'Geboortezorg versterken door verhaal verloskundige'

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2022-02

De communicatieafdeling van de KNOV staat in verbinding met het KNOV-bureau, leden, stakeholders, zwangere vrouwen, hun partners en eigenlijk de rest van Nederland en zelfs voorbij die grenzen. ‘Het verhaal uitdragen is geen doel op zich, maar het helpt wel om ons échte doel te bereiken: de kwaliteit van de geboortezorg behouden en verbeteren.’

 

Tim Kroon - Public affairs adviseur

Tim de Kroon, public affairs adviseur, is verantwoordelijk voor de belangenbehartiging van de KNOV. En dus vooral voor de contacten met politiek Den Haag, beroeps- en brancheorganisaties en andere stakeholders. Naast hem werken Kristi Francken, Dounia Maach en Eva van Ofwegen. Zij vervullen alle drie de rol van communicatieadviseur en worden indien nodig ondersteund door externe communicatieadviseurs. ‘De KNOV is met zó veel interessante en belangrijke projecten en programma’s bezig, daar moet over verteld worden’, zegt Kristi. Kristi, Dounia en Eva hebben ieder hun eigen programma’s onder hun hoede. Als er belangrijk nieuws is voor leden – bijvoorbeeld over bekostiging, nieuwe richtlijnen of ontwikkelingen bij Perined – zijn zij, samen met de betreffende programmamanager, verantwoordelijk voor heldere communicatie hierover. En ook als er verenigingsnieuws is, over bijvoorbeeld het bestuur of een ALV, is het aan de communicatieadviseurs om dit te delen. 

'Als een journalist contact met je opneemt over een bepaald thema, dan kan je bij ons terecht voor handvatten'

Kristi Francken - Communicatieadviseur

Van cliëntenwebsite tot Inspiratienetwerk

Voor de communicatiemiddelen van de KNOV is de afdeling ook verantwoordelijk. Zo zorgen ze voor het up-to-date houden van de website www.knov.nl, de doorontwikkeling van www.deverloskundige.nl, versturen ze iedere week de digitale nieuwsbrief, maken ze samen met de redactieraad vier keer per jaar het magazine, houden ze social media – vooral LinkedIn en Twitter – actief bij en houden ze samen met de moderatoren het Inspiratienetwerk op Facebook in de gaten. ‘Als op het Inspiratienetwerk iets voorbijkomt waar de programmamanagers of andere KNOV-collega’s van op de hoogte moeten zijn, of als er vragen gesteld worden waar we antwoord op kunnen geven, dan ondernemen we actie.’ Ook nemen ze deel aan verschillende communicatietafels waar partners aan zitten om samen op te trekken op diverse communicatieonderwerpen. Verder zijn ze nauw betrokken bij alle webinars en events die door het bureau worden georganiseerd en werken ze aan het actualiseren van de cliëntfolders.

 

Eva van Ofwegen - Communicatieadviseur en persvoorlichter

Proactieve media-aanpak

Het bovenstaande gaat vooral over de communicatie met leden, maar ook communicatie naar het bredere publiek is de afgelopen tijd belangrijker geworden voor de KNOV. ‘Als vereniging willen wij zichtbaarder zijn en laten zien hoe belangrijk de rol van verloskundigen is’, vertelt Eva. Zij is naast haar rol van communicatie-adviseur ook persvoorlichter. ‘Journalisten weten ons vaak wel te vinden als er aanleiding toe is. Maar we willen een meer proactieve rol aannemen en ook zélf het nieuws brengen als wij die noodzaak voelen. Bijvoorbeeld in maart dit jaar, toen minister Kuipers een voorstel deed voor integrale bekostiging. We lieten samen met leden op verschillende manieren weten dat we hier niet achter staan. We verstuurden pers-berichten, deelden nieuwsberichten en startten onze eigen campagne #Persvrijheid, waarmee we Nederland wakker wilden schudden en uitlegden dat de keuzevrijheid voor zwangere vrouwen op het spel staat. Om van dergelijke campagnes en andere uitingen een succes te maken, is een goede relatie met journalisten van verschillende media nodig. Het is mijn rol om die relatie op te bouwen, te onderhouden en wanneer nodig, in te zetten.’

'Wij willen laten zien hoe belangrijk de rol van verloskundigen is'

Dounia Maach - Communicatieadviseur

Podium pakken

De communicatieadviseurs van de KNOV treden bewust niet op als woordvoerder. ‘Liever laten we verloskundigen, de directeur of voorzitter een inhoudelijke reactie in de media geven, vertelt Dounia. ‘Zij zijn het gezicht van de KNOV en kunnen vertellen met het gekozen beleid of de praktijk als invalshoek. Het beste is het, als verloskundigen zélf hun verhaal willen doen. Want het is niet ons verhaal, maar dat van verloskundigen. Niemand kan beter antwoord geven op vragen over waar verloskundigen tegenaan lopen of vertellen wat ze 24/7 betekenen, dan een verloskundige zelf.’

