Andor de Rooy over moed en kalmte: 'Verloskundigen hebben per definitie skin in the game'

Tekst: Jan de Gier | VRHL Content en Creatie, 2025-4
Andor de Rooy.

Moed is een belangrijke kernwaarde van de beroepsidentiteit van verloskundigen. Niet geheel toevallig is het ook de titel van een boek van leiderschapscoach en organisatiepsycholoog Andor de Rooy, spreker tijdens de KNOV-ledendag. Begin dit jaar verscheen zijn nieuwste boek ‘Kalmte’. ‘Mijn doel is niet heel Nederland zen maken, maar laten zien hoe kalmte je kan helpen moedig te zijn.’

Of Andor zelf zijn kalmte weet te bewaren op een podium? ‘Ik voel me er niet helemaal senang bij’, zo geeft hij toe met een glimlach. ‘Dat komt vooral door de setting. Ik vind dat moed en kalmte zich niet altijd goed lenen voor zo’n dag. Het zijn heel persoonlijke thema’s, waar ik dagelijks over praat met leiders op alle niveaus. Dat werkt prima één-op-één, maar in een zaal ligt dat anders en moet je er een algemeen verhaal van maken.’ Dat hij het tóch deed - en met succes - is grotendeels te danken aan het feit dat moed een van de kernwaarden is van de Beroepsidentiteit van Verloskundigen. ‘Op een doordachte manier bovendien, met een visie en niet zomaar iets wat op papier is gezet. Dat trok me over de streep.’

Angst

Zijn boodschap in een notendop: kalmte maakt moed mogelijk. ‘Moed gaat over dingen doen die je moet doen, ondanks dat je spanning of angst hebt’, zo vertelt Andor. ‘Een eerste stap daarin is het onder ogen zien van je angst en je eigen lafheid. De kunst is je er niet door te laten leiden, iets wat wel veel gebeurt. Dat werkt verlammend en maakt dat we veel dingen niet doen die we wel zouden moeten doen. Dan is moed nodig. Als je erover doordenkt, dan is kalmte uiteindelijk de gemoedstoestand die moed mogelijk maakt. En dan niet de kalmte die je bereikt op een yogamat, maar een kalmte als handelingsperspectief. Het gaat mij niet om kalm zíjn, maar om handelen vanuit die kalmte.’

Moed geeft kalmte

Het mooie van moed en kalmte, zo bepleit Andor, is dat ze in beide richtingen werken. ‘Kalmte brengt moed, maar moed geeft ook kalmte. Dus als je dingen niet uit de weg gaat, levert je dat juist kalmte op. Op het moment dat je dingen laat sluimeren – bijvoorbeeld administratie of een moeilijk gesprek – dan gaat dat kalmte ondermijnen. Bij mij is dat bijvoorbeeld de btw-aangifte. Ik ga het liever uit de weg. Dat herkennen veel verloskundigen met een eigen praktijk ongetwijfeld. Als ik dat laat liggen, dan stapelt het zich op en daar word ik onrustig van.’

Verloskundigen hebben wat Andor betreft alles­behalve een gebrek aan kalmte. Sterker nog, zo zegt hij, ze kúnnen niet anders dan kalm zijn in hun werk. ‘Een bevalling vraagt om kalmte en die geven ze ook. Ik heb dat zelf ook ervaren bij de geboorte van mijn eigen kinderen. Mijn inschatting is dan ook dat het niet zozeer gaat over kalmte en moed in verloskundige handelingen, maar meer in de randzaken: in hoe je omgaat met andere zorgverleners, administratie of omstandigheden binnen je eigen praktijk. Daar zit meer de behoefte aan kalmte en moed, dan in het vak zelf. Dus nee, ik beweer zeker niet dat verloskundigen niet kalm genoeg zijn. Maar als je het even niet bent, let er dan op hoe je het wel kunt worden.’

'Op het moment dat je dingen laat sluimeren, gaat dat kalmte ondermijnen'

Impulscontrole

In zijn boek ‘Kalmte, over moedig leiderschap in turbulente tijden’ reikt Andor diverse tools aan. Een daarvan is impulscontrole: ‘Dat gaat over begrijpen hoe emoties op je inwerken en bepalen hoe jij je voelt. De dictatuur van het gevoel, noem ik dat. Ik pleit ervoor dat het denken wat meer aandacht krijgt. Tegenwoordig speelt alles op je gevoel in. We voeren geen denkdiscussies, maar emotiediscussies. Terwijl ik denk: je wordt doorgaans niet kalm van je gevoel. Als je de impulscontrole niet op orde hebt, blokkeert dat de denkkracht om bij je kalmte te komen. Het veroorzaakt juist het tegenovergestelde van kalmte: strijd. Daar kom je heel snel in terecht.’

Zorgen dat je zelfbeeld klopt, is ook een belangrijk aandachtspunt bij het vinden van kalmte. ‘Er werkt veel op ons in: sociale media, succesvolle collega’s, noem maar op. Dat kan veel onrust geven. Als je behoeftes gaat nastreven die eigenlijk niet kloppen of onvervulbaar zijn, status of rijkdom bijvoorbeeld, of een streven naar aanzien, dan ondermijnt dat kalmte. Het zorgt dat je niet snel tevreden bent en altijd meer wilt. Dus je bewust zijn van je zelfbeeld is heel belangrijk.’

