven van moeder en kind.’

Besteed je aan elke vrouw zoveel tijd?

‘Zonder vooringenomenheid zorg geven voorkomt onnodige verwijzingen, medicalisering en pathologisering. Daarom geef ik iedere vrouw meer tijd en aandacht. Zij ondergaat geen behandeling, maar ervaart zelfcontrole. Zij doet appèl op mijn medische, psychologische, en sociale begeleiding. Ik hanteer niet alleen vijftien minuten durende signaleringsgesprekken op basis van
vragenlijsten, met onder aan de streep een doorverwijzing, want wat gebeurt er na zo’n doorverwijzing? Vluchtige indicatiestelling creëert foutpositieven en foutnegatieven. Een vermoeden wordt snel een diagnose. Het scala aan integrale zorgverlenende
partijen en interne doorverwijzingen is nauwelijks te overzien. Als expert van de fysiologie kan ik dit voorkomen door samen met de vrouw een zorgvuldige en weloverwogen risicotaxatie te maken. Zij participeert in haar zorg en dit vergt zorgtijd. Waar nodig wordt samenwerking met ketenpartners opgezocht. Dit geldt voor iedere vrouw en in het bijzonder voor deze ‘verloren moeders’.

Waar houdt jouw verantwoordelijkheid op?

‘Ik ben verantwoordelijk voor de zorg die ik geef en voor al mijn verwijzingen. Als ik weet dat de vrouw niet angstig is, geen vragen meer heeft en als zij aangeeft niet terug te hoeven vallen op mijn verloskundige begeleiding, kan ik met een gerust hart de zorg afsluiten. De vrouwen die we zien in Goede Moeders, hebben hun vertrouwen in zorgverleners, de integrale zorg en jeugdzorg verloren. Ze zijn als de dood voor zorgverleners en vooral voor ziekenhuizen. Een of meerdere kinderen werden op niet gefundeerde gronden uit huis geplaatst en nu zij zwanger is, is ze bang dat ook dit kind haar ontnomen wordt. Een terechte angst, als je leest welke rapportage- en interpretatiefouten er gemaakt worden. Hoe vermoedens als feiten worden gepresenteerd, ook aan rechters. En hoe die niet worden hersteld als erop gewezen wordt. Ik ben moreel verplicht er voor deze ‘goede moeders’ te zijn.’

Wat zou volgens jou een oplossing zijn?

‘Met integrale zorg verschuif je verantwoordelijkheden. Dat maakt het mogelijk om van verantwoordelijkheden – de eigen cliënten die je doorverwijst – weg te kijken. Een suggestie voor een oplossing zou zijn: laten we ons als verloskundigen realiseren dat onze verwijzingen impact hebben op levensbepalende interventies die daaruit voortkomen. Protocollair wordt ons gevraagd zwangere vrouwen in een zorgpad te voegen, maar niet iedere vrouw komt hiermee tot haar recht. Een vrouw uit Goede Moeders -bijvoorbeeld, laat ik niet ‘los’ als ik haar verwijs naar de tweede lijn. Ik ga met haar mee en blijf op haar verzoek verantwoordelijk voor haar. De verantwoordelijkheid écht nemen wordt ons moeilijk gemaakt door de overheid, die inzet op gezondheidsbeheersing, centraliseren van zorg, overregulering en verregaande regionale sociale controle tot achter de voordeur. Daarmee verschuift de sociale prenatale regie richting JGZ en regionale zorgpartijen. Daarmee worden verloskundigen hofleverancier van de POPP (psychiatrie-, obstetrie- en pediatrie-poli) en jeugdzorginstanties. en jeugdzorginstanties en wordt kwetsbaarheid een verdienmodel. Wat vervolgens met onze zwangere vrouw gebeurt, kunnen we alleen maar raden. Daarmee werkt het nobele streven voor zinnige, zuinige zorg juist averechts. Binnen kleinschalige en autonome praktijken kunnen verloskundigen zelfstandig verantwoordelijkheid nemen en kritisch optreden waar dat nodig is. Maar binnen grote organisaties is hier nauwelijks ruimte voor. Terwijl dit wél van levensbelang is voor moeder en kind, getuige de vele reacties op Goede Moeders. Als je mij naar de oplossing voor de vrouwen uit Goede Moeders vraagt zeg ik: de integrale geboortezorg on hold zetten. Laten we eerst de keerzijde ervan agenderen.’ 