Mediapool

Eva: ‘We zien ook dat steeds meer verloskundigen zichzelf – en daarmee het vak – zichtbaar willen maken. Daar zetten we ook op in en daar zijn we heel blij mee. Zo heeft de KNOV een mediapool, bestaande uit zo’n tien verloskundigen die bereid zijn om op te treden in de media. Neemt een journalist contact met ons op en denken we dat het beter is als een verloskundige het woord voert? Dan raadplegen we deze pool. Het werkt trouwens ook andersom. Als een journalist contact met een verloskundige opneemt over een bepaald thema, dan kunnen ze bij ons terecht voor handvatten. Dat vinden wij ook fijn, want dan weten wij wanneer verloskundigen in de media verschijnen en wij dus vragen kunnen verwachten.’ Kristi vult aan: ‘Om te beklijven moet een boodschap meerdere keren verteld worden. Het is dan goed als we allemaal een nagenoeg gelijk verhaal vertellen. Zo laten we ook zien dat we een sterke beroepsgroep zijn met hetzelfde doel.’

Word je benaderd door een journalist, vind je het leuk om je verhaal te delen of heb je een andere (persgerelateerde) vraag, neem contact op met Eva: evanofwegen@knov.nl. 


Hard gewerkt

Tekst: Carola Groenen, Marrit Smit, Berteld Kok, Sophie Six en Kees Erends, 2022-02

Het KNOV-bestuur maakt in zijn geheel plaats voor een nieuw bestuur. Rond het moment dat dit artikel gepubliceerd wordt, zullen de nieuwe bestuursleden gekozen worden. We geven de ‘oude’ bestuursleden graag de ruimte om op papier te zetten op welke successen van de afgelopen drie jaar zij trots zijn. En van welke fouten het nieuwe bestuur kan leren.

Drie jaar geleden gooiden wij het over een andere boeg. Aanleiding was de onvrede onder leden en de roep om verandering. We richtten ons op de inrichting van een proactieve en dynamische vereniging die snel kan inspelen op het veranderende geboortezorglandschap. Het bureau kreeg een nieuwe structuur en we introduceerden senior programmamanagers. Zij zouden in nauw contact staan met de leden, zodat zij samen aan de uitvoering konden werken. Deze combinatie van verloskundige inhoud met externe expertise kan een krachtig samenspel opleveren. Dat uitgangspunt is sterk. De uitvoering bleek complex. Zeker met de uitdagingen die wij op ons pad kregen.

De KNOV-organisatie was veranderd, senior programmamanagers waren gestart en toen kwam corona. Een tegenslag op een vervelend moment. Senior programmamanagers zouden zich ín de regio’s bevinden; het persoonlijke contact zou de kracht zijn. Dat is lastig als alles digitaal gaat en leden hártstikke druk zijn om zich aan alle nieuwe maatregelen aan te passen. Als bestuur hadden we onze leden meer moeten inlichten over het doel van alle organisatieveranderingen, zeker toen persoonlijk contact moeilijker was. Goede communicatie is onmisbaar. Toen het vertrouwen van leden verminderde, had het kunnen helpen dat bespreekbaar te maken. 

Er speelt nog iets mee; het brede takenpakket van de KNOV. Onze vereniging heeft namelijk twee belangrijke taken; het behartigen van de belangen én het borgen van de kwaliteit. Veel andere beroepsgroepen hebben deze taken ondergebracht in verschillende organisaties. De huisartsen hebben de LHV om hun belangen te behartigen en de NHG om de kwaliteit te borgen. Gynaecologen hebben met de Federatie Medische Specialisten en KNMG eenzelfde soort verdeling. Belang en kwaliteit kunnen elkaar versterken. Maar de vraag welk van de twee meer aandacht verdient zorgt voor ongelijkheid en discussie. En daar stippen we meteen een ander belangrijk issue aan; de verdeeldheid onder onze leden. Onze beroepsgroep professionaliseert. De beroepsgroep wordt diverser. KNOV-leden bestaan uit praktijkhouders van grote en kleine praktijken, caseloaders, waarnemers, klinisch verloskundigen, verloskundig echoscopistes, onderzoekers en wetenschappers en studenten. De KNOV moet ál die gelederen horen en hun belangen afwegen. Dat is soms ingewikkeld. Het vraagt van de leden om de eigen belangen binnen het grote geheel te zien. Maar ook communicatie vanuit het bureau is nodig, om te verbinden. Daar hebben wij als hele vereniging nog in te leren. En het is een grote kans, want uiteindelijk maakt diversiteit een vereniging juist vitaal!