Ademhaling

Wie de lezing van Andor heeft bijgewoond, zal de gezamenlijke ademhalingsoefening nog niet vergeten zijn. Want naast cognitieve en emotionele intelligentie, focust Andor zich in zijn boek ook op ‘lichaamsintelligentie’. ‘Het is met nadruk niet mijn expertise, dus dat gedeelte is geschreven door Marcha van Merrienboer. Zij was erbij op de ledendag om met de aanwezigen ademhalingsoefeningen te doen, adempauzes zoals ik ze noem. Ik zie in de praktijk echt dat zo’n fysieke interventie helpt op momenten dat je geen kalmte ervaart. Het is moeilijk op papier te zetten, maar je moet het gewoon doen. Even de moed verzamelen om het te leren.’

Skin in the game

Andor steekt zijn bewondering voor verloskundigen niet onder stoelen of banken. Niet alleen om de kalmte die ze weten te geven, maar ook door de moed die ze tonen. ‘Skin in the game’, noemt Andor het. ‘Dat hebben verloskundigen per definitie’, zo zegt hij. ‘Ik heb bewondering voor mensen die een risico lopen met hun werk. Niet in gemakzucht opereren, maar met wat druk erop. We drijven een beetje naar een maatschappij met weinig skin in the game, ik zie dat overal om me heen. Verloskundigen hebben echter met leven en dood te maken. Ze hebben een hele klus te klaren, elk uur van de dag. Daar heb ik bewondering voor. Het is geen gemakzuchtig verhaaltje, maar het gaat echt ergens over. ’

Moedmotief

In zijn dagelijks werk zoekt Andor ook altijd naar het risico. Niet bij zichzelf, maar bij de mensen die hij coacht. ‘Bij alles wat ik doe, wil ik skin in the game hebben’, zo zegt hij. Het is voor hem een belangrijk ‘moedmotief’, iets waar hij ook over spreekt in zijn lezing. ‘Een moedmotief betekent kort gezegd: weten waar je voor staat. Dat helpt ook je kalmte te vinden. Bij mij is dat bijvoorbeeld mijn eigen vak overbodig maken en professioneel zijn in mijn werk. Een moedmotief is ook het overlijden van mijn eerste vrouw. Dat helpt me om soms te denken: hoe erg is het nu eigenlijk wat ik allemaal moet doen? Een moedmotief is eigenlijk een tegengif voor angst. Het helpt je op momenten dat je bang bent.’

'Uiteindelijk is kalmte de gemoedstoestand die moed mogelijk maakt'

Herkenbaarheid

Daags na de lezing kijkt Andor met een goed gevoel terug. ‘Het was een fijne ochtend met een mooie en bevlogen groep professionals. Veel mensen kwamen na afloop naar me toe met vragen en suggesties. Iedereen haalt wat anders uit het verhaal, dat is ook altijd leuk. Ik sprak bijvoorbeeld iemand met een snelgroeiende praktijk, die kalmte en moed zocht in de nieuwe situatie. Die behoefte aan moed is vaak herkenbaar: iedereen heeft wel momenten waarop het daaraan ontbreekt.’ Met zijn lezing hoopt hij verloskundigen een zetje in de goede richting te hebben gegeven: ‘Mijn doel is niet heel Nederland zen maken, maar laten zien hoe kalmte je kan helpen moedig te zijn. Met skin in the game.


Nieuwe bouwplannen

Tekst: Marjolein ­Lansbergen, 2025-4

 

Marjolein ­Lansbergen is klinisch verloskundige in het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft.

Op de studiedag voor klinisch verloskundigen hoorde ik een treffende vergelijking: ons beroepsprofiel is als een grote bak LEGO-steentjes, en onze functieomschrijving is het bouwwerk dat je ermee maakt. Een duidelijkere metafoor is er volgens mij niet.

De LEGO-vergelijking past wat mij betreft bovendien niet alleen op het overkoepelende niveau, maar ook bij de verloskundige als individu. Want de ontwikkeling in het vak, van student tot starter tot ervaren collega, is ook als bouwen. De opleiding legt natuurlijk de basis: hoe de steentjes in elkaar klikken, welke volgorde handig is en hoe je voorkomt dat het bouwwerk omvalt. Zodra je je diploma op zak hebt, mag je jezelf bouwopzichter noemen: zelfstandig en bevoegd, vol enthousiasme om de stenen te gebruiken.

Als beginnende verloskundige volgde ik keurig de stappen uit het instructieboekje. Protocollen en de VIL waren mijn handleiding en gaven houvast in een wereld vol nieuwe ervaringen. Met de jaren groeide mijn zelfvertrouwen. De instructies hoefde ik niet telkens meer op te zoeken; die zaten al stevig verankerd in mijn hoofd. Meer medische kennis, betere communicatievaardigheden, andere ervaringen: allemaal mooie nieuwe stenen in de voorraad om mee te combineren of te improviseren. Soms was het bouwresultaat een beetje ‘gewoon’ en andere keren nog mooier, leerzamer, spannender óf verdrietiger dan ik had verwacht.

De ‘LEGO-collectie’ groeide door uitbreidingssets: nascholingen, symposia, gesprekken met inspirerende collega’s en bijzondere cliënten. Ook waagde ik me een paar keer aan een hele nieuwe bouwdoos, in de vorm van een aanvullende opleiding. De verzameling groeide en groeide… maar er bleven ook blokjes onaangeroerd. Ik wist gewoon nog niet precies waar ik ze mee kon combineren en miste net dat éne stukje dat het geheel compleet zou maken. Soms dacht ik het te hebben gevonden, om dan te merken dat het tóch niet klikte. Andere keren vergat ik dat ik aan het zoeken was en bouwde ik gewoon door met de meest voor de hand liggende onderdelen.