Laat vrouwen naar hun gevoel luisteren

Tekst: Anne Fleur de Gans, 2021-3

 

Anne Fleur de Gans is vierdejaars verloskundige in opleiding in Amsterdam. Zij schreef een CAT over de veiligheid en effectiviteit van het inleiden van de baring middels een foley-ballonkatheter in de eerste lijn.

Onderzoeken beschrijven slechts een klein risico op nadelige effecten bij het inleiden van de baring middels een ballonkatheter. Het meest gerapporteerde nadelige effect daarbij is pijn/ongemak. Verder wordt geen verschil geconstateerd in de veiligheid en effectiviteit van een ballonkatheter in de eerste of tweede lijn. Er wordt juist gesteld dat substitutie van deze zorg zou kunnen bijdragen aan meer cliënttevredenheid, kortere ziekenhuisopnames en minder kosten en keizersneden, zonder toename in morbiditeit1, 2, 3. Ik concludeerde dat het inleiden van laag-risico zwangerschappen middels een ballonkatheter in de eerste lijn potentie heeft en overwogen dient te worden.

Toch stellen onze regioprotocollen dat alle zwangere vrouwen tweedelijnszorg ontvangen vanaf het moment van ballonplaatsing, ongeacht hun risicostatus. Terwijl steeds meer wetenschappelijk onderzoek de positieve effecten laat zien van continuïteit van zorgverlener tijdens zwangerschap en bevalling. Denk aan meer tevredenheid, betere uitkomsten, minder medische interventies en waarschijnlijk minder kosten4. In de praktijk ervaar ik dit met regelmaat. Vrouwen vinden het jammer om niet meer met hun eigen verloskundige te kunnen bevallen, dat ze niet meer thuis kunnen bevallen of dat de mogelijkheid tot een badbevalling vervalt in het ziekenhuis.

Ik vind het jammer dat we steeds meer vrouwen overdragen aan de tweede lijn en hiermee mogelijk afbreuk doen aan de keuzevrijheid en continuïteit van de verloskundige zorg. Ik neem de ballonkatheter als voorbeeld, maar er zullen nog tal van andere situaties zijn waarbij de keuzevrijheid en continuïteit van zorg beter gewaarborgd kunnen worden binnen de verloskundige zorg. Ik vind het belangrijk dat vrouwen zo lang mogelijk een keuze hebben en dat ze naar hun gevoel kunnen en mogen luisteren. Ik hoop dat ik als verloskundige kan bijdragen aan de fysiologische blik, dat ik vrouwen in hun kracht kan zetten en kan bijdragen aan goede ervaringen binnen de geboortezorg, waarin we er alles aan doen om vrouwen een keuze en een goede ervaring te geven.

Bronnen:
1. Diederen M, Gommers JSM, Wilkinson C, Turnbull D & Mol BWJ. (2018) Safety of the balloon catheter for cervical ripening in outpatient care: complications during the period from insertion to expulsion of a balloon catheter in the process of labour induction: a systematic review. BJOG 2018; 125:1086–1095.
2. Policiano C, Pimenta M, Martins D & Clode N. (2016) Outpatient versus inpatient vervix priming with foley catheter: a randomized trial. European Journal of Obstetrics & Gynaecology and Reproductive Biologie 210 (2017) 106.
3. Sciscione AC, Bedder CL, Hoffman MK, Ruhstaller K., Shlossman PA. (2014) The timing of adverse events with foley catheter preinduction cervical ripening: implications for outpatient use. Thieme Medical Publishers 333 Seventh Avenue, New York, NY 10001, USA.
4. KNOV (2020) Factsheet continuïteit van zorgverlener in de geboortezorg. Geraadpleegd op https://www.knov.nl/actueel-overzicht/nieuws-overzicht/detail/nieuw-factsheet-continu-teit-van-zorgverlener-in-de-geboortezorg/2806