Met de diversiteit van leden en bijbehorende verschillen in focus – op belangen versus kwaliteit – moet een bestuur koers zetten en houden. Daarom hebben we een prachtige visie ontwikkeld, waarvan continuïteit van zorg door verloskundigen de kern vormt. Hoe divers we ook zijn; dit visiedocument vertegenwoordigt ons allemaal. Het vormt een stevige basis en geeft ons een duidelijke koers en focus waar het beroep voor staat, nu en in de toekomst. Met die visie als ruggengraat hebben wij gebouwd aan een sterk meerjarenplan. Daaruit kan elk volgend jaarplan worden afgeleid. 

Nu is het tijd voor een nieuwe fase. Om onze positie in het zorglandschap te versterken, hebben we een stevige beroepsvereniging nodig. Een vereniging, waar haar leden trots op zijn. Met een bestuur dat in zijn geheel opnieuw gekozen is door de leden. 

Beste leden, sta áchter dat bestuur. Wees opbouwend kritisch, wees divers én kijk over de eigen belangen heen, communiceer opbouwend en geef het bestuur vertrouwen. Zo krijgt het mandaat. Dat is nodig om onze belangen te behartigen en de kwaliteit van ons vak te borgen. Alle delen van een vereniging hebben een eigen rol en juist in die samenwerking ontstaat wat wij verdienen; een belangrijke rol in de geboortezorg!

Carola Groenen, Marrit Smit, Berteld Kok, Sophie Six en Kees Erends


Achter de schermen: Carin Kleiweg

Tekst: Carin Kleiweg, 2022-02

Carin Kleiweg is Bureaumanager bij de KNOV en vanuit die rol verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering. Een veel-omvattende en veelzijdige baan. ‘Het is mijn missie ervoor te zorgen dat het achter de schermen goed loopt.’

Wat zijn jouw belangrijkste aandachtsgebieden?

‘Dat zijn met name ledenservice, financiën en HR. De ondersteunende zaken dus, zodat anderen – onder wie de directeur – zich met de inhoud van het beleid kunnen bezighouden. Zo zorg ik dat leden de informatie krijgen die ze van ons nodig hebben. Ik stel de begroting op en zorg dat we daarbinnen blijven. Voor het bewaken van de subsidiegelden ben ik verantwoordelijk, ik zorg voor de urenregistratie en voor de financiële rapportages daarover. De penningmeester en directeur faciliteer ik in hun overleg met de financiële commissie. Ik zie erop toe dat we inkopen conform het onlangs vastgestelde inkoopbeleid. Onder HR valt het hele proces van werving tot en met uitdiensttreding.’

Hoe is het om zo betrokken te zijn bij het verloskundige vak?

‘Soms uitdagend, want het is een gepassioneerde doelgroep die weet wat ze vindt. Ik heb ook ontzettend veel respect voor de leden. Dat hun werk zoveel inhoudt, had ik niet gedacht voordat ik bij de KNOV kwam werken. En al die termen… Ik heb aan het begin van mijn werk bij de KNOV een afkortingenlijst gemaakt; CTG, VSV, IGO. Van de meeste afkortingen had ik nog nooit gehoord.’

Waar word je enthousiast van?

‘Van reizen. De volgende reis gaat samen met mijn dochter van 23 naar Namibië. De plek die me het meest is bijgebleven is Malawi. Samen met dertien vrouwen hebben we voor Habitat huizen gebouwd voor twee weduwen met vier en vijf kinderen. Hun grootste wens was niet een goede opleiding voor hun kinderen, maar hen twee keer per dag eten kunnen geven. Die bouwreis heeft veel indruk op me gemaakt.’


KNOV in actie: Recap

Tekst: Eveline Mestdagh, 2022-02

De wetenschappelijk adviseurs van de KNOV geven antwoorden op vragen van leden. Iedere editie lichten we een paar van die wetenschappelijk onderbouwde antwoorden in het kort toe. Ben je op zoek naar andere wetenschappelijke adviezen of wil je uitgebreide versies van de adviezen lezen? Heb je zelf ook een vraag? Stel deze dan gerust via de helpdesk (MijnKNOV). De adviseurs je helpen je graag op weg!

Magnesiumbad tijdens bevalling

De wetenschappelijk adviseurs raadpleegden wetenschappelijke literatuur op zoek naar evidentie omtrent het toevoegen van magnesium aan het badwater tijdens de baring. Magnesium heeft invloed op heel wat enzymatische reacties in het lichaam, waaronder spiercontracties. Een tekort wordt bijna nooit vastgesteld bij de Nederlandse (zwangere) populatie, dus suppletie is zelden noodzakelijk. Voor transdermale toepassing – door magnesium toe te voegen aan het water – is geen evidentie te vinden. Een therapeutisch effect kan dus niet worden aangetoond, maar ook niet worden uitgesloten. 

Ketonen bij dehydratatie door hyperemesis gravidarum

Naar aanleiding van een casus van een zwangere vrouw met drie keer hyperemesis in de anamnese, onderzochten de wetenschappelijk adviseurs in hoeverre het controleren van ketonen in de urine betrouwbaar is bij het vaststellen van dehydratatie bij zwangere vrouwen en dus of rehydratie nodig is. Uit de literatuur blijkt dat ketonurie geen indicatie is voor de hoeveelheid resterend vocht in het lichaam, maar alleen een beeld geeft van de vetafbraak. Om dehydratatie te signaleren, is het dus niet nodig om ketonen vast te stellen. Beter is om te kijken naar het totaalbeeld van de zwangere vrouw met hyperemesis gravidarum.

Entonox® en het effect op het milieu

Lachgas (Entonox®) kan een aantrekkelijke vorm van pijnstilling zijn tijdens de baring. Een recente Engelse studie liet echter zien dat 30% van de broeikasgasemissie afkomstig was door lachgasgebruik op de verloskamers. Tot op heden worden in de literatuur nog weinig oplossingen geboden om dit vraagstuk structureel aan te pakken. In de toekomst kan mogelijk gedacht worden aan het gebruik van een Mobile Destruction Unit waarbinnen het broeikasgas wordt opgevangen en verwerkt. Ook kan gebruik worden gemaakt van een alternatieve pijnstilling. 


Achter de schermen: Tim de Kroon

Tekst: Tim de Kroon, 2022-01

Tim de Kroon is Senior Public Affairs Adviseur bij de KNOV. Hij is de man die in politiek Den Haag lobbyt voor de belangen van KNOV-leden. ‘Het verhaal van de verloskundige mag zichtbaarder worden.’

Wat deed je voordat je naar de KNOV kwam?

‘Ik heb Politicologie gestudeerd en daarna ben ik bij een lobbybureau in Den Haag gaan werken om te leren hoe de hazen lopen. Vervolgens koos ik voor de beroepsvereniging voor pedagogen en onderwijskundigen, de NVO. Daar hadden ze nog niet eerder een lobbyist gehad en het was leuk om die rol vorm te geven. Ik heb nog bij ProRail gewerkt en werkte tot september vorig jaar bij de gemeente Tilburg. Dat was een strategische beleidsfunctie die achteraf gezien niet zo goed bij me paste. Ik ging weer op zoek naar een functie in public affairs en kwam terecht bij de KNOV.’

En dat, op een moment dat je zelf twee jonge kinderen hebt.

‘Dat klopt, en dat is geen toeval. Door de geboortes van onze kinderen – nu vier en twee jaar – heb ik veel bewondering gekregen voor het werk van verloskundigen. Toen ik solliciteerde op de functie wist ik nog niet precies wat de portefeuilles zouden inhouden, maar ik wist wél dat ik iets voor deze beroepsgroep wilde betekenen. Veel van mijn collega’s bij de KNOV zijn trouwens ook jonge ouders. Het beroep van verloskundige is misschien niet zo zichtbaar, totdat je er zelf mee te maken krijgt. En dan is het een heel indrukwekkend beroep met ontzettend gedreven mensen die de zorg nog beter willen maken en daar veel concrete ideeën over hebben. Dat werkt aanstekelijk en enthousiasmeert. Maar ik schrik ook van de verhalen die leden me vertellen. Dat verloskundigen twaalf ziekenhuizen moeten afbellen om ergens terecht te kunnen en dat dit geen uitzondering is… We weten allemaal dat er een druk op de zorg ligt, maar het verhaal van de verloskundige wordt te weinig verteld.’ 

Wat voor gesprekken voer jij precies?

‘Gesprekken voer ik met beleidsmakers, Tweede Kamerleden en stakeholders. Vaak is daar een verloskundige of een programmamanager vanuit de KNOV bij aanwezig. Ik onderhoud het contact, de verloskundige of collega geeft voorbeelden en komt met concrete oplossingen. Vooral die voorbeelden doen het goed; die spreken tot de verbeelding en geven weer hoe het er in de praktijk aan toegaat. Lobbyen is mensenwerk, dus het helpt als je het over iets hebt wat mensen (her)kennen. Dat is een groot voordeel aan werken voor de geboortezorg; veel mensen hebben daar weleens mee te maken gehad. Tijdens mijn eerste maanden bij de KNOV was bekostiging het belangrijkste onderwerp van gesprek. Maar ik hoop straks ook meer aandacht te besteden aan sociale verloskunde; hoe kunnen we het medische domein dichter bij het sociaal domein brengen, met aandacht voor preventie?’ 


Anne-Marie Sluijs: ‘Streven naar een academische master’

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2022-01

Volgens Anne-Marie Sluijs zou een grote groep verloskundigen zich bezig moeten houden met wetenschappelijk onderzoek. Zelf werkt ze als verloskundige in het LUMC, studeerde ze Psychologie en promoveerde ze vorig jaar op het onderwerp ‘Fear of childbirth before and after birth.’ Sinds september werkt ze ook als SPM’er Wetenschap bij de KNOV. 

‘Nadat ik was afgestudeerd als verloskundige wilde ik een wetenschappelijke studie doen. In de verloskunde was daar geen aanbod in dus ging ik naast mijn baan als verloskundige deeltijd Psychologie studeren. Het bleek een gouden combinatie. Verloskunde heeft alles met psychologie te maken. Een kind krijgen omvat zó veel veranderingen dat het de ultieme zelftest is voor een vrouw. Psychische problemen komen vaak in die periode naar de oppervlakte. En voor mensen die al psychische problemen hebben, vormen deze veranderingen vaak een extra grote uitdaging. Verloskundigen spelen een belangrijke rol in het signaleren van problematiek. Als we in een vroeg stadium de juiste begeleiding aanreiken, kunnen we escalatie van het probleem voorkomen.’

Angst

‘Mijn afstudeeronderzoek ging over angst voor de bevalling. Bij angst hoort vermijdingsgedrag, maar als je eenmaal zwanger bent, is een bevalling vermijden onmogelijk. Dat maakt dit onderwerp complex, maar ook heel interessant. Na mijn afstuderen besloot ik – samen met de twee professors Wijma die mij begeleidden – mijn onderzoek voort te zetten. Mijn wetenschappelijke achtergrond heeft me geleerd sneller vraagtekens te zetten bij stellige (beleids)uitspraken en het stelt me in staat zelf een inschatting te maken van de wetenschappelijke achtergrond waarop veel beleid gebaseerd is. Dat wil niet zeggen dat mijn medische kennis daarmee op hetzelfde niveau is als die van artsen, maar het vergroot mijn inzicht in de problematiek, waardoor ik meer kritische vragen kan stellen en waardoor de communicatie met artsen beter verloopt.’

Onderzoek naar fysiologie

‘Met een hbo-opleiding kan je een hele goede verloskundige zijn, maar zodra we onze manier van werken moeten verdedigen, helpt het om op dezelfde golflengte te communiceren als onze – wetenschappelijk geschoolde – gesprekspartners. Daarvoor heeft onze beroepsgroep ook actueel onderzoek nodig. Wetenschappelijk onderzoek van medici gaat uit van pathologie; dat er iets mis is. Maar de ‘gewone’, niet-medisch geïndiceerde vrouw is gebaat bij onderzoek dat gaat over een baring door een gezond lichaam. Hoe kunnen we die bevalling zo goed mogelijk begeleiden? Wat is de invloed van ons handelen? Welke impact heeft de manier waarop we iets zeggen? Welke invloed heeft de omgeving?’

Kritische blik op wetenschap

‘Als we de fysiologie willen bewaken, hebben we de wetenschappelijk ondersteuning nodig dat een fysiologische benadering ook daadwerkelijk van waarde is. En ook een kritische blik op handelingen die nu de norm zijn, terwijl te twisten valt over het nut daarvan. Een voorbeeld: eerder inleiden bij verdenking macrosomie zou het risico op schouderdystocie verlagen. Maar als je het beperkte wetenschappelijke onderzoek daarnaar erbij pakt, ontdek je dat dit nauwelijks vermindering geeft van klinisch relevante problematiek bij het kind. Het is mogelijk dat een deel van de problematiek schuilt in de criteria die we hanteren voor de diagnose ‘schouderdystocie’. Misschien zie je eenzelfde daling van schouderdystocieën als je alle vrouwen in all fours zou laten bevallen. Met zo’n kritische benadering – vanuit fysiologisch oogpunt – van de wetenschap, kunnen we onze collega’s in het ziekenhuis inspireren. Zij leren veel van onze meer afwachtende houding. En van alle baringshoudingen waarmee wij een bevalling op een natuurlijke manier gemakkelijker laten verlopen. We hebben een onderwijsfunctie die we het beste kunnen vervullen als we een gelijkwaardige gesprekspartner zijn.’

Academische opleiding

‘Gelukkig wordt het belang van wetenschap in de verloskunde internationaal allang erkend. In Nederland is die overtuiging de afgelopen twintig jaar ook gegroeid, maar het is een gemis dat we geen wetenschappelijke opleiding hebben. We hebben een grote groep verloskundigen nodig die zich bezighoudt met wetenschappelijk onderzoek. Op de hbo-opleiding en master wordt veel nuttig onderzoek gedaan, vaak meer praktisch van aard. Met een master op wo-niveau kan dit aangevuld worden met meer theoretisch onderzoek, al dan niet in samenwerking met andere disciplines. Bijkomend en belangrijk voordeel is dat er met een academische master verloskunde een goede doorstroming mogelijk is via promotie en postdocposities naar hoogleraarschap. Om dat voor elkaar te krijgen hebben we weer een wetenschapscommissie nodig, die een kennis en subsidieagenda ontwikkelt en deze up-to-date houdt. En die door middel van financiële ondersteuning promotieplekken en fellowships voor verloskundigen stimuleert.’

 

Anne-Marie werkt als verloskundige in het LUMC, zette daar de POP-poli op, is bestuurslid van de WPOG en werkt mee aan een onderzoeksproject in Noorwegen. Sinds september is ze programmamanager Wetenschap bij de KNOV.
Anne-Marie Sluijs
Coördinator Wetenschap
asluijs@knov.nl
Wat Anne-Marie leest en luistert

In haar vrije tijd doet Anne-Marie aan yoga, is ze graag met familie – zelf heeft ze drie zonen in de puberleeftijd – en vrienden, geniet ze van haar huis in Frankrijk en is ze gek op lezen. Ze maakte een lijstje van haar favorieten boeken en podcasts:

Luisteren:
- DailyFrenchPod. ‘Om mijn Frans te onderhouden.’
- Verloskundig Baken. ‘Mini-colleges van enthousiaste experts over actuele onderwerpen in de verloskunde. Heel leerzaam.’
- Zwarte muisjes. ‘Pychiatrische problematiek rond zwangerschap en geboorte mooi weergegeven.’

Lezen:
- De keuze: leven in vrijheid – Edith Eger. ‘Edith is een overlevende van de holocaust en werd psychiater. Ze vertelt over haar leven en over haar begeleiding van mensen met trauma’s.’
- Childbirth and the Evolution of Homo sapiens – Michel Odent. ‘Michel Odent is een van de grote denkers over geboorte en wat dit met de mensen doet.’
- Alles van schrijfster Isabel Allende. ‘Zij vertelt sprookjesachtig mooi en kiest meestal sterke vrouwen voor de hoofdrol.’


GOUD

Tekst: Carola Groenen, 2022-01

 

Carola Groenen, voorzitter van de KNOV

Verloskundigen zijn goud waard. Daar moet je zuinig op zijn. En niet alleen op verloskundigen, op alle zorgverleners. Het wordt steeds duidelijker; de tekorten aan zorgverleners gaan alleen maar groeien. We moeten daarom vol inzetten op een langetermijnstrategie. Een strategie die vraagt om innovaties in samenwerking.

Ik zie hierin twee belangrijke uitgangspunten. Allereerst: laat de verloskundigen en zorgverleners zoveel mogelijk tijd besteden aan het directe cliëntencontact. Dat betekent dat alle facilitaire of administratieve onderdelen die door anderen gedaan kunnen worden, ook door anderen worden gedaan. Vermindering van regels die voor administratie zorgen helpt daarbij. En als tweede: veel meer inzet op ‘de juiste zorg op de juiste plaats’. Alle VSV’s moeten daar nu mee aan de slag, want capaciteit gaat iedereen raken. Dit vraagt van verloskundigen om kansen hierin te pakken, maar ook om ruimte te geven aan verplaatsing van zorg naar bijvoorbeeld de kraamzorg.

De langetermijnstrategie is belangrijk om de beste kwaliteit te blijven leveren. Kwaliteit is en blijft ons uitgangspunt; wij staan direct naast de zwangere vrouw in een bijzondere periode en dragen bij aan de gezonde start van moeder en kind. Wij werken samen met de diverse betrokken zorgverleners in het hele netwerk. Want zoals mijn proefschrift ‘Maternity networks and personal health records’ aangeeft, spelen verloskundigen – in onze rol als coördinerend verloskundig zorgverlener – een belangrijke, verbindende rol in het geboortezorgnetwerk. Dit in combinatie met de positieve uitkomsten van continuïteit van zorgverlener, maakt dat verloskundigen cruciaal en de aangewezen personen zijn voor preventie en een gezonde start van moeder en kind. Preventie levert bovendien een belangrijke bijdrage aan de capaciteitsproblematiek op lange termijn. En dat maakt dus dubbel goud. 

Laten we zelf de eerste stap zetten, door zuinig op elkaar te zijn. Elkaar steunen, respecteren en vertrouwen is hierbij een belangrijke basis. Zo kunnen we ons goud voluit laten blinken en met voldoende capaciteit blijven staan en gaan voor de aanstaande moeders en kinderen. Dat verdienen zij, dat verdient Nederland. 

Carola Groenen


KNOV in actie: Recap

Tekst: Eveline Mestdagh, 2022-01

De wetenschappelijk adviseurs van de KNOV geven antwoorden op vragen van KNOV-leden. Iedere editie lichten we een paar van die wetenschappelijk onderbouwde antwoorden in het kort toe. Ben je op zoek naar andere wetenschappelijke adviezen of wil je uitgebreide versies van de adviezen lezen? Heb je zelf ook een vraag? Stel deze dan gerust via de helpdesk. De adviseurs helpen je graag op weg!

Silicium tegen bekkeninstabiliteit

De wetenschappelijk adviseurs onderzochten de vraag ‘Wat is het effect van het mineraal silicium in drinkbare vorm (Silanol®) op het verbeteren van eventuele bekkeninstabiliteit?’ Silicium is een bestanddeel van het bindweefsel en speelt onder andere een rol in elasticiteit van de huid en de stevigheid van bot en kraakbeen. Er wordt online best wat voedingsadvies gegeven met betrekking tot dagelijkse inname van silicium, echter ontbreken gerandomiseerde gecontroleerde studies, die de effectiviteit daadwerkelijk zouden kunnen evalueren. Er is ook geen bewijs terug te vinden dat silicium is aan te raden ter behandeling van bekkenbodeminstabiliteit.

Risico op complicaties bij ­afwachtend beleid bij miskraam

Er is veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit en veiligheid van verschillende behandelopties bij een niet-vitale zwangerschap. Zo blijkt dat 64% van de vrouwen die afwachten, alsnog een complete miskraam doormaken en geen aanvullende behandeling nodig hebben. Bij dit afwachtend beleid is de kans alsnog groter op een chirurgische ingreep dan bij behandeling met medicatie. Of de kans op een spoedopname met ruim bloedverlies groter is wanneer vrouwen met een niet-vitale zwangerschap langer willen afwachten, is echter niet terug te vinden in de reeds gepubliceerde literatuur.

Hepatitis B en badbevalling

Welke wijze van geboorte de minste kans op overdracht van het Hepatitis B-virus (HBV) geeft, is nog steeds een discussie die gaande is in de wetenschappelijke literatuur. De algemene overtuiging is wel dat een vaginale baring een veilige optie is. Verder ontbreekt duidelijke informatie en advies over bevallen in bad in aanwezigheid van het HBV. De huidige literatuur lijkt te suggereren dat de aanwezigheid van door bloed overgedragen ziekteverwekkers bij de vrouw een contra-indicatie is voor een badbevalling, gezien een eventueel groter risico op transmissie voor zowel de pasgeborene als de zorgverlener. Er is meer onderzoek nodig om dit te bevestigen.


Update

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2022-01
Gezocht: redactieraadslid De Verloskundige!

De Verloskundige – het relatiemagazine van de KNOV – komt tot stand in samenwerking met een viertal redactieraadsleden. Dankzij deze redactieraadsleden is De Verloskundige een magazine van en voor verloskundigen. Ieder lid heeft ongeveer een jaar zitting in de redactieraad en wordt daarna vervangen door een nieuw redactieraadslid. Momenteel zoeken we in ieder geval één nieuw redactieraadslid dat vanaf week 21 (eind mei) beschikbaar is. Taken bestaan uit het bijwonen van redactievergaderingen (vier keer per jaar), bedenken van onderwerpen voor artikelen en het reviewen van artikelen op inhoud en wetenschappelijke validiteit.

We zoeken een verloskundige die:
- bij voorkeur een wetenschappelijke achtergrond heeft;
- bij voorkeur maatschaphouder is;
- zich proactief bezighoudt met ontwikkelingen in de verloskunde en geboortezorg;
- het leuk vindt om mee te denken over de inhoud van De Verloskundige.

Voor deze werkzaamheden zijn vacatiegelden beschikbaar.

Heb je interesse om als redactieraadslid bij te dragen aan De Verloskundige? Stuur een e-mail naar redactie@knov.nl.