Tot nu. Want eindelijk heb ik dat ontbrekende stukje gevonden. Er wacht een heel groot, nieuw project waarin ik op een andere manier verder mag bouwen aan kennis, aan inzichten, aan de toekomst van ons vak, in de vorm van een PhD. Dus… dit is mijn laatste column. Maar zeker niet mijn laatste bouwwerk!


Nieuwsgierigheid als bron van bekwaamheid: Wat ga jij komend jaar doen?

Tekst: Myra Langenberg | VRHL Content en Creatie, 2025-4
Beeld: VI-Photography

Heb je een diploma verloskunde op zak, dan ben je bevoegd én bekwaam. Maar hoe zorg je ervoor dat je die deskundige professional blijft? Oftewel: hoe ga je tijdens je loopbaan om met vakvrouwschap, nieuwe ideeën en veranderende technieken? Wat betekenen de begrippen bevoegd en bekwaam? Én wat vraagt het om deze levend te houden in de praktijk?

Laten we beginnen met de termen bevoegd en bekwaam, waar staan die nou precies voor? Met een diploma verloskunde ben je bevoegd om te werken als verloskundige. Maar er is wel een voorwaarde: je bent alleen bevoegd als je ook bekwaam bent, dus ervaring hebt en weet hoe je je werk goed moet doen. Heb je een diploma, maar je vak al jaren niet uitgeoefend? Of heb je een bepaalde handeling al heel lang niet uitgevoerd? Dan ben je formeel niet meer bekwaam – en niet automatisch bevoegd. Dit vraagt van verlos­kundigen dat ze zeker weten dat ze bekwaam zijn: een diploma alleen is niet voldoende. Want bekwaamheid is geen statisch gegeven: die verandert, groeit en kan ook afnemen.

'Bekwaamheid vraagt om voortdurende ontwikkeling, eerlijke zelfreflectie en het onderhouden van praktische vaardigheden'

Bevoegd en bekwaam: wat zegt de wet?

De Wet BIG en het Besluit AMvB Opleidingseisen en deskundigheidsgebied verloskundige bepalen welke handelingen verloskundigen mogen uitvoeren: die gaan dus om je bevoegdheid. Jouw bekwaamheid is jouw verantwoordelijkheid als individuele professional. Die bouw je op en houd je op peil door praktijkervaring, scholing en reflectie. De KNOV formuleert het zo: je bent bevoegd als je volgens de wet mag handelen, maar alleen bekwaam als je het daadwerkelijk kunt en verantwoord doet. Je kunt dus bekwaam zijn zonder bevoegd te zijn. Bijvoorbeeld bij het klieven van een tongriem, dat niet binnen de wettelijke bevoegdheid valt. Andersom geldt: als je niet bekwaam bent, ben je automatisch niet bevoegd. De wet mag je iets toestaan, maar de verantwoordelijkheid ligt altijd bij jou. Dit maakt zelfreflectie onmisbaar: bekijk kritisch of je alle handelingen nog goed in de vingers hebt. Zo niet: werk eraan, om medische missers te voorkomen.

Van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

Een bekend model dat helpt om je eigen leerproces te begrijpen, is dat van psycholoog Abraham Maslow. Hij beschrijft vier leerfasen, van beginner tot expert:

> Onbewust onbekwaam – je weet niet dat je iets niet kunt.
> Bewust onbekwaam – je beseft dat er iets te leren valt.
> Bewust bekwaam – je kunt het, maar moet er nog bij nadenken.
> Onbewust bekwaam – je handelt vanzelf, met vertrouwen en routine.

Die fasen komen terug in alle leertrajecten. Bij studenten zie je dat magische moment: ze ontdekken wat ze allemaal nog niet kunnen. Dat is pijnlijk, maar precies daar begint het leren. En dat blijft zo, ook als ervaren verloskundige. Elke nieuwe setting – een andere praktijk of een andere rol – confronteert je opnieuw met onbekwaamheden. Ben je onzeker over je bekwaamheid? Praat erover met collega’s. Bespreek bijvoorbeeld een casus. Vertel wat jij hebt gedaan en vraag of jouw collega’s hetzelfde zouden hebben gedaan. Het gevaar schuilt in de onbewuste onbekwaamheid. Juist in een vak waarin je vaak alleen werkt, is het belangrijk om je bewust te blijven van wat je nog te leren hebt. Zoek daarom momenten van gezamenlijke reflectie op, of loop eens een dagje mee met een ander en kijk hoe diegene het doet. Of vraag of je een dagje mag hechten of infusen prikken in het ziekenhuis om je skills op te krikken. Zo blijf je zelfkritisch én lerend.

Werken aan je bekwaamheid

Je bent er dus zelf verantwoordelijk voor dat je bekwaam blijft. Dat vraagt om eerlijke zelfreflectie. Stel jezelf regelmatig de vraag: mag ik iets doen volgens de wet, maar kan ik het ook echt? Heb ik deze handeling voldoende in de vingers? Zonder die reflectie mis je inzichten die cruciaal zijn voor veilige zorg. Twijfel je? Vraag dan anderen hoe zij vinden dat je het doet, collega’s maar bijvoorbeeld ook studenten. Zij krijgen de meest recente leerstof én zien misschien jouw blinde vlekken. Hiervoor moet je je natuurlijk wel kwetsbaar opstellen. Dat kan confronterend zijn, maar het is wel heel belangrijk.

Geen formele toetsing: doe het zelf

In de praktijk wordt je bekwaamheid zelden formeel getoetst. Meestal gebeurt het impliciet, in gesprekken met collega’s, tijdens intervisie of feedbackmomenten. Dat zou structureler kunnen. De KNOV wil daarom in de toekomst toewerken naar een soort bekwaam­heidsregister met persoonlijke portfolio’s van haar leden. Een keer per twee jaar bekijkt een gelijke jouw portfolio en houd je een ontwikkelingsgesprek, met als onderwerpen: waar ben je goed in en wat kun je nog een beetje bijspijkeren? Niet vanuit controle, maar vanuit ontwikkeling en om je intrinsieke motivatie aan te boren.

Vanuit de KNOV wordt al gewerkt aan initiatieven die die ontwikkeling ondersteunen, zoals de KNOV- academie, die in 2026 van start gaat (lees meer hierover vanaf pagina 50, red.). Doel van de academie? Scholing bieden vanuit de beroepsidentiteit, als implementatie van richtlijnen of naar aanleiding van landelijke ontwikkelingen. Overigens stelt de KNOV het leren niet verplicht. Het draait om jouw intrinsieke motivatie. Zie het als een uitnodiging tot ontwikkeling, tot verdieping van je vak en om onze beroepsidentiteit te versterken.

'Professioneel handelen betekent erkennen wat je nog te leren hebt – en daar actief aan werken'

Reflecteren kun je leren

Het mag duidelijk zijn: zelfreflectie is de sleutel tot bekwaam blijven. Toch schiet het er vaak bij in door drukte en de waan van de dag. Hoe kun je hier toch scherp op blijven? Het belangrijkste is om bewust tijd te maken voor reflectie. Er niet automatisch van uitgaan dat handelingen die je al jaren doet, goed gaan. Intervisie, casuïstiek­bespreking of het simpelweg bespreken van een spannende situatie met een collega kan al veel opleveren. Neem de tijd om het gesprek met elkaar aan te gaan: hoe doen we het? Wat zeggen cliënten over ons? Maak bespreekbaar hoe bekwaam je bent. Het Methodisch Intercollegiaal Overleg (MIO) is een goede manier om dit op te pakken. Hiermee bespreek je stapsgewijs en gestructureerd een casus met collega’s. Je kunt zelf een casus inbrengen en veel leren van inzichten en concrete handvatten van de andere deelnemers. Vanaf pagina 44 vind je een artikel over MIO, dat laat zien hoe dat in de praktijk werkt.

Veiligheid en kwetsbaarheid

Zelfreflectie is dus belangrijk, maar durf je het ook toe te geven als je ergens niet (meer) bekwaam in bent? Voel je je veilig genoeg? Of ben je bang dat je hierdoor niet goed genoeg lijkt? Je mag best vaker zeggen: hier ben ik minder sterk in. Dat is geen schande, maar een teken van professionaliteit. Juist door dat uit te spreken, kun je gericht werken aan verbetering – en daar gaat het tenslotte om. Vraag in je netwerk iemand om jouw vaardigheden te beoordelen. Of, als dat onveilig voelt, in een andere regio. Initiatieven als de KNOV-academie en regionale scholingsgroepen zijn er om de drempel van kritisch naar jezelf kijken te verlagen. Leren is vaak makkelijker als je het samen doet, in een omgeving waarin vertrouwen en collegialiteit de norm zijn.

Verschillen in bekwaamheid: samenwerken als kracht

En onthoud: als verloskundige hoef je niet alles even goed te kunnen. Verschillen in bekwaamheid kunnen binnen teams juist een kracht zijn. Kijk daarom eens binnen je eigen praktijk naar taak­differentiatie. De een is sterk in counseling, de ander in hechten of het begeleiden van complexe bevallingen. Maak dat bespreekbaar. Je kunt misschien – als het overdag is – je collega bellen die heel goed is in hechten om even mee te kijken. Zo leer je van elkaar in een veilige omgeving.

Intrinsieke motivatie

Veel verloskundigen kennen de druk van nascholings­punten, accreditatie-eisen of simpelweg de praktische overwegingen rondom tijd en geld. De KNOV richt zich vooral op intrinsieke motivatie. Veel verloskundigen volgen scholing omdat het moet, niet omdat ze echt iets willen leren. Maar leren wordt pas waardevol als je iets kiest wat je echt leuk vindt of waar je beter in wilt worden. De bron van bekwaamheid is dan ook: nieuwsgierigheid. Het begint met een simpele vraag: waarom doen we dit eigenlijk op deze manier? Als je dat gevoel van verwondering vasthoudt, blijf je groeien in je vak. Want leren hoeft niet altijd via een cursus. Ook een gesprek met een collega, een casusbespreking of een student kan nieuwe inzichten geven. Het gaat dus om een lerende houding: nieuwsgierig, zelfkritisch en bereid om te blijven oefenen.

'Waarom doen we dit eigenlijk op deze manier?'

Ondersteuning van de KNOV

De KNOV ondersteunt je met richtlijnen, standaarden en praktische hulpmiddelen rondom bevoegdheid en bekwaamheid. Zoals handreikingen over klinisch handelen, kwaliteitsregisters en deskundigheids­bevordering. Daarnaast heeft de KNOV een helpdeskfunctie voor vragen over bevoegdheden. Ook wordt intercollegiale ontwikkeling gestimuleerd. De KNOV toetst haar richtlijnen breed binnen de beroepsgroep, zodat ze aansluiten bij de praktijk en via het kwaliteitsregister worden verloskundigen gestimuleerd aan deskundigheidsbevordering te doen. Niet alleen met scholing, maar ook door reflectie en intervisie.

Blijven leren

Bekwaamheid is dus méér dan verplicht nascholen. Het is een houding, en een keuze om te blijven groeien. Durf je af te vragen: ben ik echt bekwaam op alle fronten? Waar kan ik nog groeien? En hoe pak ik dat aan? De mooiste manier om bekwaam te blijven: leren met én van elkaar. Begeleid studenten, deel je kennis en stel vragen. De inzichten die je daardoor krijgt, zijn goud waard. Leren is niet iets wat stopt na je diploma – het is de kern van je beroep. Zonder reflectie leer je niks. Pas als je durft te kijken naar wat beter kan, blijf je groeien, als professional én als mens.


Landelijke afspraken over nacontrole

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2025-4

De medewerkers van het KNOV-bureau krijgen allerlei vragen van verloskundigen. In deze rubriek lichten we veelgestelde of opmerkelijke vragen uit. Dit keer de vraag:

 

Zijn er landelijke afspraken over wie in welke gevallen de nacontrole verzorgt?


'Wij merken in onze regio dat ook vrouwen die volledig
klinisch bevallen voor de nacontrole zes weken post partum naar de eerstelijnsverloskundigen worden verwezen. Zelfs bij baringen die in de tweede lijn gestart zijn en in een sectio zijn geëindigd. Zijn er landelijke afspraken over wie in welke gevallen de nacontrole verzorgt?'

Er zijn geen landelijke afspraken over wie in welke gevallen de nacontrole verzorgt. Deze afspraken moeten op VSV-­niveau gemaakt worden én in samenspraak met de cliënt.

In de multidisciplinaire richtlijn Postnatale zorg uit 2018 staat hierover het volgende beschreven (hoofdstuk 6, pagina 46):
• Maak in het VSV afspraken wie bij een volledig tweedelijns bevalling de bevalling evalueert in de eerste week.
• Nodig elke vrouw uit voor de nacontrole en leg het nut ervan uit. Plan tijdens de huisbezoeken in de kraam­periode de nacontroleafspraak in, voor zes weken na de bevalling.
• Laat de nacontrole verrichten door een voor de cliënt vertrouwde verloskundige zorgverlener (de coördinerend zorgverlener of zorgverlener die de partus heeft begeleid).

Voor wat betreft de nacontrole na een sectio is het Addendum Postnatale zorg na sectio caesarea behorende bij de richtlijn Postnatale zorg van toepassing (hoofdstuk 7, pagina 26):

‘Een nacontrole na een sectio gebeurt in principe in de tweede of derde lijn en bij voorkeur met de verloskundig hulpverlener die bij de sectio of het besluitproces voorafgaand aan de sectio aanwezig is geweest. Belangrijk is wel om met de kraamvrouw te bespreken met wie zij de nacontrole wil. Deze behoefte kan verschillen, bijvoorbeeld door het proces rondom de sectio of het aanwezig zijn van fysieke klachten.’

Het kan dus voor een individuele cliënt ook passend zijn de nacontrole in de eerste lijn te hebben, al zal een nacontrole in de tweede lijn meer gangbaar zijn.

Goed om te weten is dat ongeacht wie de nacontrole doet, de kosten hiervan zijn meegenomen in het tarief voor postnatale zorg.

 


Update KNOV: Ontwikkeling richtlijnen en kwaliteitsdocumenten

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2025-4

Je ziet ze vast weleens voorbijkomen: oproepen om bijvoorbeeld deel te nemen aan een werkgroep voor de ontwikkeling van een kwaliteitsdocument. Of om commentaar te geven op een concept­richtlijn. Dat vraagt de KNOV je niet zomaar: richtlijnen en andere kwaliteitsdocumenten moeten aansluiten bij de behoeften van verloskundigen, de nieuwste inzichten en de actuele vraagstukken uit het dynamische werkveld. Zo ontwikkelen we samen praktische handvatten om de kwaliteit van de verloskundige zorg hoog te houden. Dit jaar werd en wordt gezamenlijk gewerkt aan de volgende kwaliteitsdocumenten, waarbij KNOV penvoerder is:

In ontwikkeling

• Standpunt Intermitterende Auscultatie
• Standpunt Baringshoudingen
• Standpunt Obstetrisch Geweld en Handreiking Verloskundige zorgvraag buiten de richtlijn
• Handreiking Indicaties vitaliteitsecho
• MDR Haemorrhagia post partum in de eerste lijn
• MDR Uitwendige versie in de eerste lijn

Afgerond

• Januari 2025: MDR Hyperemesis gravidarum (penvoerder NVOG)
• Juli 2025: Richtlijn Anemie
• Juli 2025: MDR Infectiepreventie in de huisartsen- en verloskundigenpraktijk (penvoerder NHG)
• Augustus 2025: Leidraad Erytrocytenimmunisatie (penvoerder NVOG)
• Augustus 2025: MDR Dreigende vroeggeboorte (penvoerder NVOG)
• September 2025: Leidraad Preventie van POPC (penvoerder NVK)
• September 2025: Leidraad Gynaecologische echografie (penvoerder NVOG)
• Oktober 2025: Omgaan met taalbarrières (penvoerder PFN)

 


Word lid van de KNOV

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2025-4

Als lid versterk je niet alleen je eigen positie, maar ook die van alle verloskundigen in Nederland. Door als collectief op te treden, staan we sterk en kunnen we breed gedragen stappen zetten richting een nog betere geboortezorg.

Ledenvoordelen

• Je kunt meedenken over en bijdragen aan de inhoud van het vak.
• Je hebt toegang tot handige documenten over waarneming, praktijkvoering, overname, tariefbepaling, toelatingscontracten, etc.
• Als je lid bent van de KNOV ben je automatisch ook aangesloten bij de geschilleninstantie.
• Als klinisch verloskundige heb je via de KNOV toegang tot juridische ondersteuning door vakbond FBZ.
• Je krijgt toegang tot de KNOV-helpdesk.
• Je hebt toegang tot het online inspiratienetwerk, waar meer dan 2.600 verloskundigen met elkaar in gesprek gaan en elkaar helpen.
• Je ontvangt vier keer per jaar het tijdschrift De Verloskundige.
• Je krijgt toegang tot de nieuwe KNOV-platforms.
• Je krijgt korting op de tarieven van tolkendienst Global Talk.
• Je kunt gebruikmaken van een vertrouwenspersoon die jou bijstaat als je een klacht krijgt of dreigt te krijgen.

Het KNOV-lidmaatschap

De KNOV behartigt jouw belangen aan landelijke tafels. We staan voor je klaar met informatie en advies over de inhoud en organisatie van verloskundige zorg. Al meer dan 125 jaar.

‘Lid zijn van de KNOV betekent voor mij betrokkenheid bij mijn vak en de verantwoordelijkheid nemen voor het voortbestaan hiervan. Daar moet je zelf ook iets voor doen. Als beroepsvereniging doen we dat samen. De KNOV zorgt voor ondersteuning en kennisdeling, en faciliteert dat inzichten en ervaringen kunnen worden gedeeld. Daar worden wij én ons vak allemaal beter van.’

Roelande Kuiperij, eerstelijnsverloskundige
Lid worden of meer weten?

Kijk op knov.nl/ledenvoordeel


Update

Tekst: VRHL Content en Creatie, 2025-4
Transformatie kraamzorgsector en de rol van de verloskundige

In 2026 start de kraamzorgsector met een grootschalige transformatie, die invloed heeft op het werk van verloskundigen. De plannen richten zich op hybride werken (digitaal waar mogelijk, fysiek waar nodig) en op de ontwikkeling van regionale partuspoules. Daarnaast wordt gewerkt aan kraamzorg op maat, waarbij een nieuw indicatieprotocol meer flexibiliteit moet bieden: een kortere standaard zorgweek, met ruimte om op of af te schalen waar nodig.

Na langdurig overleg is de KNOV aangesloten bij dit project. De KNOV benadrukt dat de medische eindverantwoordelijkheid van de verloskundige een prominente plek moet krijgen binnen het nieuwe protocol. Zo kan de verloskundige als regiebehandelaar het zorgplan blijven bewaken en sturen op de hoeveelheid zorg die daadwerkelijk nodig is voor moeder en kind.

Update herziening beroepsprofiel en beroepscode verloskundigen

In 2024 is de KNOV gestart met de herziening van het beroepsprofiel (uit 2014) en de beroepscode (uit 2009) voor verloskundigen. Met de publicatie van de Beroepsidentiteit van de Verloskundige komt dit project nu in een stroomversnelling. Samen vormen de documenten de ruggengraat van het kwaliteitsbeleid van de KNOV, het raamwerk voor beroepsuitoefening en de basis voor gesprekken over het Landelijke Opleidingsprofiel Verloskunde. Het nieuwe beroepsprofiel wordt naar verwachting in 2026 opgeleverd en beschrijft wat van verloskundigen verwacht mag worden, welke taken zij uitvoeren en welke competenties daarvoor nodig zijn. De beroepscode bevat normen en waarden die richting geven aan professioneel handelen. Beide documenten worden aangevuld met actuele onderwerpen en nieuwe wetgeving.

Reünie van de lichting 1982-1985 van de Vroedvrouwenschool Heerlen

Onlangs kwam de lichting 1982–1985 van de Vroedvrouwenschool in Heerlen weer bij elkaar voor een reünie. ‘Destijds zaten we intern, met z’n allen op een lange gang’, laat oud-studente Esther Rasenberg ons weten. ‘We hadden twee mannen in onze groep, iets wat jaren niet was voorgekomen. Zij zaten op een andere gang, want ze mochten niet op dezelfde gang als de vrouwen. We hadden twee weken les en daarna twee weken stage in de kliniek. Er werd voor ons gekookt, dus aten we ook allemaal samen. De band die daardoor is ontstaan, is bijzonder. Nu, na veertig jaar, waren er achttien van de drieëntwintig ‘vroedjes’ aanwezig. Het voelde meteen weer vertrouwd. Fantastisch om ieders verhalen te horen!’

Ook iets leuks om te delen in het tijdschrift?
Mail het naar redactie@knov.nl.


Zo krijgt een scholing zijn accreditatie

Tekst: Yvette Hoogenboom | VRHL Content en Creatie, 2025-4

Of je nu een vaardigheidstraining volgt, een congres bezoekt of een e-learning afrondt: bij- en nascholing is een belangrijk onderdeel van je professionele ontwikkeling. Om zeker te weten dat scholingsactiviteiten van goede kwaliteit en relevant zijn voor het vak, kent de KNOV een systeem van accreditatie. Daarmee wordt zichtbaar welke scholingen bijdragen aan je vakbekwaamheid én meetellen voor het Kwaliteitsregister Verloskundigen. Maar hoe verloopt het proces van accreditatie precies?

1. Account aanmaken PE-online

Iedere verloskundige die staat ingeschreven in het Kwaliteitsregister Verloskundigen heeft een persoonlijk dossier in PE-online. Ook de accreditatieaanvragen lopen via dit platform. Scholingsaanbieders hebben hiervoor een eigen account nodig. Zij kunnen een aanvraag indienen voor verschillende vormen van deskundigheidsbevordering, zoals e-learnings, vaardigheidstrainingen of klassikale scholing.

2. Aanvragen

Een opleider dient de accreditatie tijdig aan te vragen. De aanvraag wordt eerst door het KNOV-bureau gecontroleerd op volledigheid. Daarna beoordeelt de accreditatiecommissie de inhoud. Deze commissie bestaat uit zowel praktiserende als niet-praktiserende verloskundigen en een onderwijskundige.

3. Beoordelen

De commissie beoordeelt de aanvraag op basis van vastgestelde criteria, zoals de relevantie van het onderwerp, het niveau van de nascholing en de onderwijskundige kwaliteit. Het aantal accreditatiepunten wordt bepaald op basis van de duur van het inhoudelijke programma. Iedere verloskundige moet jaarlijks twintig accreditatiepunten behalen met geaccrediteerde scholing, waaronder een vaardigheidstraining spoedeisende handelingen en deelname aan een Methodisch Intercollegiaal Overleg (MIO).

4. Agenderen

De scholing wordt, indien gewenst, opgenomen in de nascholingsagenda van het Kwaliteitsregister, waar verloskundigen kunnen zien welke activiteiten er gepland staan.

 


Leermomenten uit de praktijk

Tekst: Hedy Jak | VRHL Content en Creatie, 2025-4

Of je nu al jaren in het vak zit of juist net gestart bent: in de verloskunde doe je elke dag nieuwe ervaringen en inzichten op. Je volgt trainingen, maar leert minstens zoveel van cliënten en collega’s. Zes verloskundigen en een student vertellen over leermomenten die hun manier van werken veranderden.

Weinig instructies geven

‘Een tijd terug begeleidde ik een primi, die beviel als ‘uit het boekje’. Poliklinisch, met haar man achter haar op de kruk, moeder en zus aan weerszijden. Ze had weinig instructies nodig, perste prachtig zelf mee op iedere wee. Uiteraard heb ik haar wel bevestigd en aangemoedigd. De volgende dag ging mijn collega bij haar op visite en gaf mevrouw aan heel ontevreden over mij te zijn en me niet meer te willen zien of spreken. De reden: ze had te weinig instructies van mij gekregen. Deze casus heb ik ingebracht bij de intervisie. Het zat me toch best dwars dat iemand, die in mijn ogen de perfecte bevalling had gehad, zo ontevreden was geweest. Maar tijdens de intervisie realiseerde ik me dat wat ík een mooie bevalling vind, voor een ander niet per se de beste ervaring hoeft te zijn. Sindsdien vertel ik – als ik bij iemand binnenkom – dat het mijn basisstijl is om zo min mogelijk instructies  te geven, omdat het mijn overtuiging is dat zij het zelf goed zal kunnen aanvoelen. En waar nodig zal ik natuurlijk zeker helpen. Daarbij zeg ik ook dat als zij wél behoefte heeft aan duidelijke sturing, ik dit voor haar zal doen. Sindsdien heb ik er nooit meer problemen mee gehad.’

Maria Hoenderdos, eerstelijns verloskundige

Breder kijken

‘Ik werk al dertig jaar als eerstelijnsverloskundige. In 2023/ 2024 volgde ik een opleiding tot overgangsconsulent, als aanvulling – of later wellicht vervanging – van mijn verloskundige werk. Tijdens een les over slaapproblemen kwam de relatie tussen een laag ferritinegehalte en ruste-loze benen aan bod, evenals de link met hypothyreoïdie. Voor mij was dat nieuw. Toevallig hadden we een zwangere met ernstige rusteloze benen, waardoor ze nauwelijks sliep. Magnesium, wisselbaden en voetreflextherapie hadden niets geholpen. Na de les overlegde ik met de gynaecoloog van de POP-poli; noch hij, noch zijn collega’s kenden de link tussen ferritinegehalte en rusteloze benen. De neuroloog, die vlak bij de gynaecoloog polikliniek houdt, vond hem echter vanzelfsprekend. Een streefwaarde van het ferritinegehalte is rond 70 µg/l. De volgende dag liet de zwangere bloedprikken: ferritine 9 µg/l (normaalwaarden 13–150 µg/l), Hb 6,7 mmol/l, MCV 88 fL. Vanwege haar mentale gesteldheid en het belang van snelle verbetering kwam zij in aanmerking voor een Ferinject; in andere gevallen kan ook ferrofumaraat volstaan. Ze was toen 30+2 weken zwanger. Een week later vertelde zij dat ze al twee nachten geen rusteloze benen meer had gehad. De rest van de zwangerschap sliep ze goed. Voor mij een duidelijk leermoment: kijk breder en overweeg tijdig ferritinebepaling bij rusteloze benen in de zwangerschap.’

Irene Plancius, eerstelijnsverloskundige

Magie van er zijn

‘Tijdens een badbevalling op de kamer zijn in verband met een afwijkend hartritme (supra ventriculaire extra systole) van de foetus en 42 weken am duur. De wens van de ouders is begeleiding door de eerste lijn. Ik doe een CTG-beoordeling op de kamer. Inmiddels werkte ik zo’n zes jaar als klinisch verloskundige en deed ik mijn best om de fysiologie waar mogelijk mee te nemen in de tweede/derdelijns setting. Maar door van een afstand alleen maar te kijken naar het geboorteproces, de rust te ervaren ‘er wel te zijn, maar niets te doen’ kwam de magie daarvan terug. Dit stuk, namelijk ‘niets doen, maar er zijn’, was ik helemaal kwijtgeraakt in de – toch vaak – hectiek van het klinisch werken. Inmiddels heb ik die aanpak, waar mogelijk, weer verweven in mijn manier van begeleiden.

Miran Gerritsen, klinisch verloskundige

De invloed van kalmte

‘Als negentienjarige eerstejaarsstudent liep ik in 2012 stage bij verloskundige Janneke in Zaandam. Wat mij het meest is bijgebleven, was haar kalmte. Tijdens onze dienst mocht ik observeren hoe zij een bevalling begeleidde. We waren in het ziekenhuis, de barende bereikte het hoogtepunt in de kracht van haar weeën en raakte in paniek. Janneke bleef heel zacht en rustig tegen haar praten, bijna fluisterend. Ze kon de barende helpen focussen om zich te herpakken en door te zetten. Janneke straalde zoveel rust en vertrouwen uit. Het was een energie die – in mijn optiek – op iedereen in de kamer inwerkte. Ik was zo onder de indruk van Janneke. Voor mij een echte vroedvrouw, een zaadje was geplant in mij. Gedurende m’n opleiding hoorde ik het tegenovergestelde: op dit soort momenten moest ik streng zijn en de leiding blijven behouden. Maar mijn ervaring met deze aanpak was dat ik dan de verbinding met de barende verloor. Gelukkig heb ik het ook anders gezien. Dat zaadje is in de tussentijd ontkiemd en ik werk aan mijn rust en kalmte.’

Lisseth Carrion Aranda, eerstelijnsverloskundige

De kracht van goed communiceren

‘Tijdens mijn stage in de eerste en tweede lijn deed ik, bij een nabespreking van een bevalling, een belangrijk inzicht op. De handelingen die je tijdens een bevalling doet, worden vaak niet per se als vervelend ervaren, maar vooral het gebrek aan communicatie daarbij. Het allerbelangrijkste van een bevalling begeleiden, is het communiceren over je handelingen. De manier waarop je communiceert is eigenlijk het belangrijkste om een goede ervaring te creëren bij de cliënt en partner. Zo zorg je ervoor dat ze geen nare herinneringen aan de bevalling overhouden. Ook als je moet handelen in spoed, blijf communiceren met de cliënt. Het kan in kleine woorden en non-verbale communicatie zitten waardoor de beleving van een bevalling al kan veranderen.’

Loena van Rooijen, student verloskunde

Bewust van vooroordelen

‘Er wordt veel gesproken over vooroordelen die we – bewust of onbewust – met ons dragen in ons werk als verloskundige. Uit recent onderzoek blijkt dat dit invloed heeft op ons werk, op ons beleid en hoe we iemand bejegenen. Tijdens mijn dagelijkse praktijkvoering probeer ik me bewust te zijn van mijn vooroordelen. We hebben ze allemaal en dat erkennen is de eerste stap richting verbetering. Onlangs heb ik het andersom meegemaakt. Iets wat ik niet vaak meemaak in mijn rol als verloskundige. Ik had een cliënt waar ik een vertrouwensrelatie mee had en die ik intensief had begeleid bij haar vorige zwangerschap. Zij had op basis van een vooroordeel over mij, mij bij een nieuwe ongewenste zwangerschap niet in vertrouwen durven nemen over haar abortuswens. Ik draag geen sluier, maar de meesten binnen onze praktijk weten dat ik in Iran ben geboren en gaan ervan uit dat ik moslima ben en dus ook anti-abortus zou zijn. Deze cliënte was zelf moslima en vreesde door mij veroordeeld te worden voor de moeilijke situatie waar ze in zat. Ze had hulp nodig en wendde zich tot een Nederlandse collega. Dit was voor mij een ‘aha-moment’! Zwangeren kunnen óók worstelen met hun vooroordelen ten aanzien van de verloskundige. En dat kan leiden tot stappen die mogelijk minder gunstig voor ze kunnen zijn. Ik kan me voorstellen dat het voor haar fijner was geweest als ze mij in vertrouwen durfde te nemen in plaats van een onbekende collega.

Ik werk al bijna twintig jaar als verloskundige in de eerste lijn en nog steeds leer ik, niet alleen door te reflecteren op mijn eigen handelen, maar ook door te reflecteren op het handelen van de zwangere. Misschien zelfs van dat laatste nu nog meer.’

Nasim Yadegari – Bordbar, eerstelijns-verloskundige

Slimme voorbereidingen

‘‘Als verloskundige vind ik het opleiden van nieuwe collega’s belangrijk en leuk om te doen. Het valt mij op dat veel studenten, als ze de spullen gaan klaarzetten voor een thuisbevalling, gebruikmaken van het aankleedkussen. Daarop leggen ze de zuurstoffles of de kruiken. Toen ik studeerde, deed ik dat ook. Totdat ik mijn eerste slechte kind thuis had, en aankwam bij het aankleedkussen met de slappe baby. Daar lag de zuurstoffles op, waardoor er geen plek was om de baby goed neer te leggen. Dus sindsdien zorg ik voor een leeg aankleedkussen als veilige reanimatie- of opvangplek. Dat breng ik mijn studenten ook bij. En toch werd ik na twintig jaar in het vak laatst ook weer verrast. Ik kwam binnen bij een dame met – tot mijn verbazing – volledige ontsluiting. Ik pakte snel mijn spullen. Op het moment dat ik bijna alles uit mijn tas had, braken de vliezen. Met de kracht van een Super Soaker waterpistool spoot het vruchtwater over de achterkant van het bed zo mijn acute tas in. Alles nat! Ik heb geleerd dat ik mijn spullen niet in de ‘vuurlinie’ moet leggen. Ook niet als daar drie meter tussen zit!’

Silvia Ramakers – de Boer, eerstelijnsverloskundige


2025 - Nummer 3

https://issuu.com/elmamultimedia/docs/knov_de_verloskundige_2025_3?fr=sMjIwNDg4MDM5NDI