Verloskundige zorg die ertoe doet

Tekst: Carola Groenen, 2021-3

 

Carola Groenen, voorzitter van de KNOV

Met onze mondkapjes op kijken de verkoopster en ik elkaar aan. Zij kijkt verrast, herkent mij en wordt emotioneel. ‘Jouw ogen… Jouw blik… Daar hield ik me tijdens de geboorte van mijn zoon zo aan vast. 26 jaar is hij nu’, vertelt ze. En ze voegt eraan toe dat ze nog steeds terugkijkt op een fijne bevalling. ‘Die zal me altijd bijblijven.’

Als verloskundige heb ik het altijd een recht gevonden om bij zo’n indrukwekkend en intiem moment in iemands leven te mogen zijn. Van waarde kunnen zijn en het verschil kunnen maken in goede zorg, in de breedste zin van het woord. Onze verloskundige skills zijn al eeuwen oud, maar blijven actueel.

‘Kansenongelijkheid ontstaat vaak al in de wieg’ lezen we in de media. Onze gecombineerde medische en sociale zorg – zoals ook de visie van de KNOV beschrijft – voegt waarde toe aan de aanpak hierin. ‘Persoonsgerichte zorg’ of ‘Person based care’ is nu het thema in de zorg. Uitgaan van iemands behoeftes, voorkeuren, wensen en cultuur en de vrouw een actieve rol geven in de besluitvorming. Voor ons verloskundigen is ‘naast de zwangere staan’, ofwel ‘persoonsgerichte zorg’ al van oudsher onze werkwijze. 

De waarde van de verloskundige is essentieel in de geboortezorg. Omdat het niet alleen om goede medische zorg gaat, maar om juist de veel bredere en persoonlijke zorg. En omdat een goede bevallingservaring en psychosociaal welbevinden belangrijk zijn voor de verdere gezondheid van moeder en kind. Dit is onze unieke verloskundige zorg. Zo zijn we opgeleid. Dit zijn onze onderzoeksthema’s en onze kwaliteits- en kennisactiviteiten. 

Voor alle vrouwen is het goed en belangrijk dat deze waarden steeds noodzakelijker en zichtbaarder worden. Dat er binnen de geboortezorg bredere aandacht is dan alleen goede medische zorg. Aandacht voor onze unieke persoonlijke verloskundige zorg. Verloskundige zorg die ertoe doet. Dat is onze waarde.

Carola Groenen


JZOJP voor Zuid-Afrika

Tekst: Else Vooijs, 2021-2

Ter voorbereiding op het schrijven van deze column, las ik ‘Rapport Taskforce De juiste zorg op de juiste plek’ (zie QR-code, red.). Het document start met een inleidende casus van een slechtziende vrouw met diabetes.
Ze vertelt over de zorg die zij nodig heeft vanuit verschillende disciplines. Ik denk aan alle vrouwen met zwangerschapsdiabetes bij ons in de kliniek. Zij hebben – in tegenstelling tot deze Nederlandse vrouw – geen eigen bloedsuikermeter. Na de diagnose van diabetes gravidarum, wat overigens veelal wordt gemist door de lage capaciteit, krijgen vrouwen medicatie en een consult met een -diëtiste. In de kliniek komen de vrouwen voor reguliere check-ups. De bloedsuiker wordt bepaald en er wordt een zo goed mogelijk beeld gevormd van eet- en drinkgewoontes. Meer zorg is er niet. Wellicht nog eens een consult in het ziekenhuis, waar overigens niet eens een gynaecoloog aanwezig is. Is dit de juiste zorg? Op de juiste plek 

Else Vooijs is verloskundige en woont samen met haar man en drie kinderen in Zuid-Afrika. Hier helpt ze de Healthy Mom and Baby Clinic de volgende stap te zetten in de missie om elke vrouw en baby professionele, compassievolle gezondheidszorg te bieden.

Kan ik het Zuid-Afrikaanse systeem eigenlijk wel vergelijken met het Nederlandse? Tuurlijk niet. Het is complex. Zo anders. De populatie, gewoontes, cultuur. En het zorgsysteem. Als ik hierover spreek met mijn collega’s, allemaal nurse-midwives, vertellen ze over de grote verschuiving van zorg van dokters naar nurses zo’n tien jaar geleden. Door het grote tekort aan zorgprofessionals heeft de Zuid-Afrikaanse regering ingezet op het maximaal inzetten van nurses (en midwives). Ze kregen een aanvullende opleiding Primary Health Care aangeboden. De klinieken in Zuid-Afrika, die gezien kunnen worden als grote ‘inloop huisartsenpraktijken’, worden nu gerund door nurses. Allen hebben ze een apotheek aan medicatie en diagnostische tests tot hun beschikking; dat doen ze allemaal zelf. Soms houdt een dokter een spreekuur, maar vaak is deze luxe er niet. Er bestaat een verwijssysteem naar ziekenhuizen, maar door tekorten daar bieden klinieken zoveel mogelijk zelf zorg. Ik heb bewondering voor mijn collega’s. Voor hoeveel kennis zij hebben en de verantwoordelijkheid die ze nemen. Om vrouwen, zwangeren, baby’s en jonge kinderen de best mogelijke zorg te geven. En ik moet eerlijk zijn: dit systeem werkt voor Zuid-Afrika. 

Of dit de juiste zorg is? Met mijn Nederlandse bril op zeker niet altijd. Maar het lijkt ondanks alle uitdagingen voor Zuid-Afrika de juiste zorg op de juiste plek. Als Nederlandse verloskundige groei en leer ik hier enorm veel en ik denk dat wij ook in het Nederlandse verloskundige systeem meer taken naar ons toe kunnen trekken. We kunnen zoveel meer dan we soms denken of waar we – pijnlijk genoeg – erkenning voor krijgen.


Meer mannen in de verloskunde

Tekst: Bram van Zanten, 2021-2

 

Bram van Zanten is tweedejaars student verloskunde aan de AP Hogeschool in Antwerpen. Zelf is hij nog nooit een andere mannelijke verloskundige tegengekomen.

Mijn familie heeft zestig schapen, tien geiten en zeven koeien. Van kleins af aan fascineert de ontwikkeling van nieuw leven en het proces rondom geboorte me enorm. Waren de kippen aan het broeden, ging ik elke avond met een zaklamp bij de eieren zitten om te zien hoe het hart klopte en de foetus zich ontwikkelde. Op mijn twaalfde begeleidde ik voor het eerst een schaap bij de bevalling. Voor mijn ouders was het dus geen verrassing dat ik voor verloskunde koos. 

Met mensen die mij niet zo goed kennen, is mijn opleidingskeuze dikwijls onderwerp van gesprek. ‘Dat zie je niet zo vaak’, zeggen ze. En dat klopt, ik ben tijdens mijn stages nog geen andere mannelijke verloskundige tegengekomen. Ik zie het als mijn taak om die mensen te vertellen hoe belangrijk diversiteit in de verloskunde is. Of eigenlijk in elk beroep. Elk geslacht heeft sterke punten. Ik ga nooit in de buurt komen bij de ervaringsdeskundigheid van een vrouwelijke verloskundige die zelf kinderen heeft gebaard. En ik weet ook niet hoe het voelt om een vrouw te zijn. Juist dat is ook mijn kracht, want ik kijk objectiever naar de situatie. Mijn referentiekader bestaat uit mijn ervaring op de vloer en wat ik leer tijdens de opleiding. 