In memoriam: Henny Damen-Elias

Tot onze spijt laten we weten dat op 14 december dr. Henny Damen-Elias is overleden. Henny was in de jaren ‘80 bestuurslid van de KNOV, onder voorzitter Alie Lems. Henny was lid van de KNOV sinds 1974 en heeft zich met veel toewijding ingezet voor de verloskundige zorg en in het bijzonder voor de echografische prenatale diagnostiek in Nederland. Henny promoveerde in 2004 met haar onderzoek naar nierafwijkingen bij ongeborenen. Henny is 80 jaar geworden. We delen graag haar laatste wijsheid zoals vermeld in haar overlijdensbericht: Tot ziens zei de vos. Hier is mijn geheim. Heel simpel: je kan alleen goed zien met je hart. Waar het echt om gaat kun je niet zien met je ogen. (uit De Kleine Prins)

Vertrouwenspersonen bij ongewenst gedrag  

De KNOV heeft voor verloskundigen vertrouwenspersonen benoemd bij ongewenst gedrag. Ongewenst gedrag komt voor in de vorm van pesten, discriminatie, seksuele intimidatie en agressie en geweld. Deze vertrouwenspersonen bieden mentale en emotionele ondersteuning aan verloskundigen die ongewenst gedrag ervaren binnen hun werk. Vertrouwenspersonen ongewenst gedrag is een pilot van de werkgroep Diversiteit, Inclusie en Anti-Discriminatie (DIAD). De werkgroep DIAD zet zich in voor gelijkwaardige behandeling binnen de geboortezorg. De werkgroep houdt bij hoeveel klachten binnen komen en evalueert medio juni 2022 of het nodig is om breder actie te ondernemen. 

Twinning Buiten de lijnen

Twinning Buiten de lijnen (2021-2022) is gestart met het opbouwen van de onderlinge relaties. De deelnemers ondernemen samen (als Twins) activiteiten, zoals met elkaar meelopen, starten van gezamenlijke projecten en deelnemen aan workshops. De Twins zijn op studiereis geweest naar Denemarken. De Deense samenwerking tussen de verloskundigen maakte indruk. Twins gingen een sociocratische dialoog met elkaar aan die bijdraagt aan een respectvolle samenwerking tussen alle verloskundigen die werkzaam zijn in de eerste, tweede en derde lijn. Dit alles heeft al geleid tot mooie persoonlijke inzichten en professionele ontwikkelingen. 

Iedere Twin heeft haar eigen deelproject binnen Twinning. Daar zijn ze inmiddels volop mee bezig. De beoogde resultaten van elk van die projecten versterkt de samenwerking tussen de verloskundigen. Zoals het project over communicatie tussen verloskundigen en het project waarin verloskundigen werkzaam in de tweede lijn consulten verrichten in de eerstelijnspraktijken. 


Mindset

Tekst: Carola Groenen, 2021-4
Carola Groenen, voorzitter van de KNOV

Ik zit aan tafel met een groep verloskundigen. Casuïstiek en bijbehorende emoties vliegen voorbij; herkenning, verwondering, medeleven en… verbinding. Deze verloskundigen zijn werkzaam in verschillende settings en in verschillende landen. Ik ben met het project ‘Twinning Buiten de Lijnen’ op werkbezoek in Denemarken. 

We doen inspiratie op en werken aan projecten. Waar we ook werken, we streven naar het versterken van de beroepsgroep en het ontwikkelen van leiderschapskwaliteiten. Het is een thema in Nederland en het speelt tegelijkertijd in de landen om ons heen. We kunnen elkaar makkelijk vinden. Wij, verloskundigen. We hebben immers dezelfde mindset! En de sleutel is: wij hebben respect voor elkaar. Het zijn de simpele constateringen van onze Deense collega’s tijdens deze reis.

De vrouwen in Nederland bevallen in 70% van de gevallen bij een verloskundige; verloskundigen werkzaam in de eerste lijn en in de kliniek. We weten dat een belangrijke uitkomstmaat een goede bevalervaring (ongeacht de manier van bevallen) is. Daar hebben wij dus in 70% van de gevallen direct invloed op. 

Hoe borgen we dit, ook bij een overdracht, was de vraag aan de Deense verloskundigen die in toenemende mate ook ‘homebirths’ doen. Hun antwoord was ook dit keer simpel: ‘Ik zeg altijd tegen de vrouw dat zij naar hele goede collega’s gaat, en dat ik weet dat zij bij hen goede zorg zal krijgen’. Daarnaast blijven de verloskundigen bij de vrouw na verwijzing. Er is een piloot en een co-piloot, dat werkt zonder discussie in Denemarken.

De eenheid in de beroepsgroep bevorderen begint met simpele, kleine dingen. Iets waar we allemaal direct mee kunnen starten. Het begint bij onze instelling: we hebben dezelfde mindset. Dat is goed voor de zwangeren, goed voor elkaar en goed voor onze beroepsgroep. En dat combineren met veel lol samen aan tafel. De verloskundigen in ‘Twinning Buiten de Lijnen’ laten nu al zien dat dit werkt.

Carola Groenen