Update KNOV: ontwikkeling richtlijnen en kwaliteitsdocumenten
Tekst: VRHL Content en Creatie, 2026-1
Je ziet ze vast weleens voorbijkomen: oproepen om bijvoorbeeld deel te nemen aan een werkgroep voor de ontwikkeling van een kwaliteitsdocument. Of om commentaar te geven op een conceptrichtlijn. Dat vraagt de KNOV je niet zomaar: richtlijnen en andere kwaliteitsdocumenten moeten aansluiten bij de behoeften van verloskundigen, de nieuwste inzichten en de actuele vraagstukken uit het dynamische werkveld. Zo ontwikkelen we samen praktische handvatten om de kwaliteit van de verloskundige zorg hoog te houden. In dit artikel lees je hoe het staat met de ontwikkeling van diverse kwaliteitsdocumenten.
Gepubliceerde documenten van de KNOV
KNOV-standpunt Intermitterende Auscultatie (IA)
Het KNOV-standpunt Intermitterende Auscultatie (IA) is begin dit jaar gepubliceerd.
Gepubliceerde documenten waaraan de KNOV meewerkte
NVOG-richtlijn Vaginale Kunstverlossing
De KNOV nam samen met de Patiëntenfederatie Nederland (PFN) deel aan de actualisatie van deze richtlijn. Op enkele aanbevelingen uit deze richtlijn heeft de KNOV een formeel bezwaar gegeven. Op de rest van de richtlijn geeft het KNOV-bestuur een formele verklaring van geen bezwaar.
NVOG-richtlijn HPP
De KNOV nam deel aan deze actualisatie en is per module gekomen tot een besluit tot autorisatie, geen autorisatie of een formele verklaring van geen bezwaar.
NVOG-richtlijn Gynaecologische Echografie
De KNOV heeft geparticipeerd in de ontwikkeling van deze leidraad en het KNOV-bestuur heeft deze geautoriseerd.


Leren in de praktijk
Tekst: Hedy Jak | VRHL Content en Creatie, 2026-1
Elke werkdag in de verloskunde brengt nieuwe inzichten. Soms klein, soms verrassend groot. Voor de vorige editie van dit tijdschrift vroegen we jullie om die leermomenten met ons te delen. We ontvingen zoveel leuke en mooie reacties dat we er in deze editie graag nog een aantal van plaatsen. Vijf verloskundigen delen hun aha-moment: een ervaring die hun blik en handelen blijvend veranderde.
Wat je echt waard bent
‘Dagelijks worden we beloond met woorden van dank door onze cliënten.
Na een complimentrijke kraamvisite bij iemand die goed bevallen is, zweef je bijna over de weg. Iedereen kent het wel: je voelt je bevestigd – ‘ik ben een goede verloskundige’. Tijdens een nagesprek met cliënten na een nare casus waren dit de woorden van de partner: ‘Ik geloof dat jullie een leuke en goede verloskundigenpraktijk zijn hoor, zolang alles goed gaat. Maar als er, zoals bij ons, iets zwaars gebeurt, dan laat je echt zien wat je waard bent.’
Hij leerde me dat cliënten waarbij de uitkomst goed is, bijna vanzelfsprekend tevreden zijn. Daar hoef je vaak niet meer voor te doen dan jezelf te zijn en standaardzorg te leveren. Ik leerde dat ik mijn kwaliteit vooral kan afmeten aan hoe mensen terugkijken op mijn zorg als het onverwacht anders is gelopen, bijvoorbeeld bij een miskraam of IUVD. Dat zijn de mensen die ons het hardst nodig hebben en bij wie we het verschil kunnen maken.’
Rianne Scholten, eerstelijnsverloskundige
Zijligging
‘Bij een versie vanwege stuitligging lukte het mij niet om de stuit uit het bekken te krijgen. Daarop zei de zwangere: ‘Als ik thuis op mijn zij lig, voelt het alsof de stuit weer uit het bekken gaat.’ Ik probeerde dit en legde haar op haar zij.
Na tien minuten in zijligging deed ik opnieuw een poging en lukte de versie zeer eenvoudig. Nu zet ik de zijligging bijna altijd in als een versie niet lukt. Soms lukt het daarna alsnog.’
Miran Gerritsen, klinisch verloskundige
Handen op de rug en afwachten
‘Mijn zusje beviel van haar tweede kind en dat werd voor mij een belangrijk leermoment. Bij haar eerste zwangerschap had ik bij 41+6 weken de vliezen gebroken en zeven uur later was ze bevallen: dat verliep vlot. Bij haar tweede kreeg ze bij 41+2 weken ’s nachts spontaan weeën, die na een aantal uur wat afzakten toen het dag werd. Ze had toen drie centimeter ontsluiting, die ik door strippen uitbreidde naar vijf centimeter. Ik verklaarde haar in partu en we gingen actief aan de slag, zoals ik toen gewend was, met onder andere elke drie uur een vaginaal toucher.
De weeën bleven echter matig, ook na AROM. Uiteindelijk volgde een overplaatsing vanwege NVO. Ik maakte me grote zorgen en dacht aan een wanverhouding: waarom was de eerste baby er zo snel, en deze niet? In het ziekenhuis beviel ze vlot na een beetje synto.
Hieruit leerde ik dat weeën alles zeggen: hun kracht en frequentie. De rijpheid van de portio en het aantal centimeters ontsluiting zeggen op zichzelf weinig.
Als de weeën er nog niet zijn, werkt het niet om het proces te forceren. Het is beter dat iedereen zijn rust pakt, zolang de baby het goed doet en de moeder het ziet zitten: handen eraf en afwachten. Waarschijnlijk had ik haar te vroeg in partu verklaard en was ze, als we hadden afgewacht, later die dag of ’s avonds spontaan thuis bevallen.