Een ander voordeel is de communicatie met partners. Hoe vaak staat een man er ietwat ongemakkelijk bij als de verloskundige uitleg geeft over het babybadje, verschonen of borstvoeding? Ik hoor vaak dat het voor een partner makkelijker is om vragen te stellen als een man de uitleg geeft. Dat neemt niet weg dat er ook situaties zijn waarin kersverse ouders iets minder blij zijn met mij als verloskundige. Ik liep stage in een ziekenhuis met een overwegend islamitische populatie. Een uitwendig onderzoek of CTG aanleggen door een man is in zo’n geval uit den boze. Dan mis je leerkansen. Jammer, maar ik zet me er vrij makkelijk overheen.

Als mannelijke verloskundige heb ik net zoveel passie als mijn vrouwelijke collega’s en net als zij breng ik mijn toegevoegde waarde mee. Het proces van zwangerschap tot baring ís gewoon heel fascinerend. Ik hoop in de toekomst bij te dragen aan een gezonde sfeer en open communicatie binnen de teams. Het zou mooi zijn als meer mannen voor ons beroep kiezen. Dat is niet alleen fijn voor onze cliënten en hun partners, maar brengt ook een andere dynamiek. Dat kan een positieve invloed hebben op het functioneren van het team en de kwaliteit van zorg.


Onze plus-zorg

Tekst: Carola Groenen, 2021-2

 

Carola Groenen, voorzitter van de KNOV

Naast mijn voorzitterschap bij de KNOV ben ik ook raadslid. Lokaal politicus dus. Een meer dan interessante win-win. Het is voor verloskundigen namelijk belangrijk om een intensievere verbinding met het sociale domein aan te gaan. Het sociale domein, inclusief de GGD, waar de gemeente(raad) regie over heeft. Mijn eerste motie ging dan ook over het aanhaken bij het project ‘Kansrijke Start’ in onze gemeente, wat inmiddels gerealiseerd is.

Wij vinden het vanzelfsprekend dat we medische en sociale zorg aan elkaar koppelen. Maar er is nog veel winst te behalen voor zwangerschap, bevalling en de goede start van een kind (de eerste 1.000 dagen) door de combinatie van medische en sociale zorg. Het is onze plus-zorg, onze meerwaarde, onze cruciale rol in de geboortezorg en onze specialiteit. 

Wij als verloskundigen kennen onze zorgspecialiteit natuurlijk goed, maar bij de gemeenten en welzijnsorganisaties beschikken ze niet over die kennis. Het sociale domein en de gemeenten kennen een andere financiering en een andere cultuur. Het is daarom belangrijk om te investeren in het elkaar vinden en elkaars taal (leren) spreken, zodat we kunnen samenwerken.

De afgelopen jaren hebben we erg ingezet op een intensievere samenwerking in de verticale lijn met o.a. de gynaecologen. Nu is het tijd om een intensievere samenwerking aan te gaan in de horizontale lijn met eerstelijnsprofessionals en het sociale domein. Dat vraagt wat van ons. Ken jij de medewerkers van de jeugdgezondheidszorg (JGZ)? Ken jij het jaarplan van de GGD met hun activiteiten rondom zwangerschap en geboorte? Ken jij een wethouder of raadslid in jouw gemeente die betrokken is bij gezondheid en welzijn? Heeft jouw gemeente een lokaal preventieakkoord of het project ‘Kansrijke Start’ en zo ja, spelen jullie hierin een belangrijke rol? 

We kunnen het niet vaak genoeg zeggen en laten horen; investeren in gezonde zwangere vrouwen en een gezonde start van ieder kind is investeren in gezondheidswinst voor de toekomst. Hierin spelen wij als verloskundigen de belangrijkste rol. Onze plus-zorg is hierin onze specialiteit. Het is dan ook nu tijd voor interessante samenwerkingsprojecten met jouw gemeente in jouw regio. 

Carola Groenen