Sindsdien heb ik vaker meegemaakt dat er een duidelijke discrepantie was tussen het vaginaal toucher en het weeënbeeld. Het toucher kan positief verrassen, terwijl het nog de latente fase is. Wachten tot de weeën sterker worden en de actieve fase vanzelf begint: ik weet nu dat ik daarop kan vertrouwen.’
Remke Grootenhuis, eerstelijnsverloskundige
Weer wat geleerd
‘Ik had van de week een kraamvrouw die niet kon plassen. Ik heb haar gekatheteriseerd: er kwam een liter urine uit. Later zei een verpleegkundige tegen mij dat je bij 500 milliliter moet stoppen en later nogmaals urine moet laten aflopen. Als je de blaas in één keer volledig leegt, kan die ‘dichtklappen’ en kan diegene daarna helemaal niet meer plassen. Dat had ik nog nooit gehoord.
Weer wat geleerd!’
Pauline Sampiemon, klinisch verloskundige
Eyeopener
‘Ik werd er onlangs op geattendeerd dat er een meetlint in een unster zit.
Een openbaring na 26 jaar!’
Jef Mennes, eerstelijnsverloskundige
Het kan ook morgen
‘In de afgelopen periode heb ik geleerd om veel beter te prioriteren en te beseffen dat dingen kunnen wachten. Als verloskundige en praktijkhouder ging ik altijd maar door: appen in de avond, etc. Ik weet nu dat veel dingen tot de volgende dag kunnen wachten en dat dit niets aan je geloofwaardigheid verandert. Het heeft wel anderhalf jaar geduurd na mijn stop als verloskundige voordat ik dat echt doorhad en ook zo ervaarde.’
Lieneke van den Brink, verloskundige n.p., directeur van een zorggroep
De KNOV-academie gaat van start!
Tekst: VRHL Content en Creatie, 2026-1
Kom jij naar de feestelijke openingsdag?
Op 10 april 2026 is het zover! Dan opent de allereerste, gloednieuwe KNOV-academie: een leerplatform van de KNOV voor verloskundigen. Hiermee sluiten we aan bij een lange traditie van beroepsverenigingen die hun leden ondersteunen in hun professionele ontwikkeling. Vier jij de opening met ons mee?
De KNOV-academie is een nieuwe leer- en ontwikkelomgeving die verloskundigen ondersteunt om met vertrouwen en vakvrouwschap in te spelen op ontwikkelingen in de zorg. De academie verdiept je kennis en versterkt je professionele fundament met behulp van:
• e-learnings;
• microlearnings;
• podcasts;
• live scholingen in jouw regio.
Voor deze dag ontvang je accreditatiepunten: bij het Kwaliteitsregister Verloskundigen 3 punten en bij het Kwaliteitsregister Klinisch Verloskundigen 5,5 punten.
Feestelijke opening
Op vrijdag 10 april openen we met trots de nieuwe academie. Dit unieke moment vieren we graag samen met jou tijdens een feestelijke openingsdag (van 09.45 tot 16.00 uur) bij InnStyle in Maarssen.
Wat kun je verwachten?
• Je leert in een dag het aanbod kennen en weet wat passend is voor jou;
• Je krijgt interactieve demo’s van microlearnings, e-learnings en een nieuwe podcastserie;
• Je kunt gratis introductiesessies volgen van nieuwe live scholingen waar je meteen je voordeel mee kunt doen;
• Je krijgt advies van het academieteam.

Laat je inspireren
Tekst: KNOV, 2026-1
Beeld: PR
Op zoek naar iets moois om te lezen of luisteren? Medewerkers en bestuurders van de KNOV delen hun persoonlijke favorieten.



Update
Tekst: VRHL Content en Creatie, 2026-1
Save the date: ICM-congres 2026 in Lissabon
Van 14 t/m 18 juni 2026 vindt in Lissabon (Portugal) het 34e ICM Triennial Congress plaats, het grootste internationale congres voor verloskundigen en aanverwante professionals. Dit unieke vierdaagse evenement brengt collega’s, onderzoekers, opleiders en beroepsverenigingen uit de hele wereld samen om kennis te delen en biedt volop kansen om je professionele horizon te verbreden.
Het thema One Million More Midwives benadrukt de urgente, wereldwijde noodzaak voor een miljoen extra verloskundigen, om de kwaliteit van zorg rond zwangerschap, geboorte en kraamperiode te verbeteren en levens te redden.
Ben jij nieuwsgierig naar verloskunde wereldwijd en wil je je verbinden met collega’s uit alle windstreken? Klik hier voor de congres-website waar je je kunt aanmelden.
Coming soon: KNOV – De podcast
In april lanceert de KNOV haar allereerste podcastserie. In tien afleveringen gaan Ruth Evers, senior programmacoördinator bij de KNOV, en verschillende collega’s in gesprek met experts uit het vak over de beroepsidentiteit van de verloskundige. Wat zijn we normaal gaan vinden? Waar staan we als beroepsgroep voor en waarvoor juist niet? En hoe onderscheiden we wat persoonlijk voelt van wat eigenlijk een maatschappelijke constructie is?
Samen blikken zij terug én vooruit. Want om de toekomst van de verloskunde te begrijpen, moeten we ook onze geschiedenis kennen.
De serie gaat in op de verloskundige beroepsidentiteit in tijden van verandering, op vakvrouwschap, op verbondenheid in een verdeeld veld en op moed als dagelijkse professionele houding. Zoals het treffend wordt verwoord in een van de afleveringen: ‘Professioneel handelen begint niet bij weten wat je mag, maar bij durven staan voor waar je van bent.’
De podcast is een van de onderdelen van de nieuwe KNOV-academie, die op 10 april opengaat. Houd de academie en de KNOV-website in de gaten voor de link naar de eerste afleveringen.
Laatste stappen in herziening Kwaliteitsregister Verloskundigen
Dit jaar onderneemt de KNOV de laatste stappen in de herziening van het Kwaliteitsregister Verloskundigen die vorig jaar is ingezet. Alle geregistreerden hebben inmiddels inzicht gekregen in hun financiële situatie en welke actie dit van hen vraagt. De deelregisters Anticonceptie, Antenataal CTG en Uitwendige versie worden omgezet naar aantekeningen. Dit zorgt voor minder administratieve lasten en sluit aan bij vertrouwen en eigen verantwoordelijkheid. Het deelregister Counseling Prenatale Screening komt niet terug als aantekening; de scholingseisen blijven wel van kracht. Ook realiseren we de aantekening met herregistratie-eis Basisechoscopie, waarmee we de borging van bekwaamheid in de basisechoscopie weer bij de eigen beroepsvereniging beleggen.
Klik hier en schrijf je nu in voor deze aantekening.
Herintreders aan het woord: 'er is geen beroep zoals de verloskunde'
Tekst: Hedy Jak | VRHL Content en Creatie, 2026-1
Jessica Monnikendam en Claire van Hemel besloten de verloskunde achter zich te laten. Toch bleef het vak trekken. Deze twee herintreders vertellen hoe het was om het vak te verlaten én wat de doorslag gaf om weer terug te keren.
Na veertien jaar weer in het vak

Jessica Monnikendam (59) studeerde in 1998 af aan de Kweekschool voor Vroedvrouwen in Amsterdam en werkte daarna als verloskundige. Tien jaar later stopte ze met het vak en besloot als kraamverzorgende aan de slag te gaan. Maar al die tijd miste ze de verloskunde. Vorig jaar rondde Jessica haar herregistratietraject af. Op dit moment werkt ze als waarneemster door heel Nederland.
Het vak is zo mooi en leuk, maar mijn onregelmatige werk als verloskundige was niet meer te combineren met de zorg voor mijn gezin. In 2008 maakte ik de keuze om te stoppen en ben ik als zelfstandig kraamverzorgster gaan werken. Een leuk beroep, ik was tijdelijk onderdeel van een gezin. Overigens heb ik me verkeken op de sociale vaardigheden die je als kraamverzorgende nodig hebt om goed te kunnen functioneren. Dat was voor mij een eyeopener.
Als ik bij mijn werk een verloskundige tegenkwam en zij vertelde over haar werk, dan begon het te kriebelen. Dan wilde ik dat werk zelf ook weer zó graag doen, dat het bijna pijn deed in mijn hart. Dat gevoel heb ik weggestopt, met figuurlijk een grote berg zand erover. Want dit prachtige vak vraagt natuurlijk wel al je aandacht en inzet. Toen mijn kinderen zelfstandiger waren, kreeg ik de ruimte om opnieuw als verloskundige te kunnen beginnen. Dat moment heb ik met wel drie handen aangepakt!
In 2024 meldde ik mij aan voor het herregistratietraject in Rotterdam en zocht een stageplek, die is verplicht. Elke ochtend dook ik, vóórdat mijn kraamwerk begon, twee uur in de studieboeken. Je kunt het herregistratietraject zien als een zeer intensieve vorm van scholing waarin het vierde jaar verloskunde in een half jaar wordt gepropt. Ik vond het traject best een zware dobber. Als ik dit niet met ziel en zaligheid had gewild, dan was het niet gelukt en had ik niet alle toetsen gehaald. Mijn begeleidster, Deborah Gerrits van het geboorteatelier in Almere, heeft me erdoorheen gesleept. Samen hebben we gelachen en gehuild. Zij is ook iemand met levenservaring, het was heel fijn dat zij er was.
Het was meteen weer heel vertrouwd om bij een bevalling aanwezig te zijn. In het begin was ik iets zenuwachtiger, maar inmiddels voel ik meer rust. Er is geen beroep zoals de verloskunde; de intensiteit, passie en de puurheid maken dat dit vak bij mij past. Het is bijzonder en eervol om deel uit te mogen maken van zo’n levensveranderend moment van een vrouw, en haar partner. Dat is een groot voorrecht, vind ik. Dat ervaar ik nu sterker dan toen ik nog jonger was. Maar laten we ons niet groter maken dan we zijn, want het is toch de vrouw die het allemaal doet. Ten opzichte van veertien jaar geleden, zie ik wel dat de verloskunde enorm is gemedicaliseerd. Ik zie dat het vertrouwen in het fysiologische verloop van zwangerschap en baren verschuift naar protocollen en techniek, ook bij vrouwen zonder medische risico’s. Heel jammer.
'Het was meteen vertrouwd om weer bij een bevalling aanwezig te zijn'
Als je overweegt te herintreden, dan zou mijn tip zijn: zorg dat je het honderd procent wilt, want anders ga je het niet halen. Je doet het er niet ‘even bij’. Terugblikkend had ik het prettig gevonden als stageplekken makkelijk beschikbaar zouden zijn. Ook merkte ik dat men zich vanuit de opleiding onvoldoende realiseert hoe gemotiveerd herintreders zijn, en dat het vaak mensen zijn met werk- en levenservaring. Die erkenning ontbrak nog weleens.
Dat ik weer terug in het vak ben, is geweldig! Ik wilde niet mijn graf in zonder dat ik ooit nog een kind heb aangepakt. Nou, die wens is uitgekomen! Op dit moment werk ik als waarneemster op verschillende plekken in het land. Als ik een plekje heb gevonden waar ik me prettig voel, dan wil ik daar wel blijven. Een praktijk die niet te groot is, en waar ik echt verbinding kan maken met de vrouwen die ik begeleid. Maar ik ben vooral heel dankbaar dat ik dit werk weer mag doen.’
Jong begonnen in het vak

In 2020 studeerde Claire van Hemel (27) af en werkte een jaar fulltime als verloskundige. Ze besloot weer te gaan studeren en het studentenleven in te duiken. Toch kon ze de verloskunde nog niet loslaten. In november 2025 startte ze – na een periode van bijscholingen – opnieuw in het vak.
Op mijn 21e begon ik fulltime als verloskundige, maar na een jaar merkte ik dat het werkende leven nog niet helemaal bij mij paste. Ik vond collega’s, cliënten en het wereldje soms best pittig. Ik wilde iets anders en besloot te gaan studeren; eerst een jaar Taalwetenschap en daarna Pedagogische Wetenschappen. Vier jaar lang dompelde ik mij onder in het Leidse studentenleven, heel leuk! Ik ging samenwonen met mijn vriend en kwam in wat rustiger vaarwater. Dit stukje ‘opgroeien’ had ik echt nog nodig.
Mijn werk als verloskundige voelde nog niet klaar, nog niet afgerond. Het idee dat ik nooit meer een bevalling zou begeleiden, vond ik heel jammer. Ik wilde het vak nog een kans geven. Mijn BIG-registratie had ik nog, maar de registratie in het Kwaliteitsregister was ik kwijt. Om die te behalen, en om weer als verloskundige aan de slag te kunnen, moest ik weer de boeken in, cursussen en bijscholingen volgen om de benodigde veertig punten te halen. Het opdiepen van kennis was fijn en heeft mijn enthousiasme voor het vak opnieuw aangewakkerd.
Na de bijscholingen kon ik in principe meteen weer aan het werk, maar dat voelde voor mij nog niet passend. In de regio Leiden heb ik praktijken benaderd met de vraag om een stage of werk rondom herintreden. Ik verwachtte met het tekort aan verloskundigen dat ze overal om mij zaten te springen, maar dat viel tegen. Uiteindelijk kon ik in een praktijk in Leiden een maand meelopen.
Aanvankelijk dacht ik dat ik weer helemaal van voor af aan moest beginnen, maar de handelingen zaten er allemaal nog in! Het is net als fietsen, je verleert het niet. Kennelijk is er tijdens de opleiding en mijn jaar werken toch een soort zaadje geplant – ik bén gewoon verloskundige. Mijn ‘eerste’ bevalling na al die tijd eruit te zijn geweest was heel mooi; een badbevalling, ongecompliceerd en mooi fysiologisch. De spark was terug!
Op dit moment neem ik her en der diensten en spreekuren waar. Ik hoop een vaste dienstbetrekking te kunnen vinden. Voor nu vind ik het vooral heel fijn om weer als verloskundige te werken; vrouwen begeleiden en iets kunnen betekenen voor andere mensen. De rush van een bevalling begeleiden haal ik nergens anders uit, het is met niets te vergelijken. Oproepbaar zijn vind ik mentaal nog steeds een uitdaging; om dan te gaan slapen en de rust te vinden. Toch kan ik daar beter mee omgaan dan vijf jaar geleden.
'De rush van een bevalling begeleiden haal ik nergens anders uit'
Achteraf zie ik in dat ik mij als 21-jarige nog lastig staande kon houden; wel in het vak zelf, maar niet in bijvoorbeeld onderhandelingen en omgang met een werkgever en collega’s. Ik kan daar nu makkelijker mee dealen. Ik had niet later willen beginnen met de opleiding, maar ik had wel willen weten dat het niet erg is om meer tijd te nemen voor studie en stage. Maar van dat idee ervaarde ik destijds vooral spanning. Vanuit de opleiding wordt er strikt gestuurd op het volgen van het opleidingsstramien, ik voelde weinig ruimte daarvan af te wijken.
Een aanrader voor herintreders? Neem een verloskundig coach in de hand. Ik heb een paar sessies gedaan om te kunnen sparren over het werk en na te gaan wat ik nodig heb. Daardoor vond ik nog meer rust bij mezelf.’

Word lid van de KNOV
Tekst: VRHL Content en Creatie, 2026-1
Als lid versterk je niet alleen je eigen positie, maar ook die van alle verloskundigen in Nederland. Door als collectief op te treden, staan we sterk en kunnen we breed gedragen stappen zetten richting een nog betere geboortezorg.
Ledenvoordelen
• Je kunt meedenken over en bijdragen aan de inhoud van het vak.
• Je hebt toegang tot handige documenten over waarneming, praktijkvoering, overname, tariefbepaling, toelatingscontracten, etc.
• Als je lid bent van de KNOV ben je automatisch ook aangesloten bij de geschilleninstantie.
• Als klinisch verloskundige heb je via de KNOV toegang tot juridische ondersteuning door vakbond FBZ.
• Je krijgt toegang tot de KNOV-helpdesk.
• Je hebt toegang tot het online inspiratienetwerk, waar meer dan 2.600 verloskundigen met elkaar in gesprek gaan en elkaar helpen.
• Je ontvangt vier keer per jaar het tijdschrift De Verloskundige.
• Je krijgt toegang tot de platforms voor verschillende werksettings.
• Je krijgt korting op de tarieven van tolkendienst Global Talk.
• Je kunt gebruikmaken van een vertrouwenspersoon die jou bijstaat als je een klacht krijgt of dreigt te krijgen.
Het KNOV-lidmaatschap
De KNOV behartigt jouw belangen aan landelijke tafels. We staan voor je klaar met informatie en advies over de inhoud en organisatie van verloskundige zorg. Al meer dan 125 jaar.
‘De KNOV helpt mij door het clusteren van goede en betrouwbare informatie over onderwerpen die belangrijk zijn in mijn werk. Ik vind het ook heel leuk om dankzij de vereniging in contact te komen met andere verloskundigen. Op de ledendagen ontmoet je veel mensen. Dat is voor mij heel waardevol.’
Denise Westendorp, eerstelijnsverloskundige
Vanaf april heb je ook toegang tot de nieuwe KNOV-academie!
Lid worden of meer weten?
Kijk op knov.nl/ledenvoordeel
Q&A: Gebruik van AI-brillen en andere opnames zonder toestemming
Tekst: VRHL Content en Creatie, 2026-1
De medewerkers van het KNOV-bureau krijgen allerlei vragen van verloskundigen. In deze rubriek lichten we veelgestelde of opvallende vragen uit. Dit keer:
Mag een cliënt of partner zonder toestemming filmen of livestreamen?
Bij de KNOV kwam onlangs een vraag binnen van een verloskundigenpraktijk waar een verloskundige tijdens een baring zonder haar medeweten is gefilmd. De partner van de cliënt droeg een AI-bril en maakte hiermee foto’s en video’s, die ook live werden gestreamd. De verloskundige ontdekte dit pas na de partus en voelde zich erg onprettig. De vraag is: mag dit zomaar? Het korte antwoord is: nee, dit is niet toegestaan.
Toestemming en privacy
Een AI-bril of camerabril is een normaal ogende bril waarmee foto’s en video’s kunnen worden gemaakt, opgeslagen en soms ook live gestreamd. Het maken en delen van beeld- en geluidsopnames zonder toestemming van herkenbare betrokkenen kan strafbaar zijn. Volgens de privacywetgeving, de AVG, mogen foto’s of opnames niet zonder medeweten of toestemming worden gemaakt. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de Autoriteit Persoonsgegevens, onder het onderwerp beeldmateriaal. Scan hiervoor de code.
Wat kun je doen als er toch is gefilmd?
Zijn er zonder toestemming beelden gemaakt en gedeeld of gestreamd, dan kun je degene die de opnames heeft gemaakt verzoeken deze offline te halen en te verwijderen.
Om in de toekomst te voorkomen dat cliënten of partners ongevraagd opnames maken in de spreekkamer of tijdens de bevalling, kun je in de wachtkamer een bericht ophangen waarin je het beleid van de praktijk toelicht. Dit beleid kan betrekking hebben op het maken van opnames in het algemeen en specifieker op gebruik van een AI-bril. Je kunt bijvoorbeeld aangeven dat een AI-bril in de tas moet blijven zolang er zorgverleners in de ruimte zijn en er geen toestemming is gegeven om opnames te maken. Als een cliënt hiernaar vraagt, kun je verwijzen naar het beleid van de praktijk.
Ongewenst gedrag
Als er toch zonder toestemming opnames zijn gemaakt valt dit ook onder de noemer ongewenst gedrag. De KNOV heeft hiervoor een infographic over ondersteuning bij ongewenst gedrag en intimidatie gemaakt. Deze kan hulp bieden en geeft tips hoe je om kunt gaan met de situatie. Je bepaalt zelf wat je hiermee doet of wilt gaan doen.

De verloskundige van nu én van straks
Een vernieuwd beroepsprofiel als basis voor professioneel handelen
Tekst: Mirjam Streefkerk | VRHL Content en Creatie, 2026-1
Een toekomstbestendig beroepsprofiel dat aansluit op onze beroepsidentiteit: daar werkt de KNOV nu aan. Suzanne Thompson en Tahmara Kuiper leggen uit waarom deze herziening van het beroepsprofiel nodig is en hoe ze die aanpakken. ‘Het document maakt onze beroepsidentiteit tastbaar, het zorgt voor de praktische invulling ervan.’
Kun jij je nog herinneren hoe 2014 eruitzag? Nee? We helpen je wel even. Nog bijna niemand kende het fenomeen ‘influencer’. Op het WK-voetbal wonnen ‘we’ met 5-1 van Spanje. John Legend stond wekenlang op nummer 1 in de Top 40 met All of me. Er was nog geen ChatGPT, we deden nog niet aan Teams- of Zoom-vergaderingen, van TikTok hadden we nog nooit gehoord. En: als verloskundigen hadden we nog niet die goed omschreven beroepsidentiteit, die we sinds kort wel hebben.
In dat tijdperk werd ook het beroepsprofiel van de verloskundige voor het laatst herzien. In dat profiel staat welke taken verloskundigen uitvoeren en welke competenties daarvoor noodzakelijk zijn. Als verloskundige zul je het beroepsprofiel niet elke dag openslaan, maar toch heb je er continu mee te maken. Opleidingen gebruiken het om hun curriculum vorm te geven, het is een leidraad voor de bij- en nascholing en het is bijvoorbeeld ook een juridisch handvat bij klachten of het tuchtrecht.
'Het document maakt onze beroepsidentiteit tastbaar'
Beroepsidentiteit
Twaalf jaar later is dat profiel aan een update toe. Nieuwe maatschappelijke vraagstukken als duurzame inzetbaarheid en technologische ontwikkelingen rondom privacy, social media en het gebruik van AI in de zorg maken actualisatie urgent. ‘Maar nog veel belangrijker is dat we nu de beroepsidentiteit van de verloskundige goed hebben opgeschreven en vastgesteld’, legt Suzanne Thompson uit. Zij is bij de KNOV programmacoördinator Onderwijs en Wetenschap. ‘Als vereniging vinden we dat het beroepsprofiel en de beroepsidentiteit goed op elkaar moeten aansluiten.’ Het profiel is namelijk onlosmakelijk verbonden met de beroepsidentiteit. Waar het identiteitsdocument beschrijft wie de verloskundige is, vertaalt het profiel dat naar wat de verloskundige doet. Het biedt niet alleen houvast, maar ook ruimte. Het nodigt verloskundigen uit om zich bewust te positioneren: om kleur te bekennen in hun professionele handelen. Later zal ook de beroepscode nog worden herzien. Daarin staan de normen, waarden en ethische kaders die richting geven in de dagelijkse praktijk. De huidige versie daarvan stamt uit 2009.
Een interactief proces
Suzanne werkt samen met beleidsadviseur Tahmara Kuiper aan de herziening van het beroepsprofiel. Ze hebben in hun agenda’s voor de komende maanden flink wat ruimte gemaakt om dit te kunnen doen. ‘Aan de vorige herziening werd vier jaar gewerkt’, vertelt Suzanne. ‘Maar in het huidige, dynamische en snel veranderende zorglandschap kunnen we simpelweg niet zo lang de tijd nemen.’ Suzanne en Tahmara hebben als ambitie om voor de zomer een versie van het beroepsprofiel op te leveren die gedeeld kan worden met de leden.
En dus heeft het tweetal een dynamisch en interactief proces ingericht, waarbij ze continu bij relevante partijen controleren of ze op de goede weg zitten. ‘We halen informatie op bij onze stakeholders en laten die ook steeds meelezen’, vertelt Tahmara. Die stakeholders zijn bijvoorbeeld het bestuur, de opleidingen, natuurlijk ook verloskundigen en nadrukkelijk ook studenten. ‘We hebben het immers over hún toekomst. Wij proberen die in kaart te brengen en dus mogen zij daar ook iets van vinden.’ Als we Suzanne en Tahmara begin januari spreken, zijn ze een werkgroep aan het inrichten die gaat meelezen en meedenken. Maar ze benadrukken dat alle KNOV-leden straks feedback kunnen geven op de tekst, vóórdat die naar de ALV gaat.
Verloskundige geschiedenis
Een opvallend nieuw accent in het beroepsprofiel is de aandacht voor de geschiedenis van het vak. In de ontwikkeling van de beroepsidentiteit werd duidelijk dat veel verloskundigen weinig weten van de geschiedenis van het beroep. Kennis hierover is niet alleen interessant, maar essentieel om het heden goed te begrijpen. De verloskunde is door de eeuwen heen gevormd door maatschappelijke, religieuze en medische krachten. De positie van de verloskundige is nooit vanzelfsprekend geweest. In verschillende periodes werd het beroep gemarginaliseerd of ter discussie gesteld, bijvoorbeeld door opkomende medische wetenschap of dominante mannelijke disciplines. ‘Als beroepsgroep zijn we gevoelig voor hiërarchie. Daarom is het zo goed dat in die beroepsidentiteit wordt verklaard waar dat vandaan komt. Want alleen als je dat snapt, kun je er ook iets aan doen’, zegt Suzanne. Door die historische kennis nu als competentie op te nemen in het beroepsprofiel, zullen opleidingen er ook wat meer aandacht aan moeten gaan besteden. Zo wordt historisch bewustzijn onderdeel van de professionele identiteit en daarmee ook van het professioneel handelen.
'Een concreet kompas in een dynamisch vakgebied'
De verloskundige as
Het beroepsprofiel gaat over alle verloskundigen, ongeacht hun werksetting. In de laatste jaren zien we dat er steeds meer verloskundigen in de klinische setting werken. Het beroepsprofiel zal dit ook meenemen: het beroepsprofiel geeft kaders en randvoorwaarden voor het verloskundig handelen in zowel de eerste lijn als in de klinische setting. Uiteraard wordt hiervoor ook de Verloskundige Indicatielijst (VIL) gebruikt, die ook gaat worden herzien. Beide documenten maken het mogelijk om uitvoering te geven aan de rol van poortwachter in de eerste lijn en aan de poortfunctie in de klinische setting. Hoe verschillende verloskundigen van elkaars ervaring gebruik kunnen maken is nooit eerder zo expliciet beschreven. ‘Door gebruik te maken van elkaars expertise wordt het mogelijk om invulling te geven aan het grijze gebied tussen fysiologie en pathologie’, vertelt Suzanne. Hierdoor wordt het mogelijk om langs de verloskundige as te verwijzen naar een collega-verloskundige met andere bekwaamheden, toegespitst op de behoeften van de cliënt.
Verloskundige kennis bevorderen
Een ander belangrijk thema dat nadrukkelijker terugkomt in het nieuwe beroepsprofiel, is de rol van de verloskundige in het opleiden van nieuwe collega’s. Hoewel het opleiden van studenten altijd al deel uitmaakte van het beroep, wordt deze verantwoordelijkheid nu explicieter benoemd. De verloskundige draagt daarmee niet alleen bij aan de zorg van vandaag, maar ook aan de toekomst van het beroep.
Die toekomst staat onder druk. Tijdens de gesprekken die Suzanne en Tahmara voerden, bleek dat er een nijpend tekort is aan stageplekken, zowel in de eerste lijn als in klinische setting. Zonder voldoende leerplaatsen kunnen toekomstige verloskundigen hun opleiding niet afronden en dat heeft directe gevolgen voor de beschikbaarheid van zorg en voor de werkdruk die nu vaak al te hoog is. Tegelijkertijd zagen ze in de beroepsprofielen van bijvoorbeeld huisartsen, verpleegkundigen en fysiotherapeuten, maar ook het verloskundig competentieprofiel van de International Confederation of Midwives (ICM), deze rol expliciet beschreven. ‘Het staat zelfs in onze eed’, zegt Suzanne. ‘Ik zal de verloskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen.’ Onderdeel van professioneel handelen is dus ook dat praktijken, klinieken en individuele professionals bewust ruimte maken om op te leiden.
'Waar het identiteitsdocument zegt wie we zijn, laat het beroepsprofiel zien wat we doen'
Reflectie en ontwikkeling
Het nieuwe beroepsprofiel is meer dan een opsomming van taken en competenties. De KNOV ziet het als een strategisch document, dat richting geeft aan de ontwikkeling van het vak. Daarom willen Suzanne en Tahmara uiteraard niet dat het straks in een la verdwijnt. Vanaf het moment van vaststelling wordt het geïmplementeerd in de opleidingen en in de praktijk. Daarbij zal ook de KNOV-academie, die in april 2026 van start gaat (zie pagina 11), een grote rol gaan spelen. Daar wordt scholing ontwikkeld om verloskundigen te ondersteunen in het toepassen van het profiel in hun dagelijks werk. Het profiel biedt aanknopingspunten voor reflectie, bijscholing en ontwikkeling.
Het herziene beroepsprofiel moet straks herkenning oproepen, uitnodigen tot reflectie én echt gebruikt gaan worden. Niet als abstract beleidsdocument, maar als een concreet kompas in een dynamisch vakgebied. Suzanne: ‘Het profiel kan helpen bij vragen als: hoe leef ik mijn beroep? Hoe redeneer ik klinisch? Hoe reflecteer ik op mijn handelen?’ En Tahmara: ‘Het document maakt onze beroepsidentiteit tastbaar, het zorgt voor de praktische invulling ervan.’

Exploring childbirth experiences through a salutogenic lens
Tekst: Giliane McKelvin, Soo Downe, Gillian Thomson, 2026-1
Salutogenic theory, developed by Antonovsky1, shifts attention away from the causes of disease towards the factors that support health and wellbeing. Rather than asking why people become unwell, salutogenesis asks how individuals remain well despite stressors and challenges. Central to this theory is the idea that health exists on a continuum, with ‘health-ease’ at one end and ‘dis-ease’ at the other. Antonovsky2 argued that individuals move back and forth along this continuum throughout their lives, and that promoting health requires understanding where a person is situated at a particular moment and what resources may help them move towards wellbeing.
Applied to childbirth, salutogenesis offers a valuable framework. Childbearing is often treated as a potentially pathological event, with an emphasis on risk, surveillance, and intervention. While managing risk is essential, the routine medicalisation of childbirth can overshadow women’s physiological capacities and their potential to experience birth as meaningful or even transformative. A salutogenic perspective allows for the promotion, protection, and respect of physiological birth, while remaining attentive to complications when they arise. Despite this potential, Perez-Botella et al.3 note that salutogenesis has rarely been applied in maternity research. Where it has been used, however, outcomes have been promising. For example, antenatal education reframed through a salutogenic lens has been shown to support health-promoting, rather than medicalised, childbirth experiences4.
Much of the childbirth literature has focused on negative or traumatic experiences. Multiple reviews and meta-analyses document the prevalence and impact of birth-related trauma5,6,7,8. In contrast, women’s positive experiences of childbirth remain underexplored. Until recently, only one qualitative synthesis of positive birth experiences had been published9, although interest in this area has begun to grow10.
'Salutogenesis asks how individuals remain well despite stressors and challenges'
Importantly, childbirth experiences are often categorised as either positive or traumatic, despite the likelihood that many women experience something in between. A neutral birth experience, neither overtly positive nor traumatic, may be more common than is currently acknowledged. Exploring this middle ground could deepen understanding of how women experience labour and birth, how they make sense of those experiences, and what forms of support are most helpful at different points along the continuum. This study therefore aimed to explore childbirth experiences among women who subjectively described their birth as positive, neutral, or traumatic, using a salutogenic framework.
Methods
This paper reports the qualitative component of a larger mixed-methods study exploring women’s childbirth experiences across a continuum. Ethical approval was obtained from the relevant university ethics committee and the Health Research Authority.
Participants were recruited between February and May 2017 from a maternity trust in North-west England. Inclusion criteria were intentionally narrow in order to reduce confounding influences. Women were eligible if they were expecting their first baby, anticipating the birth of a healthy infant, had given birth to a live baby, were aged 18 years or older, and were able to speak and understand English. Previous birth experiences, fetal anomalies, or perinatal loss were excluded due to their known impact on childbirth experiences.
Of the 125 women recruited to the larger study, all were invited to take part in an interview. Ten women consented and participated. Each woman was asked to classify her birth experience as positive, neutral, or traumatic, without being given predefined definitions. This self-classification guided the qualitative inquiry.
All interviews were conducted face-to-face at a time and place chosen by the participants. A semi-structured interview guide encouraged women to narrate their birth stories in their own words, reflecting on what happened, how they felt, and why they classified their experience as they did. Questions explored both supportive (salutary) and challenging (pathogenic) aspects of care. Interviews lasted between 30 and 60 minutes and were audio-recorded, transcribed verbatim, and anonymised. Reflective notes and a reflexive journal were maintained to enhance transparency and minimise researcher bias.
Data were analysed using Braun and Clarke’s11 thematic analysis. This involved familiarisation with the data, generating initial codes, developing and refining themes, and producing a coherent narrative. A salutogenic lens guided analysis, ensuring attention to both positive and negative influences regardless of how women classified their birth. Analysis was conducted by the lead researcher and refined collaboratively with the research team, supported by an audit trail and reflexive discussion.
Results
Ten women participated in the study. Four described their birth as positive, five as neutral, and one as traumatic. All participants were in relationships, employed full-time, and educated beyond diploma level. Most identified as White British, with one Bangladeshi participant.
Women’s stories unfolded chronologically, spanning the antenatal period, labour and birth, and the early postnatal weeks. Thus, three overarching timeframes emerged: Before it all started, Arriving at the destination, and The days that followed.
Before it all started
Women’s expectations of childbirth were strongly shaped by stories encountered through family, friends, and the media. These accounts were overwhelmingly negative, portraying birth as painful, frightening, and dramatic. Lily reports:
‘I’d only kind of ever heard of births as being traumatic and whenever you see them on the telly they always look so … dramatic and dramatized’
(Lily, positive birth).
For many women, this prompted a conscious effort to ‘keep an open mind’. Those who ultimately described their birth as positive, and some with neutral experiences, spoke of deliberately adopting a flexible and informed approach. They sought knowledge through reading, classes, and hypnobirthing, while avoiding rigid birth plans. Flexibility was seen as protective, helping women to accept interventions if needed without perceiving the experience as a failure.
In contrast, some women felt unable to move beyond the expectation that birth would be difficult or disappointing. Influenced by others’ experiences or family history, they prepared themselves for complications and loss of control, anticipating that birth would not go to plan’. These expectations often carried through into labour.
'A salutogenic perspective allows for the promotion, protection, and respect of physiological birth, while remaining attentive to complications when they arise'
Arriving at the destination
Labour and birth were dominated by women’s interactions with midwives. Continuous, compassionate presence emerged as the most powerful influence on positive experiences. Women who felt supported described midwives who stayed with them, offered reassurance, and helped them regain a sense of control through guidance and calm reassurance. Some became rather emotional as they remembered their midwife;
‘She’d help you to find that little bit that you’d been missing [pause]. She touched me actually [crying, deep breath]. When I think about her I get quite emotional’ (Jennifer, traumatic birth).
Trust in the midwife allowed women to relax and feel held, even when labour was intense or unpredictable.
In contrast, women who felt unsupported described being left alone, particularly during induction. Fragmented care, dismissive responses to pain, and long periods without reassurance contributed to feelings of abandonment. None of the women who underwent induction described their experience as positive. While some recognised that staffing pressures contributed to these experiences, the emotional impact remained significant.
The days that followed
In the postnatal period, women reflected on their birth with varying degrees of satisfaction and disappointment. Those who described neutral or traumatic births often spoke of wishing things had gone differently, citing lack of support, unwanted interventions, or an environment that felt impersonal and distressing. As a result some women were desperate to go home.
‘I just said to the midwife I’m much better off … at home rather than stay here where you’re so busy and I feel like I’m just getting forgotten about in the room on my own.’ (Katherine, neutral birth).
Many attempted to rationalise their experiences, prioritising their baby’s safety and excusing staff shortages, yet still expressed lingering disappointment and self-blame.
Despite this, most women ultimately focused on the outcome: the arrival of a healthy baby. For women with positive experiences, meeting their baby was described in emotional, often transcendental terms. Those with neutral or traumatic births were less likely to describe this immediate connection, yet many found that over time, motherhood reframed their experience. Reflection appeared to soften the emotional burden, with some women becoming more positive as they integrated their birth into their broader life story.
Discussion
This study set out to explore women’s childbirth experiences across a continuum of positive, neutral, and traumatic encounters, drawing on a salutogenic framework. By resisting a binary understanding of birth as either ‘good’ or ‘bad’, the findings illuminate the complexity and fluidity of women’s experiences and the ways in which meaning is constructed before, during, and after birth. Importantly, the study highlights how expectations, care relationships, and postnatal reflection interact to shape women’s positioning along the health–dis-ease continuum described by Antonovsky2.
'Women’s positive experiences of childbirth remain underexplored'
Consistent with previous research, women’s antenatal expectations were strongly influenced by dominant cultural narratives that portray childbirth as frightening, painful, and risky12,13. These narratives were encountered through both personal networks and media representations, reinforcing a discourse of danger that may undermine confidence in the physiological process of birth. While sharing traumatic birth stories can be therapeutic for women who have experienced them14,15, the findings of this study suggest that repeated exposure to such stories may also heighten fear and shape expectations in ways that are difficult to override. Women who were able to consciously ‘keep an open mind’ appeared better equipped to navigate unpredictability, suggesting that flexibility and realistic preparation may act as salutary resources that support movement towards wellbeing along the continuum.
The central role of midwifery care, particularly continuous compassionate presence, emerged as the most significant determinant of positive childbirth experiences. Women consistently described how feeling seen, heard, and supported enabled them to regain a sense of control, even when labour was intense or intervention-heavy. This aligns with existing evidence that relational care and continuity foster trust, reduce fear, and enhance women’s sense of agency16,17.
Conversely, fragmented care, particularly during induction of labour was associated with neutral or traumatic experiences. None of the women who underwent induction described their birth as positive, echoing findings from Coates et al.18 that highlight feelings of loneliness, lack of ownership, and diminished control during this phase. Although women often rationalised these experiences by attributing them to staffing pressures, emotional distress and disappointment persisted. This underscores the importance of recognising induction as a critical period requiring the same level of emotional and relational support as active labour, rather than treating it as a preparatory or lower-priority phase of care.
A particularly novel contribution of this study lies in its exploration of neutral birth experiences. Women who identified their birth as neutral often described disappointment rather than distress, and ambivalence rather than trauma. Over time, many reframed their experiences by focusing on motherhood and the health of their baby, suggesting a process of meaning-making and adaptation. However, the presence of lingering dissatisfaction and self-blame raises concerns, particularly given evidence linking negative perceptions of childbirth with poorer postnatal mental health outcomes19.
Taken together, these findings reinforce the value of a salutogenic approach to understanding childbirth. Rather than focusing solely on the prevention of adverse outcomes, maternity care must also attend to the conditions that enable women to experience birth as coherent, supported, and meaningful.
Conclusion
This study demonstrates that childbirth experiences are complex, situated along a continuum shaped by expectations, care, and reflection. While positive experiences were closely linked to supportive midwifery presence, neutral and traumatic experiences were often associated with fragmented care, particularly during induction. Recognising the full spectrum of birth experiences, including neutral ones offers an opportunity to better support women’s wellbeing. Further research is needed to deepen understanding of the childbirth continuum and its psychosocial implications, ensuring maternity care that is both safe and salutogenic